Een comfortabele coronacadans

Steeg.
Stille steeg. Deze keer ook tijdens Koningsdag.

Gezellig babbelend wandelden mijn dochter en ik rond elf uur ‘s avonds door de steeg naar mijn woning. Onze aandacht richtte zich vanzelf op een tienerjongen die tegen de muur schuin tegenover mijn portiekdeur stond te plassen. Geen zweem van gêne. Hij keek alleen wat verstoord op toen hij voetstappen hoorde. “Ja, ga jij even lekker in mijn steeg staan pissen, idioot!” riep ik hem in authentiek Amsterdams toe. Werd-ie nog brutaal ook. “Sodemieter op,” reageerde hij, terwijl hij zijn gulp dichtritste en zich uit de voeten maakte. Het liefst had ik hem bij zijn nekvel gepakt en hem even stevig ‘met zijn neus op de feiten gedrukt’. Had makkelijk gekund. Hij oogde vrij tenger en ik was nogal boos.

Dit gebeurde een paar maanden geleden. Toen mepte het coronavirus nog niet om zich heen, waren de horecazaken nog gewoon in bedrijf en werd mijn steeg door rondhangende jongeren als openbaar toilet gebruikt. Niet dat dat nou doorlopend voorkomt, maar toch. Vervelend is het wel. Zoals ik het ook best vervelend vind dat ik laatst mijn fiets en die van de kinderen aantrof met een lek gestoken achterband.  

Doodstil in mijn woonomgeving

Van dit alles heb ik nu geen enkele last. Zo brengt de coranacrisis, hoe ingrijpend ook, toch positieve effecten met zich mee. Ook de Koningsdag, die normaliter garant staat voor rumoer door jongeren die in de nachtelijke uren dronken door de stad zwalken en uitgerekend in mijn steeg een plaspauze inlassen, is nu gladjes verlopen. Het was doodstil in mijn woonomgeving, het centrum van Purmerend. Want wat heb je als jongere in Purmerend te zoeken als alle kroegen stijf gesloten zijn? Inderdaad, niet zo gek veel. 

Meer dan geslaagde Koningsdag

Het was voor mij zelfs een meer dan geslaagde Koningsdag. Zonnig, briesje en heerlijk rustig. Eigenlijk zoals het al een paar weken is. Ik ga moeiteloos mee in het ritme dat de crisis ons oplegt. Een comfortabele coronacadans. Zo ervaar ik het.  

Voor wie het weten wil: Koningsdag begon voor mij al vroeg.  Rond zes uur schoot ik fit en monter wakker, met veel zin in de dag die voor mij lag. Om halfzeven klapte ik, fris gedoucht, haartjes nat, koffie en bak Griekse yoghurt met muesli naast me, mijn laptop open. Even een paar uurtjes werken voor mijn krant, want dat gaat – gelukkig – altijd door. Twee verhalen geschreven en een paar doorgemailde persberichten bewerkt en toen was ik klaar. De computer kon uit, de deur naar mijn dakterras open. 

Spannende thriller

Ik was net begonnen aan een spannende thriller van Michael Robotham, een van mijn favoriete schrijvers, en heb die vrijwel in één ruk uitgelezen. Ik heb het boek alleen rond zes uur even weggelegd om een kant-en-klare maaltijdsalade in een schaal te kieperen en op te eten. Daarna vatte ik het lezen weer op. Het was bijna acht uur toen ik bladzijde 538 omsloeg – de laatste – en ik het boek tevreden, maar ook met spijt omdat het onverbiddelijk uit was, dichtklapte. Topdag. En toen was de avond nog maar net aangebroken.  

Michael Robotham.
Vrijwel in één ruk uitgelezen. Diepe buiging voor de auteur.

Mijn twee huisgenoten – poes Coos en kat Bliksem – hebben deze dag helaas weinig lol aan mij beleefd.  Ze mogen niet naar buiten, want anders vrees ik dat ze via de goot op het dak springen en ik ze nooit meer terugzie, en dus zaten ze aan de andere kant van het raam op de lage schoenenkast. Met grote ogen, vol onbegrip, staarden ze door het raam naar hun baas, die onafgebroken in één houding op een stoel met een boek in zijn handen zat. Binnen hun gezichtsveld, maar buiten hun bereik. 

Katten.
Zij binnen, ik buiten. Leg dat maar eens aan ze uit.

Eenmaal binnen – zodra de zon rechts achter een kerktoren duikt wordt het ineens erg fris – heb ik het helemaal met ze goedgemaakt. Knuffel- en ravotmomentje ingelast, brokjes en water bijgevuld, en toen waren ze weer tevreden. 

Tja, de coronacrisis houdt ons thuis en ik ben er uitstekend tegen bestand. Ik doe weinig dingen anders dan normaal en heb nergens last van. Maar misschien ben ik wel gewoon enorm saai. Dat kan natuurlijk ook. 

De coronacrisis – er is ook leuk nieuws

Toiletpapier.
Tja, wc-rollen hamsteren – het gebeurt gewoon echt.

Zo. Net nog even naar de supermarkt geweest en de laatste wc-rollen uit het schap gegrist. Tien familiepakken twee laags papier met roze hartjes erop – niet helemaal mijn smaak, maar dat maakt nu even niet uit – en nog twee pakken gerecycled toiletpapier. Ik kan voorlopig voort. Schijt aan degenen die na mij komen en mistasten. Er schuifelde nog een oude vrouw met haar rollator richting schap, maar die was dus mooi te laat…  

Nee hoor, zo zit ik niet in elkaar. Geen denken aan. Maar kennelijk zijn er dus mensen die dit echt doen. Snap daar he-le-maal niets van. Brengt de coronacrisis dit nu echt bij mensen naar boven? Ik sprak gisteren in mijn supermarkt een jonge medewerker die voor de zesde keer schappen aan het vullen was. Of ze dat gehamster hadden verwacht, vroeg ik. En ja, ze hadden het verwacht. In andere landen gebeurt het immers ook. Ze hadden alleen niet verwacht dat het zó snel en zó fanatiek zou gebeuren. 

Mooie, hartverwarmende dingen

Als redacteur van een lokale krant heb ik ook beroepsmatig met de coronacrisis te maken. Ik focus me op het goede nieuws. En ik hoef niet lang of ver te zoeken. Er gebeuren immers ook mooie, hartverwarmende dingen.  

Dat bleek al snel toen ik de Facebookpagina’s bekeek van de twee dorpen waar mijn krant uitkomt: Landsmeer en Oostzaan. Meteen nadat landelijk het sein op rood ging en allerlei deuren in het slot vielen kwamen de eerste berichten: oproepen om boodschappen te halen, om bloemen naar eenzame ouderen te sturen en – later – om zorgverleners massaal te steunen.  

Ik heb me erin gemengd om diverse acties via mijn krant, website en Facebookpagina te promoten. Een schone taak. 

En zo kwam ik in contact met Nathalie Hagenstein. 

Nathalie.
Nathalie Hagenstein weet wel raad met de vrije tijd die ze nu heeft.

Nathalie Hagenstein woont in Landsmeer en werkt nu noodgedwongen thuis. Veel werk is er nu echter niet, en dus heeft ook zij via Facebook aangeboden boodschappen te halen. Ze had meteen een dankbare ‘klant’. Nathalie heeft voor zestig euro boodschappen voor haar gehaald en heeft daarna géén tikkie gestuurd. “Want,” stelt ze, “wat is zestig euro op een mensenleven?”

Ze zou het zó weer doen. En niet omdat ze uit is op complimenten of een bedankje. “Nee,” zegt ze, “Ik wil alleen een stroom van goede daden teweegbrengen. Met de coronacrisis hebben we nu eenmaal te dealen. Maar stop met zeuren over lege schappen. Ga iemand helpen.” 

Iets om over na te denken.  

Een extra shout out naar de zorg

Nee, Nathalie maakt zich niet druk om de lege schappen in de supermarkten. Wel om degenen die dezelfde schappen zes keer per dag vullen. En om degenen die in de zorg werken en het uiterste van zichzelf vergen. “We moeten meer stil staan bij de mensen die zich zo inzetten. Ik ben voor een extra shout out naar de zorg.” 

Uiteraard heeft ze meegedaan aan de massale, landelijke applausactie om de waardering voor zorgmedewerkers dik te onderstrepen. Voor de zekerheid had ze haar dorpsgenoten via apps en mails aangespoord om hetzelfde te doen. 

Inzamelactie voor de Voedselbank Zaanstreek

Toch gaat Nathalie nu pas echt los. De Voedselbank Zaanstreek dreigt binnen afzienbare tijd zonder spullen te zitten. Want omdat de vrijwilligers van voedselbanken niet meer bij supermarkten voor de deur staan, stokt de aanvoer. En dus zet Nathalie zelf een inzamelactie op touw. Woon je in de buurt van Landsmeer en doe je mee? Neem dan contact met haar op via nathalie173@hotmail.com

Kratten voedselbank
Nathalie start een inzamelactie voor de Voedselbank Zaanstreek.

Mooi mens, Nathalie. “Saamhorigheid is belangrijker dan wc-rollen,” zei ze nog. 

Als ik werkelijk al die wc-rollen had gekocht, had ik ze nu op een holletje teruggebracht. Allemaal.