Hulp van boven – het gebeurt echt!

Ik liep naar mijn auto om boodschappen voor het weekend te doen, maar er wachtte een onaangename verrassing. Lekke band. Diepe zucht. Hier had ik he-le-maal geen zin in. Probleem was vooral dat ik niet wist hoe ik een band moest vervangen.

Het leek me het beste om terug te lopen naar mijn woning, koffie te zetten en me te bezinnen. Eén ding stond vast: zodra ik niet in actie kwam, zou er niets gebeuren. En om nou de Wegenwacht te laten voorrijden, dat vond ik wat overdreven. Drie kwartier lang bleef ik dralen. Mijn overtuiging dat ik niet in staat was een band te verwisselen hield me als plakband vast aan mijn stoel. Maar ik had mijn auto nodig. Niet alleen voor mijn boodschappen, maar vooral om maandag naar mijn werk te kunnen.

Na nog een kwartier nam ik een moedige beslissing. Ik zou het gewoon proberen. Traag, met zware tred – alsof er een kruiwagen nat zand in mijn benen was gestort –  slenterde ik naar mijn auto. Mijn hart bonkte in mijn keel. Toen ik er bijna was, stapte net een buurman uit de auto die naast die van mij stond geparkeerd.

‘Lekke band?’, zei hij, terwijl hij naar mijn auto knikte. ‘Zal ik je even helpen?’

Samen hebben we de band verwisseld. Daarna wist ik hoe zoiets in zijn werk gaat. Later heb ik van die kennis ook nog eens profijt gehad.

Autoband
Tja, lekke band. Wat doe je dan?

Ik ben geen Bijbelkenner. Toch is één zin daaruit zo’n beetje mijn lijfspreuk: ‘God helpt degene die zichzelf helpt’. Mijn ervaring is dat dit werkt. Zodra ik me ertoe zet iets te doen wat moet gebeuren maar wat ik erg spannend vind, krijg ik hulp.

Probleem opgelost

Actie ondernemen is de sleutel. Daar begint alles mee. Ik heb het meegemaakt toen ik twee jaar geleden na mijn scheiding verhuisde. Ik had wat grote objecten op Marktplaats gezet omdat ze niet in mijn nieuwe woning zouden passen en die zijn precies op tijd weggehaald. Probleempje vormde aanvankelijk wel een stapel straattegels – stuk of zeventig – die ik vanaf de schuur naar de weg had gesjouwd om te worden opgehaald. De man die interesse had getoond zag er uiteindelijk vanaf. Ik bleef daardoor met al die stenen zitten – en met een hoop pijn in mijn rug. Ik kon de stenen daar niet laten staan. En ze terugbrengen naar de schuur, honderd meter verder, dat sprak me ook niet zo aan. Ook dit probleem is opgelost. Een medebestuurslid van de plaatselijke voetbalclub kon ze goed gebruiken en heeft ze dezelfde dag opgehaald.

Een ander, maar meer praktisch probleem vormde het vervoer van een enorme computerkast. Een paar potige mannen kwamen hem halen met een bestelwagen. En die was nét te klein. De kast paste er op vijf centimeter na niet in. En nu bracht een overbuurman uitkomst. Hij zag ons schutteren en riep: ‘Ik heb een aanhanger. Willen jullie die gebruiken?’ Probleem opgelost.

Sterker nog: ik mocht de aanhanger zelf ook gebruiken voor mijn verhuizing en dat kwam erg goed van pas. Ik heb er van alles mee vervoerd: grofvuil naar de milieustraat, dozen naar mijn nieuwe adres en nog wat grote objecten naar mijn Shurgard-opslag. De aanhanger – beter gezegd: mijn overbuurman – heeft mij gered.

Aanhanger
De aanhanger kwam als geroepen.

Het meest wonderlijke voorval deed zich voor zijn tijdens een weekendje erop uit met een vriend van me. Onze fietsen hadden we meegenomen, en daar had ik bij voorbaat al geen goed gevoel over. Mijn vriend had een betere fiets en vooral een betere conditie. Met gepaste reserves stapte ik op een vroege zaterdagochtend voor ons hotel in Otterlo op het zadel om ‘lekker lang’ te fietsen. Het ging meteen mis. We moesten al snel door bospaden met rul zand en het lood sloeg in mijn benen. Het is niet meer goed gekomen. Ik deed mijn best, maar kon mijn vriend niet bijbenen. Zodra in de verte weer een heuvel opdoemde, zonk alle moed me in de schoenen.

‘God, help me!’

Toen bleek dat we waren verdwaald en erg ver van ons hotel waren brak er iets bij me. We fietsten eindelijk op een vlak, geasfalteerd pad, maar het werd ineens een beetje zwart voor mijn ogen. En we moesten nog zó lang. ‘God, help me!’ kermde ik uit de grond van mijn hart. En toen gebeurde het. Het stuur leek te worden overgenomen en de een of andere kracht zorgde ervoor dat ik naast het fietspad in een strook met kiezelstenen terechtkwam. Ik had er geen enkele invloed op en kon het alleen maar laten gebeuren. Na tien seconden klonk er een soort plofje en liep mijn band sissend leeg. Voor mij was de fietstocht ten einde.  Ik stapte af en besefte het met trillende benen.

Moest ik nu lopend naar het hotel? Nee, dat hoefde niet. Er kwam een bestelauto aanrijden. Die stopte naast ons. De bestuurder stapte uit en vroeg welke kant we op moesten. ‘Otterlo? Nou, daar moet ik ook heen. Zet de fietsen maar achterin en stap maar in.’

Hulp van boven – het bestaat echt. Alleen moet je er soms wel even om vragen.

Fiets
De fietstocht kreeg een verrassend einde.