Een onvergetelijke paasdag

De eerste paasdag was even anders dan anders. Lege kerken bijvoorbeeld, met online kerkdiensten als alternatief. Voor mij maakte het niet zo veel uit. Met kerken heb ik niet zoveel, en met Pasen zelf eerlijk gezegd evenmin, al ben ik wel dol op chocolade eieren (het liefst puur). En juist door mijn desinteresse liep er ooit op eerste paasdag iets ernstig mis. 

Kerk.
Op eerste paasdag 2020 bleven de kerken leeg.

Ik woonde nog maar net met vrouw en twee jonge kinderen in Westbeemster. Een zeer bescheiden dorpskern, maar wel met een kloeke katholieke kerk. Het liep tegen Pasen en in de brievenbus vond ik een flyer van de desbetreffende kerkgemeenschap. Voor jonge kinderen werd in de parochie een leuke activiteit georganiseerd: palmpaasstokken versieren op eerste paasdag. Nou, dacht ik, wat een aardig idee.  

Ik heb de kinderen dezelfde dag nog aangemeld. We zouden op eerste paasdag toch thuisblijven en zagen het als een geschikte gelegenheid om de kinderen alvast aan hun nieuwe woonomgeving te laten wennen.  

Met tweemaal een kaal paaskruis naar de parochie

Tegen tienen liep ik met zoon en dochter en tweemaal een kaal paaskruis naar de parochie. Ze mochten aan een lange tafel bij de andere kinderen zitten en kregen uitleg. Ik bleef er even bij staan en toen ik zag dat ze enigszins op hun gemak waren liep ik richting deur. “Hoe laat kan ik ze weer ophalen?” vroeg ik in het voorbijgaan aan een van de begeleidsters. “Over een uurtje?” 

De vrouw trok haar wenkbrauwen hoog op. “Ophalen?” zei ze. “Nou, na de mis, hè.” 

Ik liep naar buiten met het angstige idee dat ik iets heel belangrijks over het hoofd had gezien. En toen ik de andere ouders naar de ingang van de kerk zag lopen begon er iets te dagen.  

“Hoe gaat de paasdienst hier in Westbeemster in zijn werk?” vroeg ik luchtig aan een vader die ik van school kende. 

“O,” zei hij, “zoals elke katholieke paasdienst. En na afloop komen de kinderen de kerk binnen met hun versierde stok en dan lopen ze achter de priester in een processie naar buiten. De palmpaasstokken brengen ze naar een oudere, eenzame inwoner van de Beemster.” 

Oh, nee toch, schoot het door me heen. 

Ik moest de gehele dienst uitzitten

Ik liet het allemaal rustig tot me doordringen. En ik kon er niet omheen. Ik moest mee de kerk in en de gehele dienst uitzitten. Het ergste moest zich dan nog aandienen: mijn kinderen onder ogen komen en uitleggen dat ik dit niet had voorzien. Even had ik nog de neiging om terug te rennen naar de parochie, naar binnen te lopen, te roepen dat hier een gruwelijke vergissing in het spel was en de kinderen mee naar huis te nemen, desnoods met half versierde stok. Ik had ze er hoogstwaarschijnlijk best een plezier mee gedaan, maar ook mijn brutaliteit heeft zijn grenzen.  

Ik had simpelweg geen keus. 

Het werd een lange, lange zit

Ergens achteraan, naast het middenpad, vond ik zuchtend een plekje in de kerk. Het werd een lange, lange zit. En na een uur draaien op de kiezelharde bank was het moment daar. Voorin klonk gestommel. Ik zat te ver om het allemaal te kunnen zien, maar zelfs ik begreep dat de kinderen nu binnenkwamen.  

De priester liep kennelijk naar het groepje toe en hield de kinderen om de beurt de microfoon voor hun neus, zodat ze hun naam konden zeggen. Bij één kind bleef het stil.  

Dat was mijn zoon. Die doet niets tegen zijn zin. 

Ik boog me snel naar hen toe

De processie werd over het middenpad ingezet en ze zouden vlak langs me lopen. Een stuk of twaalf kinderen, met een bont versierd kruis zo hoog mogelijk boven het hoofd. En mijn kinderen liepen ertussen. Mijn zoon keek neutraal voor zich uit. Het broodhaantje viel van zijn stok, maar hij liet het zo. Mijn dochter keek me vernietigend aan. Ik boog me snel naar hen toe. “Ik wíst het niet,” siste ik.  

Het had geen effect. 

Buiten werden op een lijst twee adressen van eenzame oudjes aangekruist. Die waren voor ons. Ze woonden allebei in hetzelfde ouderencentrum, dus dat konden we mooi combineren. 

Ze waren heel blij met de palmpaasstokken. En de kinderen waren pas blij toen ze weer thuis waren.  Toen konden ze eindelijk eieren zoeken.

Paaseieren.