De rattenvanger die bot ving

Rat.

Ik zat in het tuinzitje te lezen en uit mijn linker ooghoek zag ik iets bij het kippenhok bewegen. Er flitste iets donkers achterlangs. Mijn angstige vermoeden werd direct bevestigd. Een rat, en een grote ook. Het dier kroop onder het gaas van het hok door en begon enthousiast uit het voerbakje te eten. Ik stond snel op, griste een hark mee die naast me stond en haastte me naar het kippenhok om de ongenode gast weg te jagen. Maar hij had me al gezien. Hij nam nog één hap, spurtte weg via de dezelfde route en verdween via een smalle spleet tussen de twee schuren naar de weilanden achter het erf.

Er moesten maatregelen worden genomen. En snel ook. Rattengif? Nee. Geen optie, met rondscharrelende kippen en rondhobbelende honden in de achtertuin. Bovendien waren de kinderen ook nog niet zo groot. Een gespecialiseerd bedrijf inschakelen? Ja. Dat leek me beter.

Via een handige website kon ik in één keer bij zes bedrijven een offerte aanvragen. Ik had nog maar net op ‘Verzenden’ geklikt of er hing al een bedrijf uit de Flevopolder aan de lijn. Toevalstreffer of iemand die het niet zo gek druk had? Ik ging uit van het eerste. Het was de directeur zelf.

Verder dan het noemen van mijn naam kwam ik niet. De man ontstak in een lang verhaal over ratten in het algemeen, ratten in de polder en de bestrijding van ratten. Toen ik eindelijk een spatie tussen twee zinnen ontdekte, dook ik erin en vroeg naar de kosten. Nou, die kon hij me precies voorrekenen. Maar was het niet handiger dat hij even langskwam? Morgen zou hij toevallig bij mij in de buurt zijn. Dus dat trof. Nu geloof ik nooit zo in toeval, maar vooruit, ik zou toch vrij zijn, dus ik liet hem maar langskomen.

Slechte start
De man maakte een slechte start. Hij parkeerde zijn auto doodleuk op het erf van mijn buren, een aannemersbedrijf. Ruimte genoeg, daar niet van, maar ik vond dat niet zo netjes. Op mijn verzoek zette hij zijn auto in de grasberm voor het huis.

Het was een grote, vadsige man van tegen de zestig. Dikke pens, overhemd vol vlekken, kalend hoofd met hier een daar wat plukken haar. Het meest opvallend was zijn gebit, of eigenlijk de resten daarvan: twee smalle, puntige geel-bruine voortanden. De link met de dieren die hij bestreed was automatisch gelegd. De man stond me enorm tegen en het zou alleen maar erger worden.

Gevoel voor theater
Het was vijf over drie en datgene waarmee ik al ernstig rekening had gehouden gebeurde. De rat verscheen ten tonele. De man zag het, hield stil, zakte met veel gevoel voor theater even door de knieën en zei: ‘Een rat! Overdag! Ik kan me niet herinneren ooit overdag een rat te hebben gezien.’ Op zijn gezicht toverde hij een onthutste uitdrukking. ‘Meneer,’ zei hij daarna tegen me, ‘ik denk dat u een groot, gróót probleem hebt. Ik denk dat er een grote familie ratten bij u in de buurt zit.’

Trillende wijsvinger
Hij keek schichtig rond. Zijn ogen kregen ineens de omvang van bierviltjes, zijn mond viel half open en hij wees met een trillende wijsvinger naar de achterdeuren die wijd open stonden. ‘Die deuren! Staan die altijd open?’ stamelde hij, alsof hij het niet kon geloven. ‘En u hebt kinderen?’ Hij schudde zijn hoofd.

‘Gaat u even rustig zitten,’ zei ik, op de grens van geamuseerd en geïrriteerd, en ik wees naar het zitje. ‘Dat wilde hij wel en een glaasje koel water kon hij op deze zomerse dag ook wel gebruiken. Ik kwam het hem brengen en schoof bij hem aan. Hij leek al een beetje van de eerste schrik bekomen. Inmiddels had ik al besloten niet met deze charlatan in zee te gaan. Maar hij mocht van mij nog wel even zijn verhaaltje doen en ik was toch ook wel benieuwd naar het kostenplaatje.

Lokkasten op strategische plekken
De man nam een ferme slok. Hij benadrukte nog even hoe groot het probleem was, drukte mij op het hart direct afdoende maatregelen te treffen en ontvouwde zijn strijdplan. Op strategische plekken zou een lokkast komen te staan met daarin gif. Voor ratten zou dat onweerstaanbaar zijn en binnen enkele maanden zou de gehele familie zijn uitgeroeid. Het gif zou wel regelmatig moeten worden bijgevuld om nieuwe ratten buiten de tuin de houden. Ik hoefde de kasten alleen maar even in de auto te zetten en naar Flevoland te rijden, waar zijn bedrijf was gevestigd, en terwijl ik kon genieten van een kopje koffie en een gezellig babbeltje – met hem, vrees ik – werd het gif bijgevuld.

Vier à vijf van die kasten waren overigens wel benodigd, schatte hij in, nadat hij zijn blik over mijn achtertuin had laten gaan. Minimaal. En, o ja, stomtoevallig had hij een paar kasten achter in zijn auto. De strijd tegen de ratten zou vandaag nog kunnen beginnen. Kon het mooier?

Hij keek een beetje verstoord op
Toen ik hem vroeg hoeveel het allemaal zou kosten als ik met zijn bedrijf in zee zou gaan, keek hij een beetje verstoord op. Alsof ik hem had gevraagd of hij mijn rug even wilde masseren. Hij leunde wat achterover, keek naar de staalblauwe hemel en tuitte zijn lippen. Daarna schotelde hij mij een wat ingewikkeld plaatje voor, waarbij hij terloops wat bedragen noemde. Ik begreep eruit dat de lokkasten mijn eigendom zouden worden en dat die mij pakweg 300 à 400 euro zouden kosten. Daarnaast zou ik per jaar ongeveer 400 euro kwijt aan de controles. Want er hoorde natuurlijk wel een jaarlijkse inspectie bij om te kijken of alles nog in orde was.

Terwijl ik in mijn hoofd een optelsommetjes maakte, toverde de man een contract uit zijn tas. Voor het gemak was dat al grotendeels ingevuld. ‘Ik teken nog niks,’ zei ik waarschuwend, ‘want ik weet nog helemaal niet of ik dit wil.’

Gelukkig hoefde dat ook niet. Ik mocht er nog even over nadenken. Pas als ik van zijn diensten gebruik zou willen maken, hoefde ik alleen maar te tekenen en het contract op te sturen.

Geen bedragen
Ik liep het formulier na en miste daarop een vrij relevant gegeven: een bedrag. De ruimte waar dat had moeten staan was leeg. Toen ik hem daarop attendeerde, reageerde hij heel verbaasd. ‘Geen bedrag? O, heb ik dat er niet bij gezet?’

Koeltjes keek ik hem aan. ‘Nee, dat hebt u er niet bij gezet.’

De man nam het papier weer van me over een krabbelde er iets op. Twee bedragen die samen uitkwamen op ruim 700 euro. Maar eigenlijk hoefde ik dat al niet eens meer te zien. Mijn besluit was al genomen.

De volgende morgen hebben we de in onze ogen beste – en een stuk goedkopere – maatregel genomen om af te rekenen met ratten. We hebben een poes, type killer, gekocht. Twee dagen later lag de rat naast het kippenhok op zijn rug. Met doffe kraaloogjes bestudeerde hij het wolkendek.

Van ratten hadden we daarna nooit meer last gehad. Van die man ook niet. Ik had hem gemaild dat ik geen gebruik zou maken van zijn diensten. Laatst heb ik hem voor de aardigheid nog even gegoogeld. Het bedrijf bestaat niet meer.