Het mooiste geluid dat ik ken

De zon schijnt op deze thuiswerkdag en ik heb me met mijn laptop en telefoon op mijn dakterras geïnstalleerd – ja, je moet er in deze crisistijd toch wat van maken. Ideale werkomstandigheden. Op één ding na: aan het pand pal tegenover mij – op amper tweemaal de coronabreedte – wordt ook gewerkt. De dakpannen worden vervangen en om deze klus wat aangenamer te maken staat de radio keihard aan. Snap ik wel, want ik doe hetzelfde tijdens de afwas, maar ik ben hier niet geheel blij mee. 

Het punt is dat ik mij graag met stilte omgeef. Stilte is het mooiste geluid dat ik ken. Ik beluister de stilte bij voorkeur in een dichtbegroeid, donker bos. In Garderen bijvoorbeeld. Daar zijn de bossen echt donker, sinister bijna. De bomen schurken stijf tegen elkaar aan en smoren elk geluid – áls er al geluid klinkt.  

Bos.
Genieten van de stilte doe ik bij voorkeur in een bos.

Vanwege het huisarrest kom ik daar nu natuurlijk niet. Al zou het misschien nog best kunnen, want onverhoopte medeboswandelaars houd ik sowieso op minimaal anderhalve kilometer afstand in plaats van de voorgeschreven anderhalve meter. Maar zodra Nederland coronavrij is, die dag moet toch een keer aanbreken, rijd ik er graag weer eens heen. 

Rumoerig is het thuis nooit

Thuis ervaar ik de stilte ook. Mijn twee kinderen zijn heel rustig, dus rumoerig is het nooit. En als ze bij mijn ex zijn, en ik het rijk alleen heb, drapeer ik de stilte als een wattendeken behaaglijk om me heen.  

Meestal zet ik geen televisie of radio aan, maar geniet van de stilte. Voordeel is dat mijn woonplaats Purmerend niet bekend staat om zijn bruisende karakter. Ook in het centrum kan het heel stil zijn. Zeker nu. Ik beleef de stilte dan zo intens dat ik alleen het ruisen van het bloed in mijn oor hoor. En omdat mijn rechteroor een tikkie dicht zit, hoor en voel ik daar mijn ritmische hartslag. 

Bijpassende muziek

Soms draai ik bijpassende muziek. Bijvoorbeeld Passage van dwarsfluitist Chris Hinze. Het album is live opgenomen in een Indiase grot en een plaatselijk koor zingt mee. Huiveringwekkend mooi.

Stukje horen? Komt-ie. 

Of jazzmuziek van Chet Baker begeleid door de Belgische virtuoze gitarist Philip Catherine. Ze werken op enkele albums samen. Het aardige is dat er geen drummer en pianist meespelen, uitsluitend een bescheiden bassist.

Dat geeft een hoop rust. Luister maar: 

Beter bekend, zeker onder mijn leeftijdsgenoten, is Pink Floyd. Prachtige muziek, zeker uit de jaren zeventig. En ook hier zitten veel rustmomenten in. Met dank aan drummer Nick Mason. Hij ranselt zijn bekkens en trommels niet af, maar houdt een bedaard, traag tempo aan. Lekker lui, lazy en loom. 

Zoals hier:  

Muziek van een grote schoonheid. Net even anders dan de muziek die bouwvakkers graag lijken af te spelen. Ik heb het vaker meegemaakt: verbouwingen gevaarlijk dicht in de buurt en dan de radio knoerthard aan. Gewoon meteen vanaf een uur of zeven in de ochtend, hup de volumeknop helemaal open. En dan geen rustig kabbelende klassieke klanken, maar bij voorkeur van dat nerveuze gebonk. 

Ik zie ze als schimmen bewegen

De bouwlieden nabij mijn dakterras kan ik evenmin betrappen op een verfijnde smaak. Er staat de gehele dag een zender met een hoop herrie te tetteren. De heren werken op een huizenhoge steiger, die geheel is bedekt met een steigerdoek. Ik zie ze als schimmen bewegen. Tegen drie uur zit hun werkdag erop en dan bellen ze in het Volendams naar hun kantoor om hun belevenissen door te geven.  

Vanmiddag kon ik het woord voor woord volgen. 

“Aardig opgeschoten, hoor. Maar zó warm vandaag. Morgen zijn we hier eerder. Hoeven we niet de hele middag in die hitte te werken. We beginnen om zeven uur, misschien wel om zes uur.” 

Nou, dat belooft wat. 

Schimmen.
De bouwvakkers zie ik als schimmen bewegen.