Bewuster eten: een cracker is best lekker

Volkoren crackers van Wasa eet ik elke dag.
Elke dag op mijn menu.

Mijn trein sjokt station Purmerend binnen. Bijna thuis. Mag ook wel, rond half 8 in de avond. Ik heb een intensief oogonderzoek in Rotterdam achter de rug, en een rit van tweemaal anderhalf uur. Mijn lege maag protesteert. Beelden van een enorme zak patat met een royale klodder mayonaise erop doemen op. Maar ik volg een programma om kilo’s kwijt te raken en dergelijke snacks passen daar niet in. Dilemma. Een meisje dat links van me zit belt met haar moeder. ‘Zal ik maar even langs Febo lopen en patat en kroketten meenemen?’ vraagt ze.  ZEG-DAT-NOU-NIET! Tien minuten later loop ik door het centrum. Zowel Febo als Albert Heijn ligt op de route. Als ik de snackbar passeer, hoor en ruik ik verse frieten die in het frituurvet spetteren… 

Ik houd mijn pas in. Ik wik en ik weeg. En dan… verman ik me en loop door. Met een mengeling van spijt en trots. Bij Albert Heijn koop ik een stoomgerecht bomvol groente – ook niet helemáál de bedoeling, want ik word geacht vers te koken, maar toch…  De verleiding heb ik heldhaftig weerstaan. 

Hoe anders was dit in het recente verleden. Met de trein heen en weer naar mijn werk in Hilversum, nóg later thuis dan gepland vanwege natte herfstbladeren op het spoor, mijn kinderen bij mijn ex. Nou, dan wist ik het wel: rechtstreeks naar de snackbar of de Chinees. Thuis stortte ik binnen tien minuten mijn patat of nasi goreng naar binnen, soms zonder te kauwen. Onderwijl bladerde ik de krant door of ik zapte langs alle tv-kanalen. 

Dit alles behoort tot de voltooid verleden tijd. Ik ben onder professionele, medisch onderlegde begeleiding een programma aan het volgen dat gaat leiden tot een uitgebalanceerd, gezond eetpatroon en een normaal gewicht.  

Patat met mayonaise. Vroeger een must, nu niet meer.
Voltooid verleden tijd.

9 kilo afgevallen in amper 6 weken

Het is goed te doen. En binnen amper 6 weken was ik 9 kilo afgevallen. De gevreesde gierende trek bleef tot mijn verrassing uit. Maar de laatste twee à drie weken had ik eerlijk gezegd wel wat moeite met de discipline, toch al niet een kwalificatie die ik in ruime mate bezit. De touwtjes liet ik wat vieren. 

Ik dronk een paar longdrinkglazen water per dag, in plaats van de voorgeschreven tweeënhalve liter.  

Mijn groente en vlees woog ik niet af.  

Ik roerde speels twee volle lepels pindakaas door de gebraden kipfilet.  

Tegen alle regels in drapeerde ik toch wat rijst of gebakken aardappelen op mijn bord. Mijn dochter at mee, ik had te ruim gekookt en ja, weggooien is toch ook weer zonde… 

Het logische gevolg…

Het gevolg bleef niet uit. Dat bleek tijdens het weegmoment bij mijn coach. De weegschaal gaf 76,4 kilo aan en liet het daar stug bij. Hetzelfde gewicht als twee weken eerder. Geen grammetje afgevallen. Ja, ik had nu mijn kleren aan, maar veel zal het niet schelen – ik ging niet gekleed als een astronaut, pakwerker of ijshockeyer.  

Het pak van een astronaut had best gescheeld.
Nee, ik droeg geen astronautenpak.

Een gevoel van teleurstelling kwam op. Ik had gehoopt – en stiekem verwacht – onder de 75 kilo uit te komen.  

Blij met mijn coach

Kijk, en juist op dat moment was ik zeer blij met mijn coach. Zij heeft me weer op scherp gezet. Niet met een vermanende wijsvinger, geen strafregels, geen zweepslagen, maar met een positieve benadering.  ‘Het gaat toch goed?’ En: ‘Focus je op gezond eten, niet op het verliezen van kilo’s.’ 

Daar kan ik wat mee. 

De touwtjes heb ik nu weer aangetrokken. En geen ‘moeten’, maar gewoon bewuster eten. Omdat ik dat wil.

Dus drink ik elke dag weer minimaal tweeënhalve liter water.  

Ik heb de keukenweegschaal, die ik al drie weken in huis heb, uit zijn verpakking gehaald en weeg alles af.  

Geen korreltje rijst meer. Geen flinter aardappel. Geen kruimel brood. 

Back on track

Ik ben back on track. En het aardige is: ik kook en eet nog meer mindful dan ik vanaf het begin al deed.  

Bloemkool kook ik in een kleine pan. Het gas moet dan wel laag, want anders loopt het water er na tien minuten als een waterval uit. 

Ik kauw beter en geduldiger, wat nog best een toer is vanwege het gemis van diverse kiezen. Maar ja, als ik dan toch minder eet, laat ik er dan maar wat langer over doen. 

Ik proef alles veel intenser. Een cracker is bijvoorbeeld best lekker, besef ik. Als beleg kies ik voor een gekookt ei en een snufje kerriepoeder. Of een plakje geitenkaas, schijfjes tomaat en peper. Of toegestane smeerkaas met appel en kaneel. 

Een cracker: gezond en lekker.
Even leuk aankleden en dan geniet ik van een cracker.

Drie keer een bord opscheppen? Nee, dat doe ik al lang niet meer. Restanten gaan de vriezer in. 

De weegschaal laat ik even de weegschaal. Maar potverdikkies, wat voel me prettig. Mijn winterjas zit weer een stukje ruimer en als ik mezelf van opzij in de spiegel bestudeer… zie ik duidelijke vorderingen.

Geen brommerhelm onder mijn trui, maar een stapeltje bubbeltjesenveloppen – daar lijkt het nu meer op. 

En ik slaap weer op mijn buik. Sinds járen. 

9 kilo lichter: mijn overhemden bloezen weer

Mijn overhemden passen weer.
Lang hingen mijn overhemden kansloos in de kast.

Gespannen trek ik de weegschaal onder het badkamerkastje vandaan. Twee weken geleden heb ik me voor het laatst gewogen, en nu mag het van mij weer. Behoedzaam stap ik op de plaat. Met ingehouden adem (en buik) kijk ik naar de display: 76,7 kilo! Weer 3 kilo lichter! Amper anderhalve maand eerder kreunde het arme apparaat nog onder een gewicht van 85,5 kilo. Kortom: in 6 weken ben ik 9 kilo afgevallen. Wat een resultaat! 

Mijn buik slinkt. Dat voel en zie ik ook als ik kleren aantrek. T-shirts kruipen niet meer eigenzinnig richting navel, truien zitten een stuk ruimer, overhemden die kansloos in de kast hingen bloezen weer. 

Ik ben aan een afvalrace begonnen

Dat de boel zo ontzettend strak zat was een van de aanleidingen om aan mijn afvalrace te beginnen. Vorig jaar in de zomer nog maar ging ik er met mijn vriendin en dochter op uit om te gaan shoppen – een unieke gebeurtenis. We kochten onder meer twee leuke, mooie overhemden die best prettig zaten. 

Ja, toen nog wel.  

Twee maanden geleden trok ik één daarvan vrolijk uit de kast. Mijn immer opgewekte stemming boog om naar vertwijfeling en ontzetting toen bleek dat het knoopje ter hoogte van mijn navel erg zijn best moest doen om vast te blijven zitten. Het andere overhemd hoefde ik niet eens meer te proberen. Dezelfde maat, dus hetzelfde probleem. 

Gadverjakkes. 

Het waren best warme dagen, en toen ik kort na dit echec thuis de twee trappen naar beneden liep om de post te halen en op mijn weg naar boven danig begon te steunen van de inspanning – wélke inspanning in vredesnaam – heb ik mijn beslissing genomen.  

Afvallen. En wel meteen. 

Ik verlies verantwoord kilo’s

Het gaat voortvarend. Ik verlies verantwoord kilo’s. Niet met een crashdieet, maar met een gezond, verantwoord en uitgebalanceerd programma, onder professionele, medisch onderlegde begeleiding.  

En het wonderlijke is: het voelt allemaal heel normaal en vanzelfsprekend, terwijl ik al dertig jaar een pens zo groot als een watermeloen meezeulde. 

Uitstekende graadmeter

Dat allerlei kledingstukken weer passen is natuurlijk een uitstekende graadmeter. Dat is bovendien het voordeel van bijna nooit nieuwe kleding kopen. In plaats daarvan teer ik voornamelijk op antieke shirts, broeken en truien. Die draag ik totdat ze te erg van kleur verschieten, beginnen te rafelen of ten prooi zijn gevallen aan motten. 

Waarom ik bijna nooit nieuwe kleding koop? Nou, heel simpel: omdat ik daar een godsgruwelijke klere(n)hekel aan heb.

Dat gedóe.  

Ooit moest ik een jas kopen en heb ik een vrouwelijke collega meegenomen. Die verheugde zich op een gezellig middagje shoppen. Ik liep de eerste kledingwinkel in die we tegenkwamen, pakte lukraak een jas uit een rek, paste hem even snel en heb hem gekocht. Klaar. 

Voor haar was het een grote teleurstelling.  

Zo’n benauwd hokje

Vooral passen vind ik een ramp. Zo’n benauwd hokje waarin ik mijn stramme lijf nauwelijks kan keren. En dan steeds weer een nieuwe broek aangereikt krijgen die dan nét niet past. Kan ik weer helemaal opnieuw beginnen. 

Zo'n benauwd pashokje.
Kleding passen – dat gedóe.

Gelukkig hoeft dat nu niet meer. Want nu ik in omvang ben afgenomen doemen er nieuwe kansen op.  

Interessante ontdekkingsreis

Vol inspiratie en enthousiasme ben ik vandaag aan een interessante ontdekkingsreis begonnen. Ik ben mijn kledingkast aan het uitgraven. En ik kom tot mijn grote vreugde shirts, truien en overhemden tegen die ik jaren geleden – en dan bedoel ik ook echt járen geleden – met plezier droeg. 

Zullen ze weer passen? Zal het echt zo zijn? 

Ik ga het allemaal uitproberen. Want nu vind ik kleren passen ineens wél leuk. 

Echt van deze tijd zal het allemaal niet ogen. Hoewel, vaak komen kledingstijlen van vroeger weer in de mode. 

Dus misschien zet ik wel een trend. 

Nieuwe kookzin: het mes snijdt aan twee kanten

Koken met verse groenten
Gezond koken. Elke avond.

De bel. Ik spring verheugd op, spoed mij naar de hal en druk op de knop om mijn zeer gewenste bezoek beneden bij het portiek toegang te verlenen. Ik hoor hem de trap beklimmen en wrijf mezelf al in de handen. Pizza calzone deze keer, zo’n dubbelgeslagen massa deeg met daarin een mix van gehakt, tomaat, salami, ham en champignons. Tikkie te machtig, maar ik sla me er vast weer dapper doorheen. Als de bezorger in beeld verschijnt blijkt dat hij niet alleen de vertrouwde witte kartonnen doos bij zich draagt. ‘Alstublieft,’ zegt hij. En hij reikt me een fles chianti aan. ‘Omdat u zo’n goede klant bent.’  

Dit cadeautje viel me jaren geleden ten deel, toen ik eenmaal op mezelf woonde. Een sympathiek gebaar, dat zeker, maar het gaf me wel te denken. Net zo confronterend verliep in dezelfde week mijn bezoek aan het Chinees restaurant bij mij in de straat. Toen de medewerker mij binnen zag lopen, verscheen op zijn gezicht een brede glimlach. ‘Ah, nasi goleng speciaal?’  

‘Eh, ja, nasi goreng speciaal,’ antwoordde ik. 

Ik kookte nauwelijks, maar bestelde liever een pizza.
Ik deed goede zaken met de pizzalijn.

De gebruikte borden en pannen stapelden zich op

In koken had ik in die tijd geen enkele zin. Mij repertoire was ook niet zo breed. Als ik al mijn eten zelf bereidde, kwam ik niet verder dan roerbakken. Scheut olijfolie in een wok, blokjes kipfilet laten sissen, zakje gesneden groente erbij en daarnaast wat rijst koken. En omdat afwassen mij evenmin aantrok stapelden de borden, pannen en het bestek – dat ik allemaal o zo praktisch in de gebruikte wok verzamelde – zich gedurende de week op. 

Nee, gemak dient de mens en ik hou van lekker eten. Daarom deed ik enerzijds goede zaken met pizza- en spareribslijnen – ik maakte een waaier van het stapeltje folders en trok er met mijn ogen dicht eentje uit – en anderzijds met snackbar en afhaalchinees.  

Goede klant bij de afhaalchinees.
Nasi van de afhaalchinees. Lekker makkelijk.

Dan trek je niet een paar blikken tomatensoep open

Het heeft lang geduurd. Totdat ik mijn inmiddels ex ontmoette en we samen gingen koken. Ik kreeg er zowaar lol in. Het werd zelfs een grote liefhebberij. Ik zag het licht op een kerstdag. We hadden mijn familie uitgenodigd om te blijven eten en ja, dan trek je natuurlijk niet een paar blikken tomatensoep open.  

We hadden er echt werk van gemaakt. Op mijn schouders rustte onder meer het maken van kipsaté als voorafje. Ik heb me hier vol aandacht en zeer geconcentreerd op geworpen. De reacties waren lovend. Een passie was geboren. 

Van Aziatisch tot Zuid-Europees

Jaren later mag ik zeggen dat ik, als ik mijn aandacht erbij houd en het allemaal op mijn gemakkie doe, best lekker kan koken. Van Aziatisch tot Zuid-Europees, ik kan een beroep doen op een bont, rijk geschakeerd palet. Heb zelfs eens, samen met mijn dochter, op een kerstavond voor een achtkoppige vriendengroep gekookt. Paella als hoofdgerecht, tapas vooraf en een Spaans getint toetje als afsluiting. Olé! Erg leuk om te doen en het was een groot succes. 

Mijn voorkeur is altijd uitgegaan naar stoofpotten maken. Het liefst een avond van tevoren. Snijplank klaarleggen, batterij messen ernaast, glaasje rode wijn in de buurt. Berg rundvlees op de bodem van de pan, groente en kruiden erbij en dan drie uur laten sudderen. Heerlijk. 

Stoofpotten maken was bij mij favoriet.
Stoofpotten maken, het liefst een avond van tevoren.

Witte bolletjes met rookworst

Toen ik in Hilversum ging werken is het koken een beetje in het slop geraakt. Vaak was ik om halfacht thuis in Purmerend – tenminste, als er niemand voor een trein was gesprongen. En dan moest ik nog boodschappen doen en eten maken. Dat was soms nogal een opgave. Dan koos ik toch maar voor witte bolletjes met rookworst of een pizza uit de supermarkt. 

Dat is nu voorbij. 

Ik heb een werkgever in mijn woonplaats gevonden en werk nu om de bekende redenen zelfs vrijwel volledig thuis en vanuit huis. Tijd genoeg om te koken. Maar vooral ben ik nu bewust bezig met gezond eten. Verse groente, ooit door mij verketterd, vormt de basis. 

Zelf koken met verse groente als basis.
De tijden zijn veranderd.

Ik maak alles zelf en daaraan beleef ik dubbel plezier. Het geeft enerzijds veel voldoening als ik een gezonde maaltijd bereid, anderzijds word ik er behoorlijk zen van. Paprika’s snijd ik met een aardappelmesje traag in kleine reepjes. Blokjes kipfilet gun ik alle tijd om in een badje van sojasaus op smaak te komen. De vlam onder de pan zet ik standaard laag.  

Mindful koken. Dat is wat ik doe. 

Afwegingen tijdens mijn afvalrace

Afwegingen
In balans. Daar draait het om.

Ik leg met gemengde gevoelens twee volkoren crackers op een bord en bedek ze met geitenkaas, schijfjes komkommer en plakjes tomaat. Mijn ontbijt. Reuze gezond natuurlijk, en best lekker, maar… hoe kom ik daarna de uren tot mijn lunch door? Ga ik het traject waarvoor ik heb gekozen om mijn wat ongezonde ik-doe-maar-wat-patroon om te buigen tot een gezonde leefstijl en minimaal 15 kilo af te vallen überhaupt volhouden? Discipline is bij mij doorgaans ver te zoeken, gierende trek des te meer. 

Met dit voor mij alternatieve ontbijt klonk twee weken geleden het officiële startschot van mijn afvalrace. Ik weeg 85 kilo, meet 1,69 meter en als ik onder de douche sta en naar beneden kijk kan ik alleen mijn tenen zien. Zeker vanwege mijn leeftijd – 59 jaar – niet bepaald optimaal. Dat wordt gestaafd met keiharde feiten: een zorgwekkend BMI, mijn darmflora van de rel en een lever waarop ik een onredelijk zwaar beroep doe. Hart- en vaatziekten liggen op de loer als dreigende onweerswolken. Ingrijpen is noodzakelijk. Gelukkig heb ik dat zelf op tijd onderkend. 

Bourgondiër met een moddervette hoofdletter B

Waarom heb ik zoveel met eten? Geen idee. Maar ik ben een Bourgondiër met een moddervette hoofdletter B. Als tiener kroop ik ‘s ochtends na het ontwaken mijn bed uit en liep rechtstreeks naar de keuken. Niet om onbelemmerd te gaan snaaien, maar om een paar kookboeken uit een kast te pakken en mee naar bed te nemen. Al bladerend vergaapte ik me aan foto’s van gebraden kippen, bruingebrande rollades en gemarineerde saté. Ik beeldde me in dat ik daar gretig mijn tanden in zette. Er zullen trouwens ook wel schalen met groente bij hebben gestaan, maar dat kan ik me niet meer herinneren.  

Vervolgens telde ik de minuten tot het avondeten. Want dat was voor mij het hoogtepunt van de dag. En zo is het altijd gebleven. Veel eten vooral, in de stijl van mijn sterrenbeeld: leeuw. Maar ja, leeuwen zijn nooit te dik. Dat is dan weer het verschil.  

Een even bewuste als verstandige keuze

Bijna vijftig jaren en twintig kilo’s later heb ik een even bewuste als verstandige keuze gemaakt. Het roer moet om. Na het kansloos volgen van diverse hypes – uiteenlopend van Montignac en sapkuur tot brooddieet en intermittent fasting – heb ik professionele hulp gezocht. Had ik veel eerder moeten doen. Ik volg een traject dat moet leiden tot een gezonde leefstijl, bewust eten en een gewicht dat bij mij past. Mijn coach gaat voor 65 kilo. Ik ook, al zou ik met 70 kilo ook best tevreden zijn. 

Geen vol gevoel, geen leegte

Terug naar die eerste dag met mijn kleurrijk ingerichte crackers als ontbijt. Het voelde goed. Uitgebalanceerd. Geen vol gevoel, geen leegte. Ik had dat niet verwacht. De lunch – ook niet al te uitbundig – haalde ik tot mijn stomme verbazing met gemak, zonder hongergevoel. En zo is het nog steeds. Een dingetje is wel dat ik elke dag minimaal 2 1/2 liter water naar binnen moet zien te werken om het lichaam te ontgiften. Valt niet altijd mee. Maar met zes doppers verdeeld over de hele dag is het te doen. Ik maak daarbij vele meters: naar het toilet en weer terug. Mijn blaas weet even niet wat hem overkomt.  

Waterkraan
Minimaal 2 1/2 liter water per dag. Dat ga je merken.

Fit en – letterlijk – opgeruimd

De eerste fase – de voorbereiding op het echte werk – is na twee weken voorbij. In etappes heb ik belastende koolhydraten (brood, rijst, pasta een aardappelen) uit mijn menu’s gehaald. Daar zijn gezonde koolhydraten en meer groente voor in de plaats gekomen. Nu al voel ik me heel fit en – letterlijk – opgeruimd. Geen gehang meer op de bank na een overdadige maaltijd, maar gewoon lekker in mijn vel en hup, meteen de afwas doen.  

Pizzaatjes als lunch
Een lunchoptie: ‘pizzaatjes’. Lekker toch?

Wel eens gehoord van adukibonen? Ik evenmin

Maar vooral: de focus niet meer op malse spareribs, maar op gezonde voeding. De bijbehorende map bevat een voedingswijzer en ik kom zaken tegen die voor mij volkomen onbekend zijn. Adukibonen. Wel eens van gehoord? Ik evenmin. Maximaal een keer per week toegestaan. Ga ik proberen. Katoenzaad. Lamsoor. Nee, ho, stop – dat is een soort groente. Zeekraal. Geen idee. En om te bakken gebruik ik vanzelfsprekend biologische kokosolie. Ja, hè hè. 

Ik verdiep me nauwgezet in de werking van het lichaam en in de spijsvertering. Staat in mijn map van alles over in. Eindelijk snap ik nu hoe ik vaak vanuit het niets getroffen kon worden door een urgente, allesoverheersende trek in eten. Ja, kón, want dit overkomt me al niet meer. 

Fase 2: op weg naar de balans

Fase 2 draait om herstellen. Op weg naar de balans. Deze fase duurt totdat ik 2 kilo van mij streefgewicht af ben. Geen idee hoelang dit gaat duren. Maakt niet uit, het gaat goed zo. Ik heb geen haast. Deze fase luistert nauw. Ik moet alles wat ik aan eten ga bereiden wegen. Dus straks maar even een keukenweegschaal kopen. 

Weegschaal.
De tweede fase luistert nauw.

Een weegschaal voor mezelf heb ik al. De verleiding is groot om er al op te gaan staan. Vanochtend even mijn winterjas aangetrokken. Die zat iets minder strak dan vorig jaar. Een indicatie. Maar ik wacht nog even. Over minimaal een week ga ik mezelf wegen. Ben benieuwd.  

Weegschaal
Ben benieuwd.

Hoe ik 15 kilo verantwoord ga afvallen

Een buik met de omvang van een watermeloen.
Ja, wat wil je anders?

Als ik buk om mijn schoenveters te strikken heeft dat zo zijn gevolgen. De temperatuur in mijn hoofd loopt op. Het begint te bonken en er dwarrelt stoom uit mijn oren. Voor mijn ogen dansen zwarte vlekken. Ik krijg het benauwd. Maar ja, wat wil je met een pens zo groot als een watermeloen die in deze houding alle luchttoevoer afsnijdt? Ik weet al jaren niet beter, maar ga er – na diverse kansloze diëten – nu serieus werk van maken. Want met mijn BMI, in combinatie met mijn 59 jaren, schuur ik tegen de gevarenzone aan. Hart- en vaatziekten liggen op de loer. Ik start daarom binnenkort met een traject om verantwoord, onder professionele begeleiding 15 kilo kwijt te raken.  

Van nature had ik beslist een atletisch lichaam. Maar rond mijn 25ste ging het mis. Er begon een buikje te groeien. Het buikje werd een buik en die is nooit meer weggegaan. Oorzaak? Tja. Onder meer wijt ik het aan een enorme eetlust die zich vertaalt in meerdere keren een bord volscheppen en niet altijd even gezond eten. 

De serveerster begon wat stuurs te kijken

Voorbeeldje: ik was ooit redacteur van een horecakrant en schoof eens aan bij een restaurant, dat het ‘onbeperkt spareribs eten’ wilde promoten. Daar werkte ik dolgraag aan mee. Ik zou daar een verhaal over schrijven, en ja, zoiets is natuurlijk alleen mogelijk met de juiste input. De serveerster liep af en aan. Eerst zag ze de lol er nog van in, later begon ze wat stuurs te kijken. De kok stak op een zeker moment zijn hoofd om de hoek; zijn bezorgde, bijna angstige blik zie ik zo weer voor me. Ik ben toen maar gestopt. Maar eigenlijk had ik nog best trek. 

Onbeperkt spareribs eten.
Onbeperkt spareribs eten. Dat leek me wel wat.

Er waren momenten dat ik mijn overgewicht zat was. Meestal als de zomervakantie naderde. Dan stortte ik me op een dieet dat toen gangbaar was. Het brooddieet bijvoorbeeld. Om de dag alleen maar volkorenbrood eten en op de andere dagen eten wat ik maar wilde.  

Na 2 maanden 4 kilo afgevallen  

Het was goed te doen, mijn moeder werkte uitstekend mee en na twee maanden was ik vier kilo afgevallen. Hoezee! Maar het brood kwam me op een dag echt mijn neus uit. Ik beende naar het winkelcentrum, stapte de bistro binnen waar ik regelmatig met mijn beste vriend een biertje dronk en daarbij standaard een portie saté bestelde en liet die nu ook aanrukken. Wat een genot. Totdat de barman mij wees op iemand die buiten voor het raam naar me stond te kijken. Mijn moeder. Met het dieet ben ik toen maar gestopt. En ik kwam weer aan.

Brooddieet.
Het brooddieet. Best lang volgehouden.

Montignac. Dat was mijn volgende dieet. Een wat duistere methode, in die zin dat je best veel lekkers mocht eten. Veel pure chocola ook. Dat sprak mij bijzonder aan. Maar het werkte – volgens verwachting – niet.  

Sapkuur – een martelgang van een week

Datzelfde gold voor de sapkuur die ik daarna probeerde. Een martelgang van een week. Als ontbijt slechts een shake en in de loop van de dag, bij eventuele trek, een notenreep als tussendoortje. Die propte ik meestal een kwartier na het ontbijt al naar binnen. Verder tomatensap en – hoe erg, als ik eraan terugdenk – zuurkoolsap. Niet weg te krijgen. Had ik eindelijk, eindelijk een glas kokhalzend op, was het alweer tijd voor het volgende glas. 

Weerzinwekkend.  

Geen slecht idee

Lang tijd heb ik me niet meer aan een dieet gewaagd. Geen enkele animo. Totdat mijn overgewicht me weer danig begon tegen te staan. Nu maar eens geen dieet, maar een gezonder voedingspatroon. Geen slecht idee. Ik ging Googlen wat ik zou kunnen doen. Wat verwarrend allemaal. Wonderlijk hoe allerlei ‘deskundigen’ elkaar tegenspreken.

Smoothies, die zijn gezond, zegt de een; nee, geen smoothies, zegt de ander, want de mens is gemaakt om te kauwen.  

Ontbijt overslaan, zegt de een.

Nee, juist wel ontbijten, zegt de ander.

Fruitontbijt.

Nee, gebakken eieren met spek.  

Geen koolhydraten.

Ja, wel koolhydraten, maar alleen de gezonde. 

Calorieën verbranden.

Nee, het gaat niet om calorieën. 

Om gèk van te worden.  

De longen uit mijn lijf getrapt

Fitness dan maar. Eerst een paar weken de longen uit mijn lijf getrapt tijdens spinningsessies. Heeft niets geholpen. Na mijn verhuizing een jaar aan gewichten gesjord in een sportschool. Haalde niets uit. Ja, ik kon ineens zwaarder tillen, maar daar ging het mij niet om. Laat maar zitten, dacht ik. 

Aan gewichten sjorren in de sportschool.
Mijn armspieren werden sterker. Maar daar ging het mij niet om.

Maar zoals het nu gaat, gaat het niet goed. Dat besefte ik onlangs toen het zo heet was. Puffen, steunen en kreunen. En dan die overhemden waar de knopen vanaf springen, T-shirts waarvan de onderkant speels omhoog kruipt naar mijn navel.  

Gatverdamme. 

Een doordachte beslissing

En dus ga ik er nu serieus werk van maken. Geen opwelling deze keer, maar een doordachte beslissing. Verantwoord afvallen, terug naar dat atletische lichaam, lichter leven. Omdat ik dat mezelf gun, iets wat ik nooit eerder heb gehad. Zit daar misschien de sleutel? 

Ik ben gestuit op een betrouwbare, medisch onderlegde organisatie. Daar heb ik een prima intakegesprek gehad. Aan de hand van een lange vragenlijst, afgetapte urine, speekseltest en afgenomen bloed wordt nu een plan samengesteld, geheel afgestemd op mijn persoon.  Kijk, daar kan ik wat mee.

Over twee weken begin ik. En op mijn zestigste verjaardag – juli volgend jaar – ben ik 15 kilo lichter. Dat vier ik dan met een bak radijs.

Radijs als beloning.
Een bak radijs! Mijn beloning als ik 15 kilo ben afgevallen.

   

Waarom Archibald bij mij warme gevoelens oproept

Ik zag hem staan in de Wereldwinkel bij mij om de hoek en was meteen verkocht. Nee, dat is niet helemaal waar. Ik ging eerst bij Albert Heijn boodschappen doen en dacht tijdens het afrekenen: Waarom heb ik hem nou niet meteen gekocht? Met mijn volle tas liep ik terug naar de Wereldwinkel. Ik kocht hem alsnog.  

Thuis zette ik mijn aankoop op de ronde salontafel. Zo kon ik hem altijd goed zien. Ik bekeek hem aandachtig en er welden bij mij warme gevoelens op. Ik vond het op zijn plaats om hem een naam te geven. Ik doopte hem tot Archibald. 

Archibald is een stenen schildpad van nog geen 10 centimeter lang, gemaakt in Vietnam. Hij voelt ruw en korrelig aan, als schuurpapier. Zijn koppie staat fier omhoog. 

Prachtbeest. Maar het mooiste vind ik de woorden die in zijn schild staan gebeiteld. 

‘Slow down’ 

De tekst in combinatie met de schildpad, niet het snelste dier op aarde, heeft op mij een zeer positief en kalmerend effect. Ik word er van binnen erg rustig van als ik ernaar kijk, als ik die 2 woorden inhaleer. Dat komt mooi uit, want soms wil ik te snel. En ik wil juist slow.  

Wat voelt dat goed!

Ik breng het steeds meer met succes in de praktijk. In de auto, op mijn werk, binnen mijn nog verse relatie. En wat voelt dat goed! 

‘Slow down’. Net als bij Archibald worden deze woorden steeds nadrukkelijker in mijn persoon gebeiteld. Om nooit meer te verdwijnen.