Gezond afvallen – met een knipoog naar Dolle Mina

Dolle Mina's hadden de leuze 'baas in eigen buik'
Baas in eigen buik…

Rijden leverde geen problemen op, maar vanwege de storm moest ik wel mijn stuur stevig met beide handen vasthouden. Ik bereikte mijn bestemming ongedeerd. Een halfuur later reed ik terug over dezelfde weg. Die zag er toen net even anders uit. Vier politieauto’s met de zwaailichten blokkeerden de doorgang. Agenten in gele hesjes leidden het verkeer om. Twee auto’s met flinke deuken werden weggetakeld. De dader – een kloeke boom – lag dwars over de rijbaan. Ik had hem op de heenweg zomaar op mijn dak kunnen krijgen.

Wat ik hiermee zeggen wil: mijn leven heb ik niet geheel in de hand, ik kan zomaar in allerlei onvoorziene situaties terechtkomen. Maar wat ik wel in de hand heb: in hoeverre ik me aan het programma houd om een gezond gewicht te bereiken. ‘Jij hebt de regie over je lichaam’, zei mijn coach laatst. En zo is dat. Baas in eigen buik, noem ik het zelf, met een knipoog naar de Dolle Mina’s uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. 

De Dolle Mina’s, ken je ze nog? Als je net als ik tegen de 60 jaar loopt opent zich vast een luikje in je geheugen. Even ter opheldering: Dolle Mina was een linkse, nogal radicale feministische actiegroep die streed voor gelijke rechten voor vrouwen. De dames zochten het in ludieke acties. 

Ze bestormden Kasteel Nijenrode, de oudste universiteit van Nederland. Die was namelijk alleen toegankelijk voor mannen. 

Ze verbrandden een dameskorset bij het standbeeld van Wilhelmina Drucker, de heldhaftige politica, feministe en vredesactiviste naar wie de groep is vernoemd. 

Ze bonden openbare urinoirs dicht met roze linten omdat dergelijke gelegenheden voor vrouwen niet bestonden. 

En onder het motto ‘Baas in eigen Buik’ onderstreepten ze dat vrouwen zelf moesten kunnen beslissen over abortus. 

Gelijk hadden ze. 

Stuk voor stuk mislukkingen

Mijn eigen actie om een gezonder leven te leiden met het gewicht dat daarbij past is helemaal niet zo ludiek. Hoewel, voor mij wel. Het programma waarvoor ik heb gekozen is geheel anders dan de diëten die ik ooit heb gevolgd. Van Atkins tot Montignac, van sap- tot smoothiekuur – het waren stuk voor stuk mislukkingen. Wat vooral te maken had met mijn gebrek aan disclipline. Binnen een week wilde ik 10 kilo kwijt en anders maar niet. Meestal haalde ik het einde van de week trouwens niet wegens scheurende honger. 

Smoothies drinken om af te vallen.
Smoothies als ontbijt… ook dat werkte niet.

Nee, dan is wat ik nu doe geheel andere koek. Nu draait het ‘gewoon’ om gezonder eten in afgepaste hoeveelheden. Zo bereik ik een gezond gewicht. Heb ik mijn streefgewicht bereikt, dan trek ik mijn nieuwe leeflijn permanent door aan de hand van nieuwe voorschriften en aanbevelingen.  

Knoopjes sprongen eigengereid van mijn overhemden

Dat streefgewicht komt steeds meer in de buurt. In september woog ik nog 85,4 kilo en sprongen de knoopjes eigengereid van mijn overhemden zodra ik die om mijn lijf spande. En nu, volgens de laatste meting, toont de display op de weegschaal 73,2 kilo aan – ja, ho ho, met mijn kleren aan, hè, en ná mijn ontbijt! Nu gaat het erom de laatste rit naar de finish te volbrengen. Op naar de 65 kilo. 

Het viel me niet altijd mee. Ik was een tijdje eigenlijk best tevreden. Dat vertaalde zich in het laten vieren der touwen, een wat makkelijke houding. Toch maar even dat stukje chocoladecake, eigenhandig gebakken door mijn lieve dochter. Handje chips tijdens het voetballen kijken met mijn zoon – het sloop er zomaar in. 

Chocoladecake. Razend lekker, maar niet erg gezond.
Nou, één stukje dan.

Dan moet je net mijn coach hebben. Die houdt me scherp en dat heb ik keihard nodig. Op eigen kracht zou het me toch niet helemaal lukken, vrees ik. 

Ik hield me alweer aan ruim 2 liter water drinken per dag. Dat gaat me zelfs heel makkelijk af. Van nature dronk ik nooit zoveel, maar nu zit het in mijn systeem. Ik krijg zelfs een droge mond en dorst als ik even vergeet een nieuw longdrinkglas te vullen. En dan zit er al anderhalve liter in mijn mik. 

Ik tackle mijn snacktrek

Ik slaag er steeds beter in mijn snacktrek te tackelen. Die speelt soms rond een uur of vijf op en dat is voor mij nogal een dingetje. Hoe ik daarmee afreken? Eigenlijk verrassend eenvoudig: begint het in de maagstreek te knagen, dan… neem ik dat gewoon waar, benoem ik het en doe ik er verder niets mee. En verdomd, dan verdwijnt dat gevoel gewoon. Echt waar. 

Nu moet ik me alleen nog houden aan de regel om mijn voeding af te wegen en me streng aan de voorgeschreven porties te houden. Daarmee ga ik de volle winst boeken, het is het laatste wat me te doen staat. 

‘Jij hebt de regie over je lichaam’, zei mijn coach. Ze zei het tussen neus en lippen door, terwijl ze onze nieuwe afspraak in haar agenda noteerde. Het heeft me enorm getriggerd, ik voelde een enorme munt vallen. Ja, dit heb ik geheel in eigen hand. Ik ben baas in eigen buik.

Binnen twee maanden haal ik de finish. Juichend! 

Finish
De finish komt in zicht.

Lees ook:

Hoe ik 15 kilo verantwoord ga afvallen

Afwegingen tijden mijn afvalrace

9 kilo lichter – mijn overhemden bloezen weer

Bewuster eten – een cracker is best lekker

Minder astmaklachten door af te vallen

Culinaire reis met aangename verrassingen

Gezonder eten – een volgeladen groentelade

Gezonder eten: een volgeladen groentelade

Gezond bordje
Vegetarische kip, wortels, sperziebonen, pastinaakfriet. O, ik ben zo lekker gezond bezig.

Je had vroeger de groentelade van mijn koelkast eens moeten zien. Gewoon triest. Trok je hem open, dan staarde je in een vrijwel lege bak. Hooguit rolden drie achtergebleven spruitjes van de ene naar de andere kant. Om de ruimte toch maar te benutten stouwde ik die vol met pakken vanillevla, melk en yoghurt en daar legde ik dan flesjes bier bovenop. Maar nu ik een programma volg om gezonder te eten en af te vallen prop ik die lade vol met pastinaak, rucola, komkommers, tomaten, courgettes, winterpenen en wat al niet meer. Een kleurrijk gezicht. Maar vooral motiveert het me om met die groente aan de slag te gaan. 

Ik doorloop het traject sinds september en ik heb afgelopen week de balans opgemaakt. En dat stemde tot tevredenheid: 11 kilo afgevallen, een fit gevoel, en gezonde eetpatronen die er bij mij steeds meer inslijpen. Nu nog 9 kilo eraf. Dan weeg ik 65 – snelle rekenaars weten nu dat mijn weegschaal in augustus nog door zijn rubberen pootjes zakte onder een gewicht van ruim 85 kilo’s – en start ik de laatste fase, die ik tot mijn onherroepelijke dood ga volhouden. De fase van het stabiliseren. Op gewicht blijven met voeding die bij mij past. Zo loop ik behoedzaam om de valkuil heen waar ik vroeger al zo vaak in ben gedonderd. Dieet gevolgd, of na een halve week afgebroken, en hop, handenwrijvend meteen de spareribslijn bellen.  

Weegschaal
Mijn weegschaal hoeft zich steeds minder schrap te zetten als ik erop ga staan.

Overal gooide ik een hele chorizo in

Koken heb ik altijd al leuk gevonden. En dan vooral stoofpotten maken met veel rundvlees en, voor mij vanzelfsprekend, een hele chorizo. Die gooide ik overal in waar het ook maar enigszins kon – in de boerenkoolstamppot, tussen de spruitjes, in de macaroni, in de linzensoep, in de andijvieschotel – en zo kreeg elke maaltijd een extra smaakdimensie. 

Chorizo, een echte smaakmaker
Chorizo, de multifunctionele smaakmaker.

Géén salade

Ik deed alleen niet zo veel met groente. Het hoorde er nu eenmaal bij, maar mijn focus lag daar gewoon niet op. En waar ik simpelweg een hekel aan had: salades maken. Dat gedoe met die blaadjes sla. Toen ik nog getrouwd was heb ik op een kerstavond uitgebreid voor negen man gekookt. Niets was me te veel. Maar ik heb vooraf wel een waarschuwing uitgedeeld: ‘Beste mensen’, zei ik, ‘Ik wil met alle liefde koken, maar… ik maak géén salade. Wie een salade bij het eten wil, mag deze geheel op eigen kracht klaarmaken.’ 

Het kon maar beter gezegd zijn, vond ik. 

Homemade dressing

Maar moet je me nu eens zien. Mede geïnspireerd door mijn fantastische vriendin, die gezellig met me meelift terwijl dat met haar droomfiguur echt niet nodig is, maak ik regelmatig een heerlijke salade. Voor de lunch, als hoofdgerecht in de avonduren of als bijgerecht. Uiteraard met homemade dressing. En daarvoor maak ik dan een doordachte keuze uit mijn rijkelijk gevulde groentelade.  

Soms vegetarisch

Ik ga nog een stap verder. Ik eet soms vegetarisch. En daarbij word ik dan weer geïnspireerd door mijn 17-jarige dochter. Pakweg vijf jaar geleden had ze ook al besloten geen vlees meer te eten. Daar ben ik toen als koker des huizes in mee gegaan, maar niet zo van harte. Ik vond het algauw te veel gedoe om voor haar ik iets aparts te maken. Ja, sorry hoor.

Bovendien hielp de supermarkt waar ik kwam me ook niet echt op weg. Of ik had de verkeerde supermarkt gekozen of deze winkel had niet zo veel oog voor het gilde der vegetariërs. Hoe het ook zij, pas na lang zoeken stuitte ik op de versafdeling op een vak zo groot als een schoenendoos waarin wat vegetarische producten lagen. Een klein stapeltje kunstburgers en drie ‘schnitzels’. Meer niet. Ik heb het geprobeerd, maar lèkker… nou, nee. Ook mij dochter zat er niet bepaald van te smikkelen. 

Nu heeft ze haar vegetarische aspiraties weer opgepakt en ik haak daar een stuk enthousiaster op in. De supermarkt waar ik nu kom heeft veel meer keuze en het zijn echt heerlijke producten. Die haal ik dan af en toe in huis. En die bewaar ik dan in mijn rijk gesorteerde groentelade. 

Het wordt nog wel wat met mij, denk ik. 

Salade
Een heerlijke salade.

Culinaire reis met aangename verrassingen

Pastinaak
Zo leeft de pastinaak in het wild.

Kijk hem nou liggen. Een beetje zielig geval. Bleek. Gerimpeld. Vol vlekken. Er steekt zelfs een haar uit. Maar ik weet inmiddels beter. De pastinaak, een van de zogenaamde vergeten groenten, mag er dan niet bepaald appetijtelijk uitzien, met zijn zoetige smaak is hij verdomd lekker. Een aangename verrassing tijdens de culinaire ontdekkingstocht die ik heb ingezet om mijn eetpatroon om te gooien, gezonder te koken en overtollige kilo’s af te vallen. 

Laat ik eerlijk zijn: van groente moest ik aanvankelijk niets hebben. Met mijn Bourgondische inslag lag mijn focus vooral – lees: uitsluitend – op vlees. Véél vlees. Een halve kip, spareribs – vooraf een uurtje gebadderd in een pittige marinade, een schaaltje knoflooksaus binnen handbereik – zo breed dat ze ver over de rand van mijn bord uitstaken, een bal gehakt met de omvang van een grapefruit. Daar droomde ik van. Als kind al. Thuis sloop ik ‘s ochtends na het wakker worden regelmatig de keuken in en dan keerde ik terug in bed met een kloek kookboek onder mijn arm. Lekker lang en loom bladeren en me vergapen aan foto’s van vleesgerechten. 

Spareribs
Spareribs. Een van mijn favoriete gerechten. Tenminste, in het recente verleden.

Mijn moeder zette ‘s avonds de reguliere driehoek aardappelen-vlees-groenten op tafel. Mijn vader bewaarde het lekkerste voor het laatst – het vlees – maar bij mij was dat als eerste op. 

Zo’n melig klontje in mijn keelgat

Groente hoorde er nu eenmaal bij en dat at ik braaf op. Soms was dat letterlijk flink slikken. Gekookte andijvie. Ik gruwelde ervan. Zeker omdat het papje melk met maïzena er niet altijd goed doorheen was geroerd. Gleed er ineens zo’n melig klontje door mijn keelgat. Brrrrr. 

Het kon nog erger.  

Postelein. Daar zag ik echt als een berg tegenop. Die constructie. En zó zuur. Af en toe droom ik er nog van. Dan schrik ik rond 3 uur in de nacht uit mijn slaap en zit ik met een schreeuw in één beweging rechtop in mijn bed. Het klamme zweet op mijn voorhoofd en elders. 

Postelein
Postelein. Nog altijd gruwel ik ervan.

Het was gedaan met de groente

Toen ik eenmaal op mezelf ging wonen, was het gedaan met deze groenten. Met andere groenten overigens ook. Ik haalde mijn favoriete soorten vlees in huis, en voor het idee wat sla, sperziebonen of wortels. Daarnaast deed ik met grote regelmaat een beroep op pizzalijn, snackbar en Chinees restaurant. Warme banden heb ik gesmeed, veel vrienden gemaakt.

Erg gezond at ik niet. 

Maar dat is nu veranderd. De weegschaal kreunde onder mijn gewicht, als ik de trap opliep pufte ik als een stoomlocomotief en mijn buik oogde als een rugbybal. Het roer moest om en snel ook

Programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen

Sinds drie maanden volg ik een programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen. Het werkt uitstekend. Ik voel me goed, ben inmiddels 11 kilo lichter en heb als extra voordeel geen last meer van astmaklachten

Ik maak mezelf een nieuw eetpatroon eigen dat voor mij steeds vanzelfsprekender wordt. Een patroon met een normale hoeveelheid vlees, veel groente en vaker vis. Geen aardappelen, geen rijst, geen pasta. En allemaal uitgebalanceerde maaltijden. Na het eten plof ik niet meer met een volle pens op de bank, maar ook niet met het gevoel dat er nog best iets bij had gemogen. 

De heerlijke smaak van pastinaak

Het is een ware culinaire ontdekkingstocht, waarbij ik op mij onbekende ingrediënten stuit. De zogenaamde vergeten groenten. Mijn mooie, lieve vriendin haakt daar slagvaardig op in. Zij houdt rekening met me en kookt volgens de principes van het programma dat ik volg. Zo schotelde ze me laatst een puree voor waarin knolselderij een hoofdrol vertolkte. Een aangename verrassing – het gebaar én de smaak.  

Ook zette ze laatst een bord voor mijn neus met iets erop dat op friet leek. Pastinaak, zei ze erbij toen ze de vraagtekens in mijn ogen zag. Pastinaak? Dat bleke, gerimpelde type? Met die haren? Ik deinsde even terug.  Maar potverdikkies, wat lekker.  

Erg lekker ziet zo’n stelletje pastinaken er niet uit. Maar je moet ze maar eens proeven.

Hier valt nog veel te ontdekken en te ontginnen, besefte ik. Schorseneren. Meiraap. Aardperen. De namen ken ik, maar deze vergeten groenten laat ik standaard links liggen. Helemaal niets wil ik met ze te maken hebben.  

Tot nu. Er gaat een nieuwe wereld voor me open.  

Pastinaakfriet
En zie daar: pastinaakfriet.

Geïnspireerd geraakt? Vergeten groenten in ere herstellen? Bekijk deze boeken:

Jean Baptiste, Nicole Prades – Vergeten groente opnieuw ontdekken

Jean-Luc Muselle – Vergeten groenten van A tot Z

Keda Black – Vergeten Groenten

Marianna Buser – Vergeten groenten

Bewuster eten: een cracker is best lekker

Volkoren crackers van Wasa eet ik elke dag.
Elke dag op mijn menu.

Mijn trein sjokt station Purmerend binnen. Bijna thuis. Mag ook wel, rond half 8 in de avond. Ik heb een intensief oogonderzoek in Rotterdam achter de rug, en een rit van tweemaal anderhalf uur. Mijn lege maag protesteert. Beelden van een enorme zak patat met een royale klodder mayonaise erop doemen op. Maar ik volg een programma om kilo’s kwijt te raken en dergelijke snacks passen daar niet in. Dilemma. Een meisje dat links van me zit belt met haar moeder. ‘Zal ik maar even langs Febo lopen en patat en kroketten meenemen?’ vraagt ze.  ZEG-DAT-NOU-NIET! Tien minuten later loop ik door het centrum. Zowel Febo als Albert Heijn ligt op de route. Als ik de snackbar passeer, hoor en ruik ik verse frieten die in het frituurvet spetteren… 

Ik houd mijn pas in. Ik wik en ik weeg. En dan… verman ik me en loop door. Met een mengeling van spijt en trots. Bij Albert Heijn koop ik een stoomgerecht bomvol groente – ook niet helemáál de bedoeling, want ik word geacht vers te koken, maar toch…  De verleiding heb ik heldhaftig weerstaan. 

Hoe anders was dit in het recente verleden. Met de trein heen en weer naar mijn werk in Hilversum, nóg later thuis dan gepland vanwege natte herfstbladeren op het spoor, mijn kinderen bij mijn ex. Nou, dan wist ik het wel: rechtstreeks naar de snackbar of de Chinees. Thuis stortte ik binnen tien minuten mijn patat of nasi goreng naar binnen, soms zonder te kauwen. Onderwijl bladerde ik de krant door of ik zapte langs alle tv-kanalen. 

Dit alles behoort tot de voltooid verleden tijd. Ik ben onder professionele, medisch onderlegde begeleiding een programma aan het volgen dat gaat leiden tot een uitgebalanceerd, gezond eetpatroon en een normaal gewicht.  

Patat met mayonaise. Vroeger een must, nu niet meer.
Voltooid verleden tijd.

9 kilo afgevallen in amper 6 weken

Het is goed te doen. En binnen amper 6 weken was ik 9 kilo afgevallen. De gevreesde gierende trek bleef tot mijn verrassing uit. Maar de laatste twee à drie weken had ik eerlijk gezegd wel wat moeite met de discipline, toch al niet een kwalificatie die ik in ruime mate bezit. De touwtjes liet ik wat vieren. 

Ik dronk een paar longdrinkglazen water per dag, in plaats van de voorgeschreven tweeënhalve liter.  

Mijn groente en vlees woog ik niet af.  

Ik roerde speels twee volle lepels pindakaas door de gebraden kipfilet.  

Tegen alle regels in drapeerde ik toch wat rijst of gebakken aardappelen op mijn bord. Mijn dochter at mee, ik had te ruim gekookt en ja, weggooien is toch ook weer zonde… 

Het logische gevolg…

Het gevolg bleef niet uit. Dat bleek tijdens het weegmoment bij mijn coach. De weegschaal gaf 76,4 kilo aan en liet het daar stug bij. Hetzelfde gewicht als twee weken eerder. Geen grammetje afgevallen. Ja, ik had nu mijn kleren aan, maar veel zal het niet schelen – ik ging niet gekleed als een astronaut, pakwerker of ijshockeyer.  

Het pak van een astronaut had best gescheeld.
Nee, ik droeg geen astronautenpak.

Een gevoel van teleurstelling kwam op. Ik had gehoopt – en stiekem verwacht – onder de 75 kilo uit te komen.  

Blij met mijn coach

Kijk, en juist op dat moment was ik zeer blij met mijn coach. Zij heeft me weer op scherp gezet. Niet met een vermanende wijsvinger, geen strafregels, geen zweepslagen, maar met een positieve benadering.  ‘Het gaat toch goed?’ En: ‘Focus je op gezond eten, niet op het verliezen van kilo’s.’ 

Daar kan ik wat mee. 

De touwtjes heb ik nu weer aangetrokken. En geen ‘moeten’, maar gewoon bewuster eten. Omdat ik dat wil.

Dus drink ik elke dag weer minimaal tweeënhalve liter water.  

Ik heb de keukenweegschaal, die ik al drie weken in huis heb, uit zijn verpakking gehaald en weeg alles af.  

Geen korreltje rijst meer. Geen flinter aardappel. Geen kruimel brood. 

Back on track

Ik ben back on track. En het aardige is: ik kook en eet nog meer mindful dan ik vanaf het begin al deed.  

Bloemkool kook ik in een kleine pan. Het gas moet dan wel laag, want anders loopt het water er na tien minuten als een waterval uit. 

Ik kauw beter en geduldiger, wat nog best een toer is vanwege het gemis van diverse kiezen. Maar ja, als ik dan toch minder eet, laat ik er dan maar wat langer over doen. 

Ik proef alles veel intenser. Een cracker is bijvoorbeeld best lekker, besef ik. Als beleg kies ik voor een gekookt ei en een snufje kerriepoeder. Of een plakje geitenkaas, schijfjes tomaat en peper. Of toegestane smeerkaas met appel en kaneel. 

Een cracker: gezond en lekker.
Even leuk aankleden en dan geniet ik van een cracker.

Drie keer een bord opscheppen? Nee, dat doe ik al lang niet meer. Restanten gaan de vriezer in. 

De weegschaal laat ik even de weegschaal. Maar potverdikkies, wat voel me prettig. Mijn winterjas zit weer een stukje ruimer en als ik mezelf van opzij in de spiegel bestudeer… zie ik duidelijke vorderingen.

Geen brommerhelm onder mijn trui, maar een stapeltje bubbeltjesenveloppen – daar lijkt het nu meer op. 

En ik slaap weer op mijn buik. Sinds járen. 

Nieuwe kookzin: het mes snijdt aan twee kanten

Koken met verse groenten
Gezond koken. Elke avond.

De bel. Ik spring verheugd op, spoed mij naar de hal en druk op de knop om mijn zeer gewenste bezoek beneden bij het portiek toegang te verlenen. Ik hoor hem de trap beklimmen en wrijf mezelf al in de handen. Pizza calzone deze keer, zo’n dubbelgeslagen massa deeg met daarin een mix van gehakt, tomaat, salami, ham en champignons. Tikkie te machtig, maar ik sla me er vast weer dapper doorheen. Als de bezorger in beeld verschijnt blijkt dat hij niet alleen de vertrouwde witte kartonnen doos bij zich draagt. ‘Alstublieft,’ zegt hij. En hij reikt me een fles chianti aan. ‘Omdat u zo’n goede klant bent.’  

Dit cadeautje viel me jaren geleden ten deel, toen ik eenmaal op mezelf woonde. Een sympathiek gebaar, dat zeker, maar het gaf me wel te denken. Net zo confronterend verliep in dezelfde week mijn bezoek aan het Chinees restaurant bij mij in de straat. Toen de medewerker mij binnen zag lopen, verscheen op zijn gezicht een brede glimlach. ‘Ah, nasi goleng speciaal?’  

‘Eh, ja, nasi goreng speciaal,’ antwoordde ik. 

Ik kookte nauwelijks, maar bestelde liever een pizza.
Ik deed goede zaken met de pizzalijn.

De gebruikte borden en pannen stapelden zich op

In koken had ik in die tijd geen enkele zin. Mij repertoire was ook niet zo breed. Als ik al mijn eten zelf bereidde, kwam ik niet verder dan roerbakken. Scheut olijfolie in een wok, blokjes kipfilet laten sissen, zakje gesneden groente erbij en daarnaast wat rijst koken. En omdat afwassen mij evenmin aantrok stapelden de borden, pannen en het bestek – dat ik allemaal o zo praktisch in de gebruikte wok verzamelde – zich gedurende de week op. 

Nee, gemak dient de mens en ik hou van lekker eten. Daarom deed ik enerzijds goede zaken met pizza- en spareribslijnen – ik maakte een waaier van het stapeltje folders en trok er met mijn ogen dicht eentje uit – en anderzijds met snackbar en afhaalchinees.  

Goede klant bij de afhaalchinees.
Nasi van de afhaalchinees. Lekker makkelijk.

Dan trek je niet een paar blikken tomatensoep open

Het heeft lang geduurd. Totdat ik mijn inmiddels ex ontmoette en we samen gingen koken. Ik kreeg er zowaar lol in. Het werd zelfs een grote liefhebberij. Ik zag het licht op een kerstdag. We hadden mijn familie uitgenodigd om te blijven eten en ja, dan trek je natuurlijk niet een paar blikken tomatensoep open.  

We hadden er echt werk van gemaakt. Op mijn schouders rustte onder meer het maken van kipsaté als voorafje. Ik heb me hier vol aandacht en zeer geconcentreerd op geworpen. De reacties waren lovend. Een passie was geboren. 

Van Aziatisch tot Zuid-Europees

Jaren later mag ik zeggen dat ik, als ik mijn aandacht erbij houd en het allemaal op mijn gemakkie doe, best lekker kan koken. Van Aziatisch tot Zuid-Europees, ik kan een beroep doen op een bont, rijk geschakeerd palet. Heb zelfs eens, samen met mijn dochter, op een kerstavond voor een achtkoppige vriendengroep gekookt. Paella als hoofdgerecht, tapas vooraf en een Spaans getint toetje als afsluiting. Olé! Erg leuk om te doen en het was een groot succes. 

Mijn voorkeur is altijd uitgegaan naar stoofpotten maken. Het liefst een avond van tevoren. Snijplank klaarleggen, batterij messen ernaast, glaasje rode wijn in de buurt. Berg rundvlees op de bodem van de pan, groente en kruiden erbij en dan drie uur laten sudderen. Heerlijk. 

Stoofpotten maken was bij mij favoriet.
Stoofpotten maken, het liefst een avond van tevoren.

Witte bolletjes met rookworst

Toen ik in Hilversum ging werken is het koken een beetje in het slop geraakt. Vaak was ik om halfacht thuis in Purmerend – tenminste, als er niemand voor een trein was gesprongen. En dan moest ik nog boodschappen doen en eten maken. Dat was soms nogal een opgave. Dan koos ik toch maar voor witte bolletjes met rookworst of een pizza uit de supermarkt. 

Dat is nu voorbij. 

Ik heb een werkgever in mijn woonplaats gevonden en werk nu om de bekende redenen zelfs vrijwel volledig thuis en vanuit huis. Tijd genoeg om te koken. Maar vooral ben ik nu bewust bezig met gezond eten. Verse groente, ooit door mij verketterd, vormt de basis. 

Zelf koken met verse groente als basis.
De tijden zijn veranderd.

Ik maak alles zelf en daaraan beleef ik dubbel plezier. Het geeft enerzijds veel voldoening als ik een gezonde maaltijd bereid, anderzijds word ik er behoorlijk zen van. Paprika’s snijd ik met een aardappelmesje traag in kleine reepjes. Blokjes kipfilet gun ik alle tijd om in een badje van sojasaus op smaak te komen. De vlam onder de pan zet ik standaard laag.  

Mindful koken. Dat is wat ik doe.