De spannendste dagen van het jaar

Zie de maan schijnt door de bomen.
Zie de maan schijnt… vooral de nachten waren spannend.

Sinterklaas was weer in het land en dat bracht bij mij standaard gemengde gevoelens teweeg. Enerzijds verheugde ik me op de cadeaus die ik – hopelijk – zou krijgen, anderzijds sloeg de spanning in mijn onderlijf toe. Dat kwam vooral tot uiting bij het schoentje zetten. Met een plezierige opwinding keek ik uit naar de volgende ochtend, het moment dat ik mijn cadeautje zou aantreffen en uitpakken. Tegen de nacht zag ik echter behoorlijk op. Want vroeg of laat zouden Sint en Piet binnensluipen om het schoeisel te vullen en dat was geen prettige gedachte. Ik kan me herinneren dat ik op een nacht wakker werd van het doortrekken van het toilet. Wie was dat?! schoot het door me heen. Mijn vader? Mijn moeder? Eén van mijn broers? Of… 

Het is vandaag 5 december en dat roept bij mij allerlei herinneringen op aan de spannendste dagen van het jaar. Dat die bejaarde en bebaarde man met die hoge rode muts alleen maar goede bedoelingen had, wist ik natuurlijk wel. En ook van die Pieten viel weinig gevaar te verwachten. Toch vond ik ze ook wel een beetje eng. Altijd weer was het een grote opluchting als ze op 6 december werden uitgezwaaid.  

Geheimzinnige sfeer

Bij ons thuis heerste rond 5 december een wat geheimzinnige sfeer. De reden daarvan ontging mij aanvankelijk. Wel weet ik nog dat ik op een zeker moment met mijn broers naar de voordeur werd geloodst. Die stond half open en in de hal lagen, lukraak verspreid, tientallen kleurige pakjes. Wat er daarna gebeurde, ben ik eerlijk gezegd kwijt. Maar het zal beslist leuk geweest zijn.

Raar uitgedoste Spanjaarden

Later begreep ik het. Die man met de baard heette Sinterklaas. Hij kwam elk jaar naar Nederland om aan kinderen cadeaus uit te delen. Dat vergde nogal wat organisatie, concludeerde ik. Gelukkig zorgde een omvangrijk pietenleger voor ondersteuning. Die cadeaus vond ik natuurlijk leuk, want ik kreeg er ook een paar, maar met die raar uitgedoste Spanjaarden bleef ik moeite houden. 

Het muntje viel, ik had het spelletje door

Later is het mysterie ontsluierd. Toen het muntje viel en ik het spelletje doorhad, konden ze me niet meer voor de gek houden. Sinterklaas kwam naar school. Sinterklaas? Welnee. De onderdirecteur schemerde er gewoon doorheen. En die Hoofdpiet – die leek wel héél sterk op de gymleraar. Nee, ik trapte er niet meer in. 

Zeker niet toen de Sint op een historische dag op het schoolplein werd uitgezwaaid. Terwijl hij statig naar de gereedstaande auto liep, gingen de deuren van de tegenoverliggende school open. Ook daar liep een Sinterklaas naar buiten. 

Stomverbaasde blikken

Ik snapte ook wie thuis de schoentjes vulde. Mijn moeder. Uitgerekend dezelfde die op pakjesavond altijd zo’n show opvoerde. We kennen het allemaal: op de deur bonzen, strooien, een volle zak bij de deur zetten, ineens uit een andere kamer binnen komen stormen en stomverbaasd kijken naar het tafereel dat ze nota bene zelf had aangericht.  

Later ging bij haar de scherpte er wat vanaf. De muur in de gang was inmiddels voorzien van een spiegel en vanuit de huiskamer konden we zien hoe ze op haar tenen en met strooigoed in de hand aan kwam sluipen.

Het was me allemaal duidelijk geworden. Maar voor mijn jongste broer, die nog wel in Sinterklaas geloofde, moest het nog even geheim blijven. Voor mij geen probleem. In de voor mij nieuwe situatie zag ik een heel aantrekkelijk aspect. Ik kon voortaan meer direct en ook heel gericht om cadeaus vragen. 

Pietenpet op de grond

Als vader beleefde ik de tijd rond Sinterklaas net even anders. Toen was ik het die de schoentjes vulde. Om het helemaal echt te maken, liet ik soms een in de haast vergeten pietenpet op de grond achter, keerde ik het schoteltje voor het water om of verspreidde ik delen van de niet helemaal opgeknabbelde winterpeen in het gangpad. 

In het dorpje waar we woonden kwam Sinterklaas met paard en rijtuig aan. Het gezelschap reed langs ons huis en vanaf onze oprit konden we het allemaal mooi zien. In het nabijgelegen dorpshuis mochten de kinderen op het podium komen om een liedje voor Sinterklaas te zingen. Dat werd naarmate de tijd vorderde steeds nadrukkelijker overstemd door ouders die achterin de zaal stonden. Eerst waren ze nog stil, daarna ontstond er wat gefluister, dat ging naadloos over in gedempt gepraat totdat ze op het gebruikelijke volume met elkaar begonnen te praten.  

Sinterklaas moest de ouders met enige regelmaat tot stilte manen. 

De kinderen keerden na afloop dik tevreden naar huis. Allemaal een chocoladeletter én een speculaaspop én een mooi cadeau. Het organisatiecomité liet zich altijd van zijn meest scheutige kant zien. 

Verwelkomd door de uitbater

In andere dorpjes moesten de kinderen – lees: de ouders –  met minder genoegen nemen. Als journalist van een lokale krant ben ik wel eens getuige van intocht geweest die me nog altijd bijstaat. Sint en Piet staken met een veerpont het kanaal over en werden in het aanpalende restaurant, het enige bedrijf dat het dorpje rijk is, verwelkomd door de uitbater. Na een klein uurtje vertrokken de gasten alweer. De kinderen hadden allemaal een klein zakje met pepernoten gekregen. 

Dat zat een van de moeders kennelijk nogal hoog. Ze stapte naar de uitbater en vroeg: “Een zakje met pepernoten? Is dat alles?” 

“Tja,” antwoordde de uitbater. “De intocht moet worden gefinancierd door de plaatselijke middenstand. En dat ben ik.” 

Sinterklaas.
De Sint kwam ook naar school.