Gezonder eten: een volgeladen groentelade

Gezond bordje
Vegetarische kip, wortels, sperziebonen, pastinaakfriet. O, ik ben zo lekker gezond bezig.

Je had vroeger de groentelade van mijn koelkast eens moeten zien. Gewoon triest. Trok je hem open, dan staarde je in een vrijwel lege bak. Hooguit rolden drie achtergebleven spruitjes van de ene naar de andere kant. Om de ruimte toch maar te benutten stouwde ik die vol met pakken vanillevla, melk en yoghurt en daar legde ik dan flesjes bier bovenop. Maar nu ik een programma volg om gezonder te eten en af te vallen prop ik die lade vol met pastinaak, rucola, komkommers, tomaten, courgettes, winterpenen en wat al niet meer. Een kleurrijk gezicht. Maar vooral motiveert het me om met die groente aan de slag te gaan. 

Ik doorloop het traject sinds september en ik heb afgelopen week de balans opgemaakt. En dat stemde tot tevredenheid: 11 kilo afgevallen, een fit gevoel, en gezonde eetpatronen die er bij mij steeds meer inslijpen. Nu nog 9 kilo eraf. Dan weeg ik 65 – snelle rekenaars weten nu dat mijn weegschaal in augustus nog door zijn rubberen pootjes zakte onder een gewicht van ruim 85 kilo’s – en start ik de laatste fase, die ik tot mijn onherroepelijke dood ga volhouden. De fase van het stabiliseren. Op gewicht blijven met voeding die bij mij past. Zo loop ik behoedzaam om de valkuil heen waar ik vroeger al zo vaak in ben gedonderd. Dieet gevolgd, of na een halve week afgebroken, en hop, handenwrijvend meteen de spareribslijn bellen.  

Weegschaal
Mijn weegschaal hoeft zich steeds minder schrap te zetten als ik erop ga staan.

Overal gooide ik een hele chorizo in

Koken heb ik altijd al leuk gevonden. En dan vooral stoofpotten maken met veel rundvlees en, voor mij vanzelfsprekend, een hele chorizo. Die gooide ik overal in waar het ook maar enigszins kon – in de boerenkoolstamppot, tussen de spruitjes, in de macaroni, in de linzensoep, in de andijvieschotel – en zo kreeg elke maaltijd een extra smaakdimensie. 

Chorizo, een echte smaakmaker
Chorizo, de multifunctionele smaakmaker.

Géén salade

Ik deed alleen niet zo veel met groente. Het hoorde er nu eenmaal bij, maar mijn focus lag daar gewoon niet op. En waar ik simpelweg een hekel aan had: salades maken. Dat gedoe met die blaadjes sla. Toen ik nog getrouwd was heb ik op een kerstavond uitgebreid voor negen man gekookt. Niets was me te veel. Maar ik heb vooraf wel een waarschuwing uitgedeeld: ‘Beste mensen’, zei ik, ‘Ik wil met alle liefde koken, maar… ik maak géén salade. Wie een salade bij het eten wil, mag deze geheel op eigen kracht klaarmaken.’ 

Het kon maar beter gezegd zijn, vond ik. 

Homemade dressing

Maar moet je me nu eens zien. Mede geïnspireerd door mijn fantastische vriendin, die gezellig met me meelift terwijl dat met haar droomfiguur echt niet nodig is, maak ik regelmatig een heerlijke salade. Voor de lunch, als hoofdgerecht in de avonduren of als bijgerecht. Uiteraard met homemade dressing. En daarvoor maak ik dan een doordachte keuze uit mijn rijkelijk gevulde groentelade.  

Soms vegetarisch

Ik ga nog een stap verder. Ik eet soms vegetarisch. En daarbij word ik dan weer geïnspireerd door mijn 17-jarige dochter. Pakweg vijf jaar geleden had ze ook al besloten geen vlees meer te eten. Daar ben ik toen als koker des huizes in mee gegaan, maar niet zo van harte. Ik vond het algauw te veel gedoe om voor haar ik iets aparts te maken. Ja, sorry hoor.

Bovendien hielp de supermarkt waar ik kwam me ook niet echt op weg. Of ik had de verkeerde supermarkt gekozen of deze winkel had niet zo veel oog voor het gilde der vegetariërs. Hoe het ook zij, pas na lang zoeken stuitte ik op de versafdeling op een vak zo groot als een schoenendoos waarin wat vegetarische producten lagen. Een klein stapeltje kunstburgers en drie ‘schnitzels’. Meer niet. Ik heb het geprobeerd, maar lèkker… nou, nee. Ook mij dochter zat er niet bepaald van te smikkelen. 

Nu heeft ze haar vegetarische aspiraties weer opgepakt en ik haak daar een stuk enthousiaster op in. De supermarkt waar ik nu kom heeft veel meer keuze en het zijn echt heerlijke producten. Die haal ik dan af en toe in huis. En die bewaar ik dan in mijn rijk gesorteerde groentelade. 

Het wordt nog wel wat met mij, denk ik. 

Salade
Een heerlijke salade.

Culinaire reis met aangename verrassingen

Pastinaak
Zo leeft de pastinaak in het wild.

Kijk hem nou liggen. Een beetje zielig geval. Bleek. Gerimpeld. Vol vlekken. Er steekt zelfs een haar uit. Maar ik weet inmiddels beter. De pastinaak, een van de zogenaamde vergeten groenten, mag er dan niet bepaald appetijtelijk uitzien, met zijn zoetige smaak is hij verdomd lekker. Een aangename verrassing tijdens de culinaire ontdekkingstocht die ik heb ingezet om mijn eetpatroon om te gooien, gezonder te koken en overtollige kilo’s af te vallen. 

Laat ik eerlijk zijn: van groente moest ik aanvankelijk niets hebben. Met mijn Bourgondische inslag lag mijn focus vooral – lees: uitsluitend – op vlees. Véél vlees. Een halve kip, spareribs – vooraf een uurtje gebadderd in een pittige marinade, een schaaltje knoflooksaus binnen handbereik – zo breed dat ze ver over de rand van mijn bord uitstaken, een bal gehakt met de omvang van een grapefruit. Daar droomde ik van. Als kind al. Thuis sloop ik ‘s ochtends na het wakker worden regelmatig de keuken in en dan keerde ik terug in bed met een kloek kookboek onder mijn arm. Lekker lang en loom bladeren en me vergapen aan foto’s van vleesgerechten. 

Spareribs
Spareribs. Een van mijn favoriete gerechten. Tenminste, in het recente verleden.

Mijn moeder zette ‘s avonds de reguliere driehoek aardappelen-vlees-groenten op tafel. Mijn vader bewaarde het lekkerste voor het laatst – het vlees – maar bij mij was dat als eerste op. 

Zo’n melig klontje in mijn keelgat

Groente hoorde er nu eenmaal bij en dat at ik braaf op. Soms was dat letterlijk flink slikken. Gekookte andijvie. Ik gruwelde ervan. Zeker omdat het papje melk met maïzena er niet altijd goed doorheen was geroerd. Gleed er ineens zo’n melig klontje door mijn keelgat. Brrrrr. 

Het kon nog erger.  

Postelein. Daar zag ik echt als een berg tegenop. Die constructie. En zó zuur. Af en toe droom ik er nog van. Dan schrik ik rond 3 uur in de nacht uit mijn slaap en zit ik met een schreeuw in één beweging rechtop in mijn bed. Het klamme zweet op mijn voorhoofd en elders. 

Postelein
Postelein. Nog altijd gruwel ik ervan.

Het was gedaan met de groente

Toen ik eenmaal op mezelf ging wonen, was het gedaan met deze groenten. Met andere groenten overigens ook. Ik haalde mijn favoriete soorten vlees in huis, en voor het idee wat sla, sperziebonen of wortels. Daarnaast deed ik met grote regelmaat een beroep op pizzalijn, snackbar en Chinees restaurant. Warme banden heb ik gesmeed, veel vrienden gemaakt.

Erg gezond at ik niet. 

Maar dat is nu veranderd. De weegschaal kreunde onder mijn gewicht, als ik de trap opliep pufte ik als een stoomlocomotief en mijn buik oogde als een rugbybal. Het roer moest om en snel ook

Programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen

Sinds drie maanden volg ik een programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen. Het werkt uitstekend. Ik voel me goed, ben inmiddels 11 kilo lichter en heb als extra voordeel geen last meer van astmaklachten

Ik maak mezelf een nieuw eetpatroon eigen dat voor mij steeds vanzelfsprekender wordt. Een patroon met een normale hoeveelheid vlees, veel groente en vaker vis. Geen aardappelen, geen rijst, geen pasta. En allemaal uitgebalanceerde maaltijden. Na het eten plof ik niet meer met een volle pens op de bank, maar ook niet met het gevoel dat er nog best iets bij had gemogen. 

De heerlijke smaak van pastinaak

Het is een ware culinaire ontdekkingstocht, waarbij ik op mij onbekende ingrediënten stuit. De zogenaamde vergeten groenten. Mijn mooie, lieve vriendin haakt daar slagvaardig op in. Zij houdt rekening met me en kookt volgens de principes van het programma dat ik volg. Zo schotelde ze me laatst een puree voor waarin knolselderij een hoofdrol vertolkte. Een aangename verrassing – het gebaar én de smaak.  

Ook zette ze laatst een bord voor mijn neus met iets erop dat op friet leek. Pastinaak, zei ze erbij toen ze de vraagtekens in mijn ogen zag. Pastinaak? Dat bleke, gerimpelde type? Met die haren? Ik deinsde even terug.  Maar potverdikkies, wat lekker.  

Erg lekker ziet zo’n stelletje pastinaken er niet uit. Maar je moet ze maar eens proeven.

Hier valt nog veel te ontdekken en te ontginnen, besefte ik. Schorseneren. Meiraap. Aardperen. De namen ken ik, maar deze vergeten groenten laat ik standaard links liggen. Helemaal niets wil ik met ze te maken hebben.  

Tot nu. Er gaat een nieuwe wereld voor me open.  

Pastinaakfriet
En zie daar: pastinaakfriet.

Geïnspireerd geraakt? Vergeten groenten in ere herstellen? Bekijk deze boeken:

Jean Baptiste, Nicole Prades – Vergeten groente opnieuw ontdekken

Jean-Luc Muselle – Vergeten groenten van A tot Z

Keda Black – Vergeten Groenten

Marianna Buser – Vergeten groenten

Bewuster eten: een cracker is best lekker

Volkoren crackers van Wasa eet ik elke dag.
Elke dag op mijn menu.

Mijn trein sjokt station Purmerend binnen. Bijna thuis. Mag ook wel, rond half 8 in de avond. Ik heb een intensief oogonderzoek in Rotterdam achter de rug, en een rit van tweemaal anderhalf uur. Mijn lege maag protesteert. Beelden van een enorme zak patat met een royale klodder mayonaise erop doemen op. Maar ik volg een programma om kilo’s kwijt te raken en dergelijke snacks passen daar niet in. Dilemma. Een meisje dat links van me zit belt met haar moeder. ‘Zal ik maar even langs Febo lopen en patat en kroketten meenemen?’ vraagt ze.  ZEG-DAT-NOU-NIET! Tien minuten later loop ik door het centrum. Zowel Febo als Albert Heijn ligt op de route. Als ik de snackbar passeer, hoor en ruik ik verse frieten die in het frituurvet spetteren… 

Ik houd mijn pas in. Ik wik en ik weeg. En dan… verman ik me en loop door. Met een mengeling van spijt en trots. Bij Albert Heijn koop ik een stoomgerecht bomvol groente – ook niet helemáál de bedoeling, want ik word geacht vers te koken, maar toch…  De verleiding heb ik heldhaftig weerstaan. 

Hoe anders was dit in het recente verleden. Met de trein heen en weer naar mijn werk in Hilversum, nóg later thuis dan gepland vanwege natte herfstbladeren op het spoor, mijn kinderen bij mijn ex. Nou, dan wist ik het wel: rechtstreeks naar de snackbar of de Chinees. Thuis stortte ik binnen tien minuten mijn patat of nasi goreng naar binnen, soms zonder te kauwen. Onderwijl bladerde ik de krant door of ik zapte langs alle tv-kanalen. 

Dit alles behoort tot de voltooid verleden tijd. Ik ben onder professionele, medisch onderlegde begeleiding een programma aan het volgen dat gaat leiden tot een uitgebalanceerd, gezond eetpatroon en een normaal gewicht.  

Patat met mayonaise. Vroeger een must, nu niet meer.
Voltooid verleden tijd.

9 kilo afgevallen in amper 6 weken

Het is goed te doen. En binnen amper 6 weken was ik 9 kilo afgevallen. De gevreesde gierende trek bleef tot mijn verrassing uit. Maar de laatste twee à drie weken had ik eerlijk gezegd wel wat moeite met de discipline, toch al niet een kwalificatie die ik in ruime mate bezit. De touwtjes liet ik wat vieren. 

Ik dronk een paar longdrinkglazen water per dag, in plaats van de voorgeschreven tweeënhalve liter.  

Mijn groente en vlees woog ik niet af.  

Ik roerde speels twee volle lepels pindakaas door de gebraden kipfilet.  

Tegen alle regels in drapeerde ik toch wat rijst of gebakken aardappelen op mijn bord. Mijn dochter at mee, ik had te ruim gekookt en ja, weggooien is toch ook weer zonde… 

Het logische gevolg…

Het gevolg bleef niet uit. Dat bleek tijdens het weegmoment bij mijn coach. De weegschaal gaf 76,4 kilo aan en liet het daar stug bij. Hetzelfde gewicht als twee weken eerder. Geen grammetje afgevallen. Ja, ik had nu mijn kleren aan, maar veel zal het niet schelen – ik ging niet gekleed als een astronaut, pakwerker of ijshockeyer.  

Het pak van een astronaut had best gescheeld.
Nee, ik droeg geen astronautenpak.

Een gevoel van teleurstelling kwam op. Ik had gehoopt – en stiekem verwacht – onder de 75 kilo uit te komen.  

Blij met mijn coach

Kijk, en juist op dat moment was ik zeer blij met mijn coach. Zij heeft me weer op scherp gezet. Niet met een vermanende wijsvinger, geen strafregels, geen zweepslagen, maar met een positieve benadering.  ‘Het gaat toch goed?’ En: ‘Focus je op gezond eten, niet op het verliezen van kilo’s.’ 

Daar kan ik wat mee. 

De touwtjes heb ik nu weer aangetrokken. En geen ‘moeten’, maar gewoon bewuster eten. Omdat ik dat wil.

Dus drink ik elke dag weer minimaal tweeënhalve liter water.  

Ik heb de keukenweegschaal, die ik al drie weken in huis heb, uit zijn verpakking gehaald en weeg alles af.  

Geen korreltje rijst meer. Geen flinter aardappel. Geen kruimel brood. 

Back on track

Ik ben back on track. En het aardige is: ik kook en eet nog meer mindful dan ik vanaf het begin al deed.  

Bloemkool kook ik in een kleine pan. Het gas moet dan wel laag, want anders loopt het water er na tien minuten als een waterval uit. 

Ik kauw beter en geduldiger, wat nog best een toer is vanwege het gemis van diverse kiezen. Maar ja, als ik dan toch minder eet, laat ik er dan maar wat langer over doen. 

Ik proef alles veel intenser. Een cracker is bijvoorbeeld best lekker, besef ik. Als beleg kies ik voor een gekookt ei en een snufje kerriepoeder. Of een plakje geitenkaas, schijfjes tomaat en peper. Of toegestane smeerkaas met appel en kaneel. 

Een cracker: gezond en lekker.
Even leuk aankleden en dan geniet ik van een cracker.

Drie keer een bord opscheppen? Nee, dat doe ik al lang niet meer. Restanten gaan de vriezer in. 

De weegschaal laat ik even de weegschaal. Maar potverdikkies, wat voel me prettig. Mijn winterjas zit weer een stukje ruimer en als ik mezelf van opzij in de spiegel bestudeer… zie ik duidelijke vorderingen.

Geen brommerhelm onder mijn trui, maar een stapeltje bubbeltjesenveloppen – daar lijkt het nu meer op. 

En ik slaap weer op mijn buik. Sinds járen. 

9 kilo lichter: mijn overhemden bloezen weer

Mijn overhemden passen weer.
Lang hingen mijn overhemden kansloos in de kast.

Gespannen trek ik de weegschaal onder het badkamerkastje vandaan. Twee weken geleden heb ik me voor het laatst gewogen, en nu mag het van mij weer. Behoedzaam stap ik op de plaat. Met ingehouden adem (en buik) kijk ik naar de display: 76,7 kilo! Weer 3 kilo lichter! Amper anderhalve maand eerder kreunde het arme apparaat nog onder een gewicht van 85,5 kilo. Kortom: in 6 weken ben ik 9 kilo afgevallen. Wat een resultaat! 

Mijn buik slinkt. Dat voel en zie ik ook als ik kleren aantrek. T-shirts kruipen niet meer eigenzinnig richting navel, truien zitten een stuk ruimer, overhemden die kansloos in de kast hingen bloezen weer. 

Ik ben aan een afvalrace begonnen

Dat de boel zo ontzettend strak zat was een van de aanleidingen om aan mijn afvalrace te beginnen. Vorig jaar in de zomer nog maar ging ik er met mijn vriendin en dochter op uit om te gaan shoppen – een unieke gebeurtenis. We kochten onder meer twee leuke, mooie overhemden die best prettig zaten. 

Ja, toen nog wel.  

Twee maanden geleden trok ik één daarvan vrolijk uit de kast. Mijn immer opgewekte stemming boog om naar vertwijfeling en ontzetting toen bleek dat het knoopje ter hoogte van mijn navel erg zijn best moest doen om vast te blijven zitten. Het andere overhemd hoefde ik niet eens meer te proberen. Dezelfde maat, dus hetzelfde probleem. 

Gadverjakkes. 

Het waren best warme dagen, en toen ik kort na dit echec thuis de twee trappen naar beneden liep om de post te halen en op mijn weg naar boven danig begon te steunen van de inspanning – wélke inspanning in vredesnaam – heb ik mijn beslissing genomen.  

Afvallen. En wel meteen. 

Ik verlies verantwoord kilo’s

Het gaat voortvarend. Ik verlies verantwoord kilo’s. Niet met een crashdieet, maar met een gezond, verantwoord en uitgebalanceerd programma, onder professionele, medisch onderlegde begeleiding.  

En het wonderlijke is: het voelt allemaal heel normaal en vanzelfsprekend, terwijl ik al dertig jaar een pens zo groot als een watermeloen meezeulde. 

Uitstekende graadmeter

Dat allerlei kledingstukken weer passen is natuurlijk een uitstekende graadmeter. Dat is bovendien het voordeel van bijna nooit nieuwe kleding kopen. In plaats daarvan teer ik voornamelijk op antieke shirts, broeken en truien. Die draag ik totdat ze te erg van kleur verschieten, beginnen te rafelen of ten prooi zijn gevallen aan motten. 

Waarom ik bijna nooit nieuwe kleding koop? Nou, heel simpel: omdat ik daar een godsgruwelijke klere(n)hekel aan heb.

Dat gedóe.  

Ooit moest ik een jas kopen en heb ik een vrouwelijke collega meegenomen. Die verheugde zich op een gezellig middagje shoppen. Ik liep de eerste kledingwinkel in die we tegenkwamen, pakte lukraak een jas uit een rek, paste hem even snel en heb hem gekocht. Klaar. 

Voor haar was het een grote teleurstelling.  

Zo’n benauwd hokje

Vooral passen vind ik een ramp. Zo’n benauwd hokje waarin ik mijn stramme lijf nauwelijks kan keren. En dan steeds weer een nieuwe broek aangereikt krijgen die dan nét niet past. Kan ik weer helemaal opnieuw beginnen. 

Zo'n benauwd pashokje.
Kleding passen – dat gedóe.

Gelukkig hoeft dat nu niet meer. Want nu ik in omvang ben afgenomen doemen er nieuwe kansen op.  

Interessante ontdekkingsreis

Vol inspiratie en enthousiasme ben ik vandaag aan een interessante ontdekkingsreis begonnen. Ik ben mijn kledingkast aan het uitgraven. En ik kom tot mijn grote vreugde shirts, truien en overhemden tegen die ik jaren geleden – en dan bedoel ik ook echt járen geleden – met plezier droeg. 

Zullen ze weer passen? Zal het echt zo zijn? 

Ik ga het allemaal uitproberen. Want nu vind ik kleren passen ineens wél leuk. 

Echt van deze tijd zal het allemaal niet ogen. Hoewel, vaak komen kledingstijlen van vroeger weer in de mode. 

Dus misschien zet ik wel een trend. 

Hoe ik 15 kilo verantwoord ga afvallen

Een buik met de omvang van een watermeloen.
Ja, wat wil je anders?

Als ik buk om mijn schoenveters te strikken heeft dat zo zijn gevolgen. De temperatuur in mijn hoofd loopt op. Het begint te bonken en er dwarrelt stoom uit mijn oren. Voor mijn ogen dansen zwarte vlekken. Ik krijg het benauwd. Maar ja, wat wil je met een pens zo groot als een watermeloen die in deze houding alle luchttoevoer afsnijdt? Ik weet al jaren niet beter, maar ga er – na diverse kansloze diëten – nu serieus werk van maken. Want met mijn BMI, in combinatie met mijn 59 jaren, schuur ik tegen de gevarenzone aan. Hart- en vaatziekten liggen op de loer. Ik start daarom binnenkort met een traject om verantwoord, onder professionele begeleiding 15 kilo kwijt te raken.  

Van nature had ik beslist een atletisch lichaam. Maar rond mijn 25ste ging het mis. Er begon een buikje te groeien. Het buikje werd een buik en die is nooit meer weggegaan. Oorzaak? Tja. Onder meer wijt ik het aan een enorme eetlust die zich vertaalt in meerdere keren een bord volscheppen en niet altijd even gezond eten. 

De serveerster begon wat stuurs te kijken

Voorbeeldje: ik was ooit redacteur van een horecakrant en schoof eens aan bij een restaurant, dat het ‘onbeperkt spareribs eten’ wilde promoten. Daar werkte ik dolgraag aan mee. Ik zou daar een verhaal over schrijven, en ja, zoiets is natuurlijk alleen mogelijk met de juiste input. De serveerster liep af en aan. Eerst zag ze de lol er nog van in, later begon ze wat stuurs te kijken. De kok stak op een zeker moment zijn hoofd om de hoek; zijn bezorgde, bijna angstige blik zie ik zo weer voor me. Ik ben toen maar gestopt. Maar eigenlijk had ik nog best trek. 

Onbeperkt spareribs eten.
Onbeperkt spareribs eten. Dat leek me wel wat.

Er waren momenten dat ik mijn overgewicht zat was. Meestal als de zomervakantie naderde. Dan stortte ik me op een dieet dat toen gangbaar was. Het brooddieet bijvoorbeeld. Om de dag alleen maar volkorenbrood eten en op de andere dagen eten wat ik maar wilde.  

Na 2 maanden 4 kilo afgevallen  

Het was goed te doen, mijn moeder werkte uitstekend mee en na twee maanden was ik vier kilo afgevallen. Hoezee! Maar het brood kwam me op een dag echt mijn neus uit. Ik beende naar het winkelcentrum, stapte de bistro binnen waar ik regelmatig met mijn beste vriend een biertje dronk en daarbij standaard een portie saté bestelde en liet die nu ook aanrukken. Wat een genot. Totdat de barman mij wees op iemand die buiten voor het raam naar me stond te kijken. Mijn moeder. Met het dieet ben ik toen maar gestopt. En ik kwam weer aan.

Brooddieet.
Het brooddieet. Best lang volgehouden.

Montignac. Dat was mijn volgende dieet. Een wat duistere methode, in die zin dat je best veel lekkers mocht eten. Veel pure chocola ook. Dat sprak mij bijzonder aan. Maar het werkte – volgens verwachting – niet.  

Sapkuur – een martelgang van een week

Datzelfde gold voor de sapkuur die ik daarna probeerde. Een martelgang van een week. Als ontbijt slechts een shake en in de loop van de dag, bij eventuele trek, een notenreep als tussendoortje. Die propte ik meestal een kwartier na het ontbijt al naar binnen. Verder tomatensap en – hoe erg, als ik eraan terugdenk – zuurkoolsap. Niet weg te krijgen. Had ik eindelijk, eindelijk een glas kokhalzend op, was het alweer tijd voor het volgende glas. 

Weerzinwekkend.  

Geen slecht idee

Lang tijd heb ik me niet meer aan een dieet gewaagd. Geen enkele animo. Totdat mijn overgewicht me weer danig begon tegen te staan. Nu maar eens geen dieet, maar een gezonder voedingspatroon. Geen slecht idee. Ik ging Googlen wat ik zou kunnen doen. Wat verwarrend allemaal. Wonderlijk hoe allerlei ‘deskundigen’ elkaar tegenspreken.

Smoothies, die zijn gezond, zegt de een; nee, geen smoothies, zegt de ander, want de mens is gemaakt om te kauwen.  

Ontbijt overslaan, zegt de een.

Nee, juist wel ontbijten, zegt de ander.

Fruitontbijt.

Nee, gebakken eieren met spek.  

Geen koolhydraten.

Ja, wel koolhydraten, maar alleen de gezonde. 

Calorieën verbranden.

Nee, het gaat niet om calorieën. 

Om gèk van te worden.  

De longen uit mijn lijf getrapt

Fitness dan maar. Eerst een paar weken de longen uit mijn lijf getrapt tijdens spinningsessies. Heeft niets geholpen. Na mijn verhuizing een jaar aan gewichten gesjord in een sportschool. Haalde niets uit. Ja, ik kon ineens zwaarder tillen, maar daar ging het mij niet om. Laat maar zitten, dacht ik. 

Aan gewichten sjorren in de sportschool.
Mijn armspieren werden sterker. Maar daar ging het mij niet om.

Maar zoals het nu gaat, gaat het niet goed. Dat besefte ik onlangs toen het zo heet was. Puffen, steunen en kreunen. En dan die overhemden waar de knopen vanaf springen, T-shirts waarvan de onderkant speels omhoog kruipt naar mijn navel.  

Gatverdamme. 

Een doordachte beslissing

En dus ga ik er nu serieus werk van maken. Geen opwelling deze keer, maar een doordachte beslissing. Verantwoord afvallen, terug naar dat atletische lichaam, lichter leven. Omdat ik dat mezelf gun, iets wat ik nooit eerder heb gehad. Zit daar misschien de sleutel? 

Ik ben gestuit op een betrouwbare, medisch onderlegde organisatie. Daar heb ik een prima intakegesprek gehad. Aan de hand van een lange vragenlijst, afgetapte urine, speekseltest en afgenomen bloed wordt nu een plan samengesteld, geheel afgestemd op mijn persoon.  Kijk, daar kan ik wat mee.

Over twee weken begin ik. En op mijn zestigste verjaardag – juli volgend jaar – ben ik 15 kilo lichter. Dat vier ik dan met een bak radijs.

Radijs als beloning.
Een bak radijs! Mijn beloning als ik 15 kilo ben afgevallen.