Nieuwe kookzin: het mes snijdt aan twee kanten

Koken met verse groenten
Gezond koken. Elke avond.

De bel. Ik spring verheugd op, spoed mij naar de hal en druk op de knop om mijn zeer gewenste bezoek beneden bij het portiek toegang te verlenen. Ik hoor hem de trap beklimmen en wrijf mezelf al in de handen. Pizza calzone deze keer, zo’n dubbelgeslagen massa deeg met daarin een mix van gehakt, tomaat, salami, ham en champignons. Tikkie te machtig, maar ik sla me er vast weer dapper doorheen. Als de bezorger in beeld verschijnt blijkt dat hij niet alleen de vertrouwde witte kartonnen doos bij zich draagt. ‘Alstublieft,’ zegt hij. En hij reikt me een fles chianti aan. ‘Omdat u zo’n goede klant bent.’  

Dit cadeautje viel me jaren geleden ten deel, toen ik eenmaal op mezelf woonde. Een sympathiek gebaar, dat zeker, maar het gaf me wel te denken. Net zo confronterend verliep in dezelfde week mijn bezoek aan het Chinees restaurant bij mij in de straat. Toen de medewerker mij binnen zag lopen, verscheen op zijn gezicht een brede glimlach. ‘Ah, nasi goleng speciaal?’  

‘Eh, ja, nasi goreng speciaal,’ antwoordde ik. 

Ik kookte nauwelijks, maar bestelde liever een pizza.
Ik deed goede zaken met de pizzalijn.

De gebruikte borden en pannen stapelden zich op

In koken had ik in die tijd geen enkele zin. Mij repertoire was ook niet zo breed. Als ik al mijn eten zelf bereidde, kwam ik niet verder dan roerbakken. Scheut olijfolie in een wok, blokjes kipfilet laten sissen, zakje gesneden groente erbij en daarnaast wat rijst koken. En omdat afwassen mij evenmin aantrok stapelden de borden, pannen en het bestek – dat ik allemaal o zo praktisch in de gebruikte wok verzamelde – zich gedurende de week op. 

Nee, gemak dient de mens en ik hou van lekker eten. Daarom deed ik enerzijds goede zaken met pizza- en spareribslijnen – ik maakte een waaier van het stapeltje folders en trok er met mijn ogen dicht eentje uit – en anderzijds met snackbar en afhaalchinees.  

Goede klant bij de afhaalchinees.
Nasi van de afhaalchinees. Lekker makkelijk.

Dan trek je niet een paar blikken tomatensoep open

Het heeft lang geduurd. Totdat ik mijn inmiddels ex ontmoette en we samen gingen koken. Ik kreeg er zowaar lol in. Het werd zelfs een grote liefhebberij. Ik zag het licht op een kerstdag. We hadden mijn familie uitgenodigd om te blijven eten en ja, dan trek je natuurlijk niet een paar blikken tomatensoep open.  

We hadden er echt werk van gemaakt. Op mijn schouders rustte onder meer het maken van kipsaté als voorafje. Ik heb me hier vol aandacht en zeer geconcentreerd op geworpen. De reacties waren lovend. Een passie was geboren. 

Van Aziatisch tot Zuid-Europees

Jaren later mag ik zeggen dat ik, als ik mijn aandacht erbij houd en het allemaal op mijn gemakkie doe, best lekker kan koken. Van Aziatisch tot Zuid-Europees, ik kan een beroep doen op een bont, rijk geschakeerd palet. Heb zelfs eens, samen met mijn dochter, op een kerstavond voor een achtkoppige vriendengroep gekookt. Paella als hoofdgerecht, tapas vooraf en een Spaans getint toetje als afsluiting. Olé! Erg leuk om te doen en het was een groot succes. 

Mijn voorkeur is altijd uitgegaan naar stoofpotten maken. Het liefst een avond van tevoren. Snijplank klaarleggen, batterij messen ernaast, glaasje rode wijn in de buurt. Berg rundvlees op de bodem van de pan, groente en kruiden erbij en dan drie uur laten sudderen. Heerlijk. 

Stoofpotten maken was bij mij favoriet.
Stoofpotten maken, het liefst een avond van tevoren.

Witte bolletjes met rookworst

Toen ik in Hilversum ging werken is het koken een beetje in het slop geraakt. Vaak was ik om halfacht thuis in Purmerend – tenminste, als er niemand voor een trein was gesprongen. En dan moest ik nog boodschappen doen en eten maken. Dat was soms nogal een opgave. Dan koos ik toch maar voor witte bolletjes met rookworst of een pizza uit de supermarkt. 

Dat is nu voorbij. 

Ik heb een werkgever in mijn woonplaats gevonden en werk nu om de bekende redenen zelfs vrijwel volledig thuis en vanuit huis. Tijd genoeg om te koken. Maar vooral ben ik nu bewust bezig met gezond eten. Verse groente, ooit door mij verketterd, vormt de basis. 

Zelf koken met verse groente als basis.
De tijden zijn veranderd.

Ik maak alles zelf en daaraan beleef ik dubbel plezier. Het geeft enerzijds veel voldoening als ik een gezonde maaltijd bereid, anderzijds word ik er behoorlijk zen van. Paprika’s snijd ik met een aardappelmesje traag in kleine reepjes. Blokjes kipfilet gun ik alle tijd om in een badje van sojasaus op smaak te komen. De vlam onder de pan zet ik standaard laag.  

Mindful koken. Dat is wat ik doe. 

VisZEN

Vissen
Zo heerlijk, kijken naar vissen die domweg maar wat ronddobberen.

Voor mij is niets zo rustgevend en mindful als wandelen door de natuur. Ik richt mijn aandacht dan vooral op de dieren die ik zie of hoor. Ik kan daar helemaal in opgaan. Ik luister minutenlang naar de specht die met zijn snavel op een boomstam hamert. Volg de slak die op zijn dooie akkertje een fietspad oversteekt. Bekijk aandachtig hoe de spin tussen een paar takken zijn web weeft.

Ik word daar nogal zen van.

Maar het leuke is: voor een dergelijke beleving hoef ik niet eens de deur uit. Want ik kijk bijna dagelijks naar een prachtig televisieprogramma: Love Nature heet het. Het programma toont continu de mooiste natuurdocumentaires. Zonder reclame – ja, dat bestaat! – en op de achtergrond rustige muziek en een bedaarde commentaarstem.

De beukbaviaan, de grotgems en de lamzaklibelle

De onderwerpen lopen wijd uiteen. Van de territoriumdrift van de Braziliaanse beukbaviaan en de trektochten van de grauwe grotgems tot het jachtinstinct van de Siciliaanse sidderslang en het slome paargedrag van de lamzaklibelle.

Ik vind het allemaal even boeiend.

Maar waar ik het meest zen van word: vissen. Beter gezegd: visZEN. Vaak is de wereld onder water het decor van het programma. Dan ga ik op het puntje van mijn stoel zitten. De meest vreemdsoortige en soms bontgekleurde vissen trekken voorbij. En altijd zo heerlijk ongehaast. Dan valt alles om mij heen weg.

Vis
De lionfish. Mooi toch?

Soms moet ik vreselijk lachen als er een vis voorbij zwemt. Zo’n slome duikelaar bijvoorbeeld.

Vis
Sloom type met bijpassende lodderige blik. Geweldig!

En ik barst echt in lachen uit bij dit soort vissen:

Vis
Niet geheel in zijn hum.

Bókchagrijnig is-ie. Waarschijnlijk een slechte, korte nacht gehad en nog lang niet uitgeslapen.

Of ze hebben best wel trek.

Vis
De morayvis. Kan zomaar opduiken.

Ik kan dit tv-programma echt aanraden.

Ben, Bert en Bas
Of koop een vissenkom met goudvissen. Heb ik ook gedaan. Drie goudvissen zwommen rond – Ben, Bert en Bas. Regelmatig ging ik er rustig voor zitten en staarde gedachteloos naar hun onbekommerde gedobber.

Bas was wel een buitenbeentje. Hij zwom altijd alleen, terwijl de andere twee gezamenlijk optrokken. Vaak zwom hij recht op de glazen wand af, stootte zijn neus, schrok, deinsde terug en… deed daarna precies hetzelfde. Niets geleerd. Bert en Ben zagen het gebeuren en wisselden dan uit hun ooghoeken een blik van verstandhouding met elkaar.

Af en toe was de sfeer in de kom te snijden. En op een zekere ochtend dreef Bas op zijn rug. Zeer dood. Nooit zal ik weten wat er is gebeurd.

Dus misschien is het toch beter om het bij Love Nature te houden.