De mogelijkheden die videobellen biedt

De jazzy ringtoon van mijn mobiel klinkt op. Ik pak het toestel van de tafel om te kijken wie mij belt. Ha, mijn vriendin! Ik veeg wat met mijn duim over het scherm – ik ben niet zo handig – en ineens… verschijnt tot mijn grote verrassing haar gezicht in beeld, compleet met die brede, hartverwarmende lach. Rechtsonder, in een kleiner scherm, zie ik mijn eigen, verbaasde hoofd. “We zijn aan het videobellen,” verduidelijkt ze – soms heb ik wat uitleg nodig. “Even kijken hoe dat werkt.” 

Videobellen.
Videobellen met WhatsApp. Ideaal,

Nou, dat werkt uitstekend.  

Het was afgelopen week mijn videobeldebuut en zo houden we sinds die tijd contact met elkaar. We nemen het coronavirus immers serieus en bewaren tot nader orde meer dan de vereiste anderhalve meter afstand. Mijn astma speelt immers op, zoals altijd rond maart als warme en koude temperaturen elkaar afwisselen, en mijn vriendin loopt een beetje te snotteren. En nu kunnen we elkaar niet alleen horen, maar ook zien.  

Ik moet er natuurlijk wel op letten dat mijn hoofd is geschoren, want nu ik amper buiten kom schiet dat er soms bij in, maar daar houd ik rekening mee. 

Ik loop een paar lichtjaren achter op nieuwe ontwikkelingen en het videobellen had ik nog niet eerder ontdekt. Ergens wist ik wel dat het mogelijk was, maar ik ben niet zo dat ik dat dan meteen ga uitzoeken en uitproberen.  

Maar wat leuk is dit!  

Ik wil mensen in de ogen kunnen kijken

Bellen met beeld erbij, zo ga ik het voortaan doen. In mijn privéleven, maar ook in mijn werk als journalist. Ik ga vaak op pad om mensen te interviewen. Dat komt er nu vanwege de coronacrisis minder van, dus ik ben meer aangewezen op de telefoon. Telefonisch interviewen vind ik echter niet ideaal. Ik wil mensen in de ogen kunnen kijken en hun gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal kunnen meenemen. Dat helpt mij allemaal om een goed verhaal te schrijven. Met videobellen is dat probleem opgelost. 

Nu moet je daar geloof ik wel WhatsApp voor hebben. Maar er zijn vast meer manieren om via de telefoon face-to-face te kunnen praten.  

Geweldige aanbieding

Wat mij bijvoorbeeld leuk lijkt: videobellen met mensen die namens energiebedrijven, leveranciers van kunststof kozijnen en kranten contact met me opnemen omdat ze mij zo graag die geweldige aanbieding willen presenteren. Want het praat een stuk makkelijker als je elkaar in de ogen kunt kijken. Ja toch?  

Energiebedrijven zijn dol op me

Zeker energiebedrijven zijn dol op me. Ik heb een sluimerend tekstbureau en sta bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als ondernemer. Reden genoeg voor diverse energiebedrijven om me als potentiële klant op de bellijst te zetten. Maar ik heb geen bedrijfspand – ik werk op een laptop aan de tafel in mijn huiskamer – en blief dat lucratieve contract niet.  

Dat vertel ik ze dan ook. Soms meer dan één keer. Kennelijk wordt mijn naam na een vruchteloos telefoontje niet doorgestreept en blijft die als prospect op de lijst staan. Ik word dan na twee dagen door hetzelfde bedrijf doodleuk opnieuw gebeld om dezelfde reden en dan moet ik opnieuw nee verkopen.  

Zo’n telefoongesprek duurt overigens nooit lang. Soms zelfs héél kort. Dat gaat als volgt: 

Beller: ‘Bent u de eigenaar van Tekstbureau Prettig Leesbaar?’ 

Ik: ‘Ja.’ 

Beller: ‘Komt het gelegen dat ik u even bel?’ 

Ik: ‘Nee.’ 

Dan wordt het stil en is het gesprek eigenlijk al afgelopen. Maar met beeld erbij hebben we elkaar dan toch even gezien. 

VisZEN

Vissen
Zo heerlijk, kijken naar vissen die domweg maar wat ronddobberen.

Voor mij is niets zo rustgevend en mindful als wandelen door de natuur. Ik richt mijn aandacht dan vooral op de dieren die ik zie of hoor. Ik kan daar helemaal in opgaan. Ik luister minutenlang naar de specht die met zijn snavel op een boomstam hamert. Volg de slak die op zijn dooie akkertje een fietspad oversteekt. Bekijk aandachtig hoe de spin tussen een paar takken zijn web weeft.

Ik word daar nogal zen van.

Maar het leuke is: voor een dergelijke beleving hoef ik niet eens de deur uit. Want ik kijk bijna dagelijks naar een prachtig televisieprogramma: Love Nature heet het. Het programma toont continu de mooiste natuurdocumentaires. Zonder reclame – ja, dat bestaat! – en op de achtergrond rustige muziek en een bedaarde commentaarstem.

De beukbaviaan, de grotgems en de lamzaklibelle

De onderwerpen lopen wijd uiteen. Van de territoriumdrift van de Braziliaanse beukbaviaan en de trektochten van de grauwe grotgems tot het jachtinstinct van de Siciliaanse sidderslang en het slome paargedrag van de lamzaklibelle.

Ik vind het allemaal even boeiend.

Maar waar ik het meest zen van word: vissen. Beter gezegd: visZEN. Vaak is de wereld onder water het decor van het programma. Dan ga ik op het puntje van mijn stoel zitten. De meest vreemdsoortige en soms bontgekleurde vissen trekken voorbij. En altijd zo heerlijk ongehaast. Dan valt alles om mij heen weg.

Vis
De lionfish. Mooi toch?

Soms moet ik vreselijk lachen als er een vis voorbij zwemt. Zo’n slome duikelaar bijvoorbeeld.

Vis
Sloom type met bijpassende lodderige blik. Geweldig!

En ik barst echt in lachen uit bij dit soort vissen:

Vis
Niet geheel in zijn hum.

Bókchagrijnig is-ie. Waarschijnlijk een slechte, korte nacht gehad en nog lang niet uitgeslapen.

Of ze hebben best wel trek.

Vis
De morayvis. Kan zomaar opduiken.

Ik kan dit tv-programma echt aanraden.

Ben, Bert en Bas
Of koop een vissenkom met goudvissen. Heb ik ook gedaan. Drie goudvissen zwommen rond – Ben, Bert en Bas. Regelmatig ging ik er rustig voor zitten en staarde gedachteloos naar hun onbekommerde gedobber.

Bas was wel een buitenbeentje. Hij zwom altijd alleen, terwijl de andere twee gezamenlijk optrokken. Vaak zwom hij recht op de glazen wand af, stootte zijn neus, schrok, deinsde terug en… deed daarna precies hetzelfde. Niets geleerd. Bert en Ben zagen het gebeuren en wisselden dan uit hun ooghoeken een blik van verstandhouding met elkaar.

Af en toe was de sfeer in de kom te snijden. En op een zekere ochtend dreef Bas op zijn rug. Zeer dood. Nooit zal ik weten wat er is gebeurd.

Dus misschien is het toch beter om het bij Love Nature te houden.

Wat ik gemeen heb met Paul McCartney

Paul McCartney
Net als ik heeft de beroemde Brit TM beoefend – en misschien doet hij dat nog steeds.

Sinds 7 jaar volg ik qigonglessen bij ChiNeng Qigong Centrum Purmerend. Een voor mij ideale mix van gymnastiek, yoga en meditatie. Mijn levensenergie (qi) stroomt daardoor heerlijk door mijn lijf en daar heb ik veel baat bij.

Lang voordat ik aan Qigong begon heb ik diverse vormen van yoga en meditatie uitgeprobeerd. Ik was zoekende – waarnaar, dat weet ik niet meer, laat staan dat ik weet of ik heb gevonden wat ik zocht – en kwam onder meer in aanraking met Transcedente Meditatie (TM). Het was jaren geleden bijzonder populair vanwege zijn bewezen heilzame effecten en simpele techniek. Ik ben dit gaan beoefenen en bleek me in goed gezelschap te bevinden. Ook grootheden als Paul McCartney, Clint Eastwood en Oprah Winfrey waren enthousiaste TM’ers. Nou, moet ik nog meer zeggen?

Maharishi Mahesh Yogi – een goeroe met geld

De grondlegger van TM was Maharishi Mahesh Yogi. De Indiër had zijn geboorteland verlaten en woonde in een peperduur hoofdkwartier in Laag Soeren. Een goeroe met geld; daar heb je er volgens mij niet zo veel van. De goede man verdiende veel lof, dat zeker, maar om nou in elke leslocatie grote foto’s van hem op te hangen en af en toe een geurig boeketje bloemen en vers fruit mee te moeten nemen als blijk van verering – dat vond ik wat overdreven. De positieve effecten ten spijt ben ik ermee gestopt.

Bloemen
Bloemen meenemen ter verering – dat vond ik wat overdreven.

De ‘cool breeze’ van Sahaja Yoga

Een folder die ik in mijn brievenbus vond zette me op het spoor van een cursus Sahaja Yoga. Ik heb het geprobeerd. Bij Sahaja Yoga draaide het om een ‘cool breeze’ die je door je ruggengraat kon laten gaan. De kilte heb ik daadwerkelijk ervaren. Maar dat kwam vooral door het echtpaar dat deze lessen verzorgde. Ze straalden net zo veel warmte uit als het vriesvak van mijn koelkast.

Dat was nog niet eens het ergste.

Sahaja Yoga was volgens hun onwrikbare overtuiging de enige yogavorm die werkte. Punt. Sommige deelnemers brachten er voorzichtig tegenin dat zij ook met andere yogavormen positieve ervaringen hadden. Het werd hoofdschuddend als een ernstige misvatting afgedaan.

De twee liepen rond in een kleurig gewaad. Een bloemenkrans sierde hun hoofd. En o ja, in elke les toonden ze een film van de bedenkster van Sahaja Yoga. We hoefden nog net niet voor haar te knielen. Na drie lessen ben ik gestopt. Het ging me net even te ver.

In een kringetje na de reiki-les

Ook heb ik een reiki-les gevolgd. Heel aangenaam, maar aan het eind moesten we in een kringetje staan, elkaar bij de hand nemen en een liedje zingen om reiki te bedanken. Kijk, en dat had voor mij nou weer niet gehoeven. Het bleef bij die ene les.

Reiki
Tja, reiki. Heilzaam, maar één les was voor mij genoeg.


De qigong-lessen – wat een verademing

Nee, dan de lessen qigong die ik volg. Niks bewieroking, niks rare rituelen, niks paarse gewaden en bloemenkransen. De leraar heet gewoon Hans en hij brengt ons bij hoe we het meest uit de eeuwenoude Chinese bewegingsleer kunnen halen. Mooie oefeningen, grapje tussendoor en zinvolle informatie. Informatie die we, zo benadrukt hij regelmatig, niet blind voor waar moeten aannemen. Wat een verademing.

En na afloop gaat iedereen blij en vol nieuwe energie naar huis.

De knikkers en het spel

Een bal die razendsnel rondgaat, flitsende counters, mooi uitgespeelde aanvallen, wonderschone doelpunten. Met verbazing en bewondering bekijk ik hoe mijn zoon het Fifa20-spel op zijn PlayStation bedient. Alsof ik naar een echte voetbalwedstrijd zit te kijken – compleet met technische hoogstandjes, emoties op de gezichten van de spelers en bijpassend commentaar. Ik probeer het soms zelf, op aanwijzingen van mijn zoon. En het valt verdomd niet mee. Maar wát leuk vind ik dit. 

Toen ik zelf nog tiener was, creëerde ik een eigen variant. Een groen kleed vormde het voetbalveld, knikkers fungeerden als spelers en een fietskogeltje deed dienst als bal. Complete WK’s speelde ik in mijn slaapkamer – met Nederland, dat bij gebrek aan oranje knikkers in het wit speelde, standaard als winnaar. Het commentaar verzorgde ik zelf.  

Knikkers
Knikkers fungeerden als spelers.

Ik moest eraan terugdenken toen mijn zoon vroeg waar ik als kind mee speelde. Ik wist het nog precies. Vooral omdat ik aan mijn voetbalwedstrijden toen enorm veel plezier beleefde.  

Potje met de PlayStation

De uitnodiging van mijn zoon om een potje met zijn PlayStation te spelen nam ik graag aan. Wel moest ik eerst wat reserves overboord gooien. Ik heb weleens eerder computerspelletjes gespeeld en die gingen me allemaal veel te snel. Zelfs bij een simpel tennisspelletje reageerde ik onthutsend traag op de komende ballen. 

Maar goed, het is maar een spelletje en dus heb ik me er gewoon aan gewaagd. Mijn zoon stelde de wedstrijd in. Ik vertegenwoordigde Dynamo Kiev. Het is mijn all time favoriete ploeg nadat die in 1975 de Europa Cup 2 won ten koste van Ferencvaros en daarna de Supercup binnenhaalde door een machteloos Bayern München te verslaan. Als tegenstander had ik gekozen voor Bristol City. Je moet niet meteen te hoog mikken.    

Ik
Opperste concentratie.

Beginnersniveau

Mijn zoon had me heel wijs op het beginnersniveau ingeschaald. En ik moet zeggen: het viel me erg mee. Het lukte me best goed om de bal in de ploeg te houden en rustig op te bouwen – onderdeel van de vooraf uitgedachte tactiek. Bristol City bleek een wat taaiere tegenstander dan ik had verwacht en sloot zich zeker niet op in het eigen strafschopgebied. En dat in een uitwedstrijd met tachtigduizend enthousiast joelende Oekraïners op de tribune. Maar we gaven vrijwel geen kansen weg en naarmate de minuten vorderden kreeg ik meer greep op de wedstrijd.  

Passen, lopen en schieten

De consoler waarmee je het spel bestuurt herbergt tientallen mogelijkheden. Ik beperkte me tot passen, lopen en op doel schieten. Dat vond ik al heel wat. 

Dynamo Kiev won met 2-0. Terecht. We waren gewoon beter. En ik kreeg de smaak te pakken. Ook Benfica moest eraan geloven. En Manchester United, al kwamen we in alle eerlijkheid wel goed weg omdat het Britse aanvalstrio in een belabberde vorm stak en enkele kansen verprutste. En dat voor zo’n gelouterde ploeg.  

Van beginner naar amateur

Maar de winst gaf me vertrouwen. Reden genoeg om het een treetje hoger te zoeken. Van beginner naar amateur. Wat een verschil. Uit tegen Zulte Waregem moest ik echt alle zeilen bij zetten. Te lang dralen met het afgeven van de bal werd direct afgestraft. Onze keeper had een off day en daardoor verloren we met ehhh.. 0-4.  

Ik was er niet bij, maar in de kleedkamer zullen na afloop harde woorden zijn gesproken. 

Slimme steekbal

Ik heb me herpakt. Ik ben nu in staat meer uit de spelers te halen. Af en toe een messcherpe tackle, een kopbal en zelfs een slimme steekbal. Ik ontdek steeds meer functies. En tot mijn niet geringe verbazing wil ik ook winnen. Bij voorkeur met oogstrelend en effectief voetbal. En als het niet anders kan, met oneerlijk spel. Ik ben driftig op zoek naar een manier om een subtiele schwalbe in het strafschopgebied mogelijk te maken. Die functie heb ik op de consoler helaas nog steeds niet gevonden.  

Een bijblaadje vol mooie verhalen

Als redacteur/journalist van het Kompas, een lokale krant die in Landsmeer en Oostzaan verschijnt, kwam ik laatst bij een echtpaar thuis dat zestig jaar is getrouwd. Een mooie aanleiding voor een menselijk verhaal. Na drie kwartier vragen stellen en het gesprek op gang houden, wilde de vrouwelijke helft van het stel mij iets vragen: ‘Komt het verhaal in een krant of in het Kompas?’

Deze vraag moest ik even op me laten inwerken. ‘Hoe bedoelt u?’ reageerde ik. ‘Het Kompas ís een krant.’

‘Maar het Kompas is toch een bijblaadje?’ stelde de vrouw.

Ik heb het maar zo gelaten. Inwendig moest ik er best een beetje om lachen. De term bijblaadje kende ik nog niet. 

Krant

Hoe anders was dat toen ik jaren geleden, voordat ik boventallig raakte, ook bij een uitgeverij van lokale kranten werkte. Dan kringelde er meteen rook uit mijn oren als iemand zich neerbuigend over de krant uitliet. Sufferdje was toen al een gangbare term. Ik hield me dan netjes in, maar niet helemaal. 

Ik zal nooit vergeten dat ik een wat hautaine ondernemer aan de lijn kreeg. Hij vroeg of hij namens zijn bedrijf een persbericht in ons ‘krantje’ mocht plaatsen.

‘Ja hoor,’ antwoordde ik, ‘dat mocht. Wat heeft u voor bedrijfje?’ 

Secondenlang bleef het stil. Toen hing hij op. Nooit meer iets van hem gehoord.  

Wervend artikel over tegelwinkel

Wat me ook nog helder bijstaat is dat ik een keer een wervend artikel over een tegelwinkel moest schrijven. Belangrijke adverteerder – en niet in de laatste plaats vond hij zichzelf heel belangrijk – dus hij moest vooral in de watten worden gelegd.  

Tijdens het gesprek – hij liet me eerst bijna een kwartier in zijn kamer wachten, en ik weet nog steeds niet waarop en waarom – wilde hij mij een kopie van een lovend artikel meegeven dat een collega-journalist over zijn winkel had geschreven. Het kopieerapparaat stond naast hem en het artikel lag op zijn bureau. En dus belde hij een medewerkster die beneden in de winkel rondliep. Ze was al eerder koffie komen brengen en nu werd van haar verlangd dat ze het kopietje maakte. 

Mijn weerzin nam huiveringwekkende vormen aan. En het werd alleen maar erger toen hij uit de hoogte eiste dat hij vooraf inzage in mijn artikel kreeg. 

Er kwamen wilde fantasieën op

Ik heb het gedaan, en er kwamen wilde fantasieën op. Ik deed iets met een van zijn vloertegels, een exemplaar met een ruw, korrelig oppervlak, en daarna kon de man wékenlang niet zitten. Of hij had ineens iets weg van een breedbekkikker. 

Vloertegels

Maar dat was toen. 

Nu ben ik de mildheid zelve en maak ik me nergens druk over. Vooral heb ik enorm veel lol in mijn werk. Ik interview de meest uiteenlopende mensen. Van burgemeesters tot scholieren die geld inzamelen voor koala’s in het door bosbranden geplaagde Australië en van dorpelingen die statushouders wegwijs maken in hun nieuwe omgeving tot het plaatselijke judotalent. Geen vooraf bedachte vragen maar een onbevangen benadering. Het zijn altijd prettige gesprekken en het resulteert in een krant met mooie verhalen. 

En nu mogen ze dat van mij best een bijblaadje noemen. Vind ik helemaal niet erg. 

Hoe Alexander Curly mij keelpijn bezorgde

Laatst hoorde ik op de radio een oude hit van de Nederlandse artiest Alexander Curly. Meteen kreeg ik pijn in mijn keel, alsof ik een steentje had ingeslikt. En ik had op slag dorst.

Nee, ik heb geen drankprobleem en dat heb ik ook nooit gehad. Maar het nummer riep direct associaties op met een week uit mijn tienertijd. De week dat ik met Angina in bed lag – en nee, dat was geen leuk meisje, maar een oude benaming voor een keelontsteking. Het ging gepaard met keelpijn, opgezette klieren, koorts en een droge keel. Ik moest veel drinken en dat was best pijnlijk.

Elk uur een Troetelschijf op de radio

Ik kan me die week nog goed herinneren. Ik lag in het bed van mijn ouders, met groene, flanellen lakens die naar vanille geurden, en mijn moeder legde me heerlijk in de watten. De radio stond de hele dag aan en elk uur werd een zogenaamde Troetelschijf gedraaid. Dat was in die week het nummer van Alexander Curly. Het hing na twee dagen mijn pijnlijke keel uit. En toen ik het laatst hoorde, werd ik direct naar die week teruggevoerd. Wonderlijk hoe zoiets werkt.

Nog nooit een verfkwast aangeraakt

Ik heb dat vaker meegemaakt. In 1998 kocht ik een huis in De Rijp en moest ik aan de slag om het interieur op te knappen. Dat was voor mij voor het eerst en ik was daar behoorlijk onzeker over.  Nog nooit had ik een verfkwast of zelfs maar een schroevendraaier aangeraakt. En nu moest ik schuren, met ammoniak in de weer, gaten in muren dichtplamuren, gronden en aflakken. Geen idee hoe dat moest. Door de spanning liep ik rond met een steen in mijn maag. Ook nu had ik de radio aan. Er kwam regelmatig een hit voorbij, waarvan ik de titel en artieste helaas niet meer weet. Maar het nummer wordt nog wel eens gedraaid en dan keert die steen met de daarbij horende onzekerheid direct terug. Ik zie mezelf dan weer vertwijfeld met een druipende kwast voor een muur staan. Ik ruik de verf en voel kille windvlagen in mijn nek. Vanwege de verflucht had ik de ramen opengezet.

Bosloop op het ritme van Julien Clerc

Nog een voorbeeld. In de zeventiger jaren voetbalde ik bij Rood Wit-A in Amsterdam-Noord. Als speler van het tweede juniorenteam trainde ik mee met de jeugdselectie. Dat ging best serieus. Het seizoen werd geopend met twee keer per week een bosloop. Daar had ik een hartgrondige hekel aan en toen al had ik geen beste conditie. Bovendien vond ik het gruwelijk saai. Om mezelf er doorheen te slepen draaide ik in mijn hoofd een liedje van Julien Clerc af. Waarom juist dat nummer? Geen idee. Maar het sprak me aan en door het ritme liep ik een stuk makkelijker.

Het liedje zit nog in mijn hoofd en dan zie – en voel – ik mezelf weer lopen. Met bonkend hart en pap in mijn dijen.

Sommige liedjes voeren me direct terug naar een specifiek moment en het maakt niet uit hoe lang het is geleden.

Met mijn jongere broer naar Roxy Music – een mooie herinnering

Het kan ook andersom. Dan wil ik momenten opnieuw ervaren en zoek ik op YouTube het bijbehorende nummer op. Bijvoorbeeld als ik in een weemoedige bui terugdenk aan mijn overleden jongere broer. Heel vaak draai ik dan het mooiste nummer uit het concert van Roxy Music, nog steeds mijn favoriete band, dat ik ruim een jaar voor zijn dood met hem heb bijgewoond. Dat wilde ik graag samen met hem beleven. Een herinnering die ik koester.