Wat ik gemeen heb met Paul McCartney

Paul McCartney
Net als ik heeft de beroemde Brit TM beoefend – en misschien doet hij dat nog steeds.

Sinds 7 jaar volg ik qigonglessen bij ChiNeng Qigong Centrum Purmerend. Een voor mij ideale mix van gymnastiek, yoga en meditatie. Mijn levensenergie (qi) stroomt daardoor heerlijk door mijn lijf en daar heb ik veel baat bij.

Lang voordat ik aan Qigong begon heb ik diverse vormen van yoga en meditatie uitgeprobeerd. Ik was zoekende – waarnaar, dat weet ik niet meer, laat staan dat ik weet of ik heb gevonden wat ik zocht – en kwam onder meer in aanraking met Transcedente Meditatie (TM). Het was jaren geleden bijzonder populair vanwege zijn bewezen heilzame effecten en simpele techniek. Ik ben dit gaan beoefenen en bleek me in goed gezelschap te bevinden. Ook grootheden als Paul McCartney, Clint Eastwood en Oprah Winfrey waren enthousiaste TM’ers. Nou, moet ik nog meer zeggen?

Maharishi Mahesh Yogi – een goeroe met geld

De grondlegger van TM was Maharishi Mahesh Yogi. De Indiër had zijn geboorteland verlaten en woonde in een peperduur hoofdkwartier in Laag Soeren. Een goeroe met geld; daar heb je er volgens mij niet zo veel van. De goede man verdiende veel lof, dat zeker, maar om nou in elke leslocatie grote foto’s van hem op te hangen en af en toe een geurig boeketje bloemen en vers fruit mee te moeten nemen als blijk van verering – dat vond ik wat overdreven. De positieve effecten ten spijt ben ik ermee gestopt.

Bloemen
Bloemen meenemen ter verering – dat vond ik wat overdreven.

De ‘cool breeze’ van Sahaja Yoga

Een folder die ik in mijn brievenbus vond zette me op het spoor van een cursus Sahaja Yoga. Ik heb het geprobeerd. Bij Sahaja Yoga draaide het om een ‘cool breeze’ die je door je ruggengraat kon laten gaan. De kilte heb ik daadwerkelijk ervaren. Maar dat kwam vooral door het echtpaar dat deze lessen verzorgde. Ze straalden net zo veel warmte uit als het vriesvak van mijn koelkast.

Dat was nog niet eens het ergste.

Sahaja Yoga was volgens hun onwrikbare overtuiging de enige yogavorm die werkte. Punt. Sommige deelnemers brachten er voorzichtig tegenin dat zij ook met andere yogavormen positieve ervaringen hadden. Het werd hoofdschuddend als een ernstige misvatting afgedaan.

De twee liepen rond in een kleurig gewaad. Een bloemenkrans sierde hun hoofd. En o ja, in elke les toonden ze een film van de bedenkster van Sahaja Yoga. We hoefden nog net niet voor haar te knielen. Na drie lessen ben ik gestopt. Het ging me net even te ver.

In een kringetje na de reiki-les

Ook heb ik een reiki-les gevolgd. Heel aangenaam, maar aan het eind moesten we in een kringetje staan, elkaar bij de hand nemen en een liedje zingen om reiki te bedanken. Kijk, en dat had voor mij nou weer niet gehoeven. Het bleef bij die ene les.

Reiki
Tja, reiki. Heilzaam, maar één les was voor mij genoeg.


De qigong-lessen – wat een verademing

Nee, dan de lessen qigong die ik volg. Niks bewieroking, niks rare rituelen, niks paarse gewaden en bloemenkransen. De leraar heet gewoon Hans en hij brengt ons bij hoe we het meest uit de eeuwenoude Chinese bewegingsleer kunnen halen. Mooie oefeningen, grapje tussendoor en zinvolle informatie. Informatie die we, zo benadrukt hij regelmatig, niet blind voor waar moeten aannemen. Wat een verademing.

En na afloop gaat iedereen blij en vol nieuwe energie naar huis.

De knikkers en het spel

Een bal die razendsnel rondgaat, flitsende counters, mooi uitgespeelde aanvallen, wonderschone doelpunten. Met verbazing en bewondering bekijk ik hoe mijn zoon het Fifa20-spel op zijn PlayStation bedient. Alsof ik naar een echte voetbalwedstrijd zit te kijken – compleet met technische hoogstandjes, emoties op de gezichten van de spelers en bijpassend commentaar. Ik probeer het soms zelf, op aanwijzingen van mijn zoon. En het valt verdomd niet mee. Maar wát leuk vind ik dit. 

Toen ik zelf nog tiener was, creëerde ik een eigen variant. Een groen kleed vormde het voetbalveld, knikkers fungeerden als spelers en een fietskogeltje deed dienst als bal. Complete WK’s speelde ik in mijn slaapkamer – met Nederland, dat bij gebrek aan oranje knikkers in het wit speelde, standaard als winnaar. Het commentaar verzorgde ik zelf.  

Knikkers
Knikkers fungeerden als spelers.

Ik moest eraan terugdenken toen mijn zoon vroeg waar ik als kind mee speelde. Ik wist het nog precies. Vooral omdat ik aan mijn voetbalwedstrijden toen enorm veel plezier beleefde.  

Potje met de PlayStation

De uitnodiging van mijn zoon om een potje met zijn PlayStation te spelen nam ik graag aan. Wel moest ik eerst wat reserves overboord gooien. Ik heb weleens eerder computerspelletjes gespeeld en die gingen me allemaal veel te snel. Zelfs bij een simpel tennisspelletje reageerde ik onthutsend traag op de komende ballen. 

Maar goed, het is maar een spelletje en dus heb ik me er gewoon aan gewaagd. Mijn zoon stelde de wedstrijd in. Ik vertegenwoordigde Dynamo Kiev. Het is mijn all time favoriete ploeg nadat die in 1975 de Europa Cup 2 won ten koste van Ferencvaros en daarna de Supercup binnenhaalde door een machteloos Bayern München te verslaan. Als tegenstander had ik gekozen voor Bristol City. Je moet niet meteen te hoog mikken.    

Ik
Opperste concentratie.

Beginnersniveau

Mijn zoon had me heel wijs op het beginnersniveau ingeschaald. En ik moet zeggen: het viel me erg mee. Het lukte me best goed om de bal in de ploeg te houden en rustig op te bouwen – onderdeel van de vooraf uitgedachte tactiek. Bristol City bleek een wat taaiere tegenstander dan ik had verwacht en sloot zich zeker niet op in het eigen strafschopgebied. En dat in een uitwedstrijd met tachtigduizend enthousiast joelende Oekraïners op de tribune. Maar we gaven vrijwel geen kansen weg en naarmate de minuten vorderden kreeg ik meer greep op de wedstrijd.  

Passen, lopen en schieten

De consoler waarmee je het spel bestuurt herbergt tientallen mogelijkheden. Ik beperkte me tot passen, lopen en op doel schieten. Dat vond ik al heel wat. 

Dynamo Kiev won met 2-0. Terecht. We waren gewoon beter. En ik kreeg de smaak te pakken. Ook Benfica moest eraan geloven. En Manchester United, al kwamen we in alle eerlijkheid wel goed weg omdat het Britse aanvalstrio in een belabberde vorm stak en enkele kansen verprutste. En dat voor zo’n gelouterde ploeg.  

Van beginner naar amateur

Maar de winst gaf me vertrouwen. Reden genoeg om het een treetje hoger te zoeken. Van beginner naar amateur. Wat een verschil. Uit tegen Zulte Waregem moest ik echt alle zeilen bij zetten. Te lang dralen met het afgeven van de bal werd direct afgestraft. Onze keeper had een off day en daardoor verloren we met ehhh.. 0-4.  

Ik was er niet bij, maar in de kleedkamer zullen na afloop harde woorden zijn gesproken. 

Slimme steekbal

Ik heb me herpakt. Ik ben nu in staat meer uit de spelers te halen. Af en toe een messcherpe tackle, een kopbal en zelfs een slimme steekbal. Ik ontdek steeds meer functies. En tot mijn niet geringe verbazing wil ik ook winnen. Bij voorkeur met oogstrelend en effectief voetbal. En als het niet anders kan, met oneerlijk spel. Ik ben driftig op zoek naar een manier om een subtiele schwalbe in het strafschopgebied mogelijk te maken. Die functie heb ik op de consoler helaas nog steeds niet gevonden.  

Een bijblaadje vol mooie verhalen

Als redacteur/journalist van het Kompas, een lokale krant die in Landsmeer en Oostzaan verschijnt, kwam ik laatst bij een echtpaar thuis dat zestig jaar is getrouwd. Een mooie aanleiding voor een menselijk verhaal. Na drie kwartier vragen stellen en het gesprek op gang houden, wilde de vrouwelijke helft van het stel mij iets vragen: ‘Komt het verhaal in een krant of in het Kompas?’

Deze vraag moest ik even op me laten inwerken. ‘Hoe bedoelt u?’ reageerde ik. ‘Het Kompas ís een krant.’

‘Maar het Kompas is toch een bijblaadje?’ stelde de vrouw.

Ik heb het maar zo gelaten. Inwendig moest ik er best een beetje om lachen. De term bijblaadje kende ik nog niet. 

Krant

Hoe anders was dat toen ik jaren geleden, voordat ik boventallig raakte, ook bij een uitgeverij van lokale kranten werkte. Dan kringelde er meteen rook uit mijn oren als iemand zich neerbuigend over de krant uitliet. Sufferdje was toen al een gangbare term. Ik hield me dan netjes in, maar niet helemaal. 

Ik zal nooit vergeten dat ik een wat hautaine ondernemer aan de lijn kreeg. Hij vroeg of hij namens zijn bedrijf een persbericht in ons ‘krantje’ mocht plaatsen.

‘Ja hoor,’ antwoordde ik, ‘dat mocht. Wat heeft u voor bedrijfje?’ 

Secondenlang bleef het stil. Toen hing hij op. Nooit meer iets van hem gehoord.  

Wervend artikel over tegelwinkel

Wat me ook nog helder bijstaat is dat ik een keer een wervend artikel over een tegelwinkel moest schrijven. Belangrijke adverteerder – en niet in de laatste plaats vond hij zichzelf heel belangrijk – dus hij moest vooral in de watten worden gelegd.  

Tijdens het gesprek – hij liet me eerst bijna een kwartier in zijn kamer wachten, en ik weet nog steeds niet waarop en waarom – wilde hij mij een kopie van een lovend artikel meegeven dat een collega-journalist over zijn winkel had geschreven. Het kopieerapparaat stond naast hem en het artikel lag op zijn bureau. En dus belde hij een medewerkster die beneden in de winkel rondliep. Ze was al eerder koffie komen brengen en nu werd van haar verlangd dat ze het kopietje maakte. 

Mijn weerzin nam huiveringwekkende vormen aan. En het werd alleen maar erger toen hij uit de hoogte eiste dat hij vooraf inzage in mijn artikel kreeg. 

Er kwamen wilde fantasieën op

Ik heb het gedaan, en er kwamen wilde fantasieën op. Ik deed iets met een van zijn vloertegels, een exemplaar met een ruw, korrelig oppervlak, en daarna kon de man wékenlang niet zitten. Of hij had ineens iets weg van een breedbekkikker. 

Vloertegels

Maar dat was toen. 

Nu ben ik de mildheid zelve en maak ik me nergens druk over. Vooral heb ik enorm veel lol in mijn werk. Ik interview de meest uiteenlopende mensen. Van burgemeesters tot scholieren die geld inzamelen voor koala’s in het door bosbranden geplaagde Australië en van dorpelingen die statushouders wegwijs maken in hun nieuwe omgeving tot het plaatselijke judotalent. Geen vooraf bedachte vragen maar een onbevangen benadering. Het zijn altijd prettige gesprekken en het resulteert in een krant met mooie verhalen. 

En nu mogen ze dat van mij best een bijblaadje noemen. Vind ik helemaal niet erg. 

Hoe Alexander Curly mij keelpijn bezorgde

Laatst hoorde ik op de radio een oude hit van de Nederlandse artiest Alexander Curly. Meteen kreeg ik pijn in mijn keel, alsof ik een steentje had ingeslikt. En ik had op slag dorst.

Nee, ik heb geen drankprobleem en dat heb ik ook nooit gehad. Maar het nummer riep direct associaties op met een week uit mijn tienertijd. De week dat ik met Angina in bed lag – en nee, dat was geen leuk meisje, maar een oude benaming voor een keelontsteking. Het ging gepaard met keelpijn, opgezette klieren, koorts en een droge keel. Ik moest veel drinken en dat was best pijnlijk.

Elk uur een Troetelschijf op de radio

Ik kan me die week nog goed herinneren. Ik lag in het bed van mijn ouders, met groene, flanellen lakens die naar vanille geurden, en mijn moeder legde me heerlijk in de watten. De radio stond de hele dag aan en elk uur werd een zogenaamde Troetelschijf gedraaid. Dat was in die week het nummer van Alexander Curly. Het hing na twee dagen mijn pijnlijke keel uit. En toen ik het laatst hoorde, werd ik direct naar die week teruggevoerd. Wonderlijk hoe zoiets werkt.

Nog nooit een verfkwast aangeraakt

Ik heb dat vaker meegemaakt. In 1998 kocht ik een huis in De Rijp en moest ik aan de slag om het interieur op te knappen. Dat was voor mij voor het eerst en ik was daar behoorlijk onzeker over.  Nog nooit had ik een verfkwast of zelfs maar een schroevendraaier aangeraakt. En nu moest ik schuren, met ammoniak in de weer, gaten in muren dichtplamuren, gronden en aflakken. Geen idee hoe dat moest. Door de spanning liep ik rond met een steen in mijn maag. Ook nu had ik de radio aan. Er kwam regelmatig een hit voorbij, waarvan ik de titel en artieste helaas niet meer weet. Maar het nummer wordt nog wel eens gedraaid en dan keert die steen met de daarbij horende onzekerheid direct terug. Ik zie mezelf dan weer vertwijfeld met een druipende kwast voor een muur staan. Ik ruik de verf en voel kille windvlagen in mijn nek. Vanwege de verflucht had ik de ramen opengezet.

Bosloop op het ritme van Julien Clerc

Nog een voorbeeld. In de zeventiger jaren voetbalde ik bij Rood Wit-A in Amsterdam-Noord. Als speler van het tweede juniorenteam trainde ik mee met de jeugdselectie. Dat ging best serieus. Het seizoen werd geopend met twee keer per week een bosloop. Daar had ik een hartgrondige hekel aan en toen al had ik geen beste conditie. Bovendien vond ik het gruwelijk saai. Om mezelf er doorheen te slepen draaide ik in mijn hoofd een liedje van Julien Clerc af. Waarom juist dat nummer? Geen idee. Maar het sprak me aan en door het ritme liep ik een stuk makkelijker.

Het liedje zit nog in mijn hoofd en dan zie – en voel – ik mezelf weer lopen. Met bonkend hart en pap in mijn dijen.

Sommige liedjes voeren me direct terug naar een specifiek moment en het maakt niet uit hoe lang het is geleden.

Met mijn jongere broer naar Roxy Music – een mooie herinnering

Het kan ook andersom. Dan wil ik momenten opnieuw ervaren en zoek ik op YouTube het bijbehorende nummer op. Bijvoorbeeld als ik in een weemoedige bui terugdenk aan mijn overleden jongere broer. Heel vaak draai ik dan het mooiste nummer uit het concert van Roxy Music, nog steeds mijn favoriete band, dat ik ruim een jaar voor zijn dood met hem heb bijgewoond. Dat wilde ik graag samen met hem beleven. Een herinnering die ik koester.

  

Hulp van boven – het gebeurt echt!

Ik liep naar mijn auto om boodschappen voor het weekend te doen, maar er wachtte een onaangename verrassing. Lekke band. Diepe zucht. Hier had ik he-le-maal geen zin in. Probleem was vooral dat ik niet wist hoe ik een band moest vervangen.

Het leek me het beste om terug te lopen naar mijn woning, koffie te zetten en me te bezinnen. Eén ding stond vast: zodra ik niet in actie kwam, zou er niets gebeuren. En om nou de Wegenwacht te laten voorrijden, dat vond ik wat overdreven. Drie kwartier lang bleef ik dralen. Mijn overtuiging dat ik niet in staat was een band te verwisselen hield me als plakband vast aan mijn stoel. Maar ik had mijn auto nodig. Niet alleen voor mijn boodschappen, maar vooral om maandag naar mijn werk te kunnen.

Na nog een kwartier nam ik een moedige beslissing. Ik zou het gewoon proberen. Traag, met zware tred – alsof er een kruiwagen nat zand in mijn benen was gestort –  slenterde ik naar mijn auto. Mijn hart bonkte in mijn keel. Toen ik er bijna was, stapte net een buurman uit de auto die naast die van mij stond geparkeerd.

‘Lekke band?’, zei hij, terwijl hij naar mijn auto knikte. ‘Zal ik je even helpen?’

Samen hebben we de band verwisseld. Daarna wist ik hoe zoiets in zijn werk gaat. Later heb ik van die kennis ook nog eens profijt gehad.

Autoband
Tja, lekke band. Wat doe je dan?

Ik ben geen Bijbelkenner. Toch is één zin daaruit zo’n beetje mijn lijfspreuk: ‘God helpt degene die zichzelf helpt’. Mijn ervaring is dat dit werkt. Zodra ik me ertoe zet iets te doen wat moet gebeuren maar wat ik erg spannend vind, krijg ik hulp.

Probleem opgelost

Actie ondernemen is de sleutel. Daar begint alles mee. Ik heb het meegemaakt toen ik twee jaar geleden na mijn scheiding verhuisde. Ik had wat grote objecten op Marktplaats gezet omdat ze niet in mijn nieuwe woning zouden passen en die zijn precies op tijd weggehaald. Probleempje vormde aanvankelijk wel een stapel straattegels – stuk of zeventig – die ik vanaf de schuur naar de weg had gesjouwd om te worden opgehaald. De man die interesse had getoond zag er uiteindelijk vanaf. Ik bleef daardoor met al die stenen zitten – en met een hoop pijn in mijn rug. Ik kon de stenen daar niet laten staan. En ze terugbrengen naar de schuur, honderd meter verder, dat sprak me ook niet zo aan. Ook dit probleem is opgelost. Een medebestuurslid van de plaatselijke voetbalclub kon ze goed gebruiken en heeft ze dezelfde dag opgehaald.

Een ander, maar meer praktisch probleem vormde het vervoer van een enorme computerkast. Een paar potige mannen kwamen hem halen met een bestelwagen. En die was nét te klein. De kast paste er op vijf centimeter na niet in. En nu bracht een overbuurman uitkomst. Hij zag ons schutteren en riep: ‘Ik heb een aanhanger. Willen jullie die gebruiken?’ Probleem opgelost.

Sterker nog: ik mocht de aanhanger zelf ook gebruiken voor mijn verhuizing en dat kwam erg goed van pas. Ik heb er van alles mee vervoerd: grofvuil naar de milieustraat, dozen naar mijn nieuwe adres en nog wat grote objecten naar mijn Shurgard-opslag. De aanhanger – beter gezegd: mijn overbuurman – heeft mij gered.

Aanhanger
De aanhanger kwam als geroepen.

Het meest wonderlijke voorval deed zich voor zijn tijdens een weekendje erop uit met een vriend van me. Onze fietsen hadden we meegenomen, en daar had ik bij voorbaat al geen goed gevoel over. Mijn vriend had een betere fiets en vooral een betere conditie. Met gepaste reserves stapte ik op een vroege zaterdagochtend voor ons hotel in Otterlo op het zadel om ‘lekker lang’ te fietsen. Het ging meteen mis. We moesten al snel door bospaden met rul zand en het lood sloeg in mijn benen. Het is niet meer goed gekomen. Ik deed mijn best, maar kon mijn vriend niet bijbenen. Zodra in de verte weer een heuvel opdoemde, zonk alle moed me in de schoenen.

‘God, help me!’

Toen bleek dat we waren verdwaald en erg ver van ons hotel waren brak er iets bij me. We fietsten eindelijk op een vlak, geasfalteerd pad, maar het werd ineens een beetje zwart voor mijn ogen. En we moesten nog zó lang. ‘God, help me!’ kermde ik uit de grond van mijn hart. En toen gebeurde het. Het stuur leek te worden overgenomen en de een of andere kracht zorgde ervoor dat ik naast het fietspad in een strook met kiezelstenen terechtkwam. Ik had er geen enkele invloed op en kon het alleen maar laten gebeuren. Na tien seconden klonk er een soort plofje en liep mijn band sissend leeg. Voor mij was de fietstocht ten einde.  Ik stapte af en besefte het met trillende benen.

Moest ik nu lopend naar het hotel? Nee, dat hoefde niet. Er kwam een bestelauto aanrijden. Die stopte naast ons. De bestuurder stapte uit en vroeg welke kant we op moesten. ‘Otterlo? Nou, daar moet ik ook heen. Zet de fietsen maar achterin en stap maar in.’

Hulp van boven – het bestaat echt. Alleen moet je er soms wel even om vragen.

Fiets
De fietstocht kreeg een verrassend einde.

De specht die op mijn lokroep reageerde

Toen ik nog in Hilversum werkte maakte ik in de lunchpauze standaard een wandeling met één of meer collega’s. Bij voorkeur door het aangrenzende bos- en heidegebied. Ik struinde daar eens met een collega en ik vertelde haar over mijn ultieme natuurbeleving: het geluid van een specht die in een boom zijn nest uithakt. Precies op dat moment klonk tientallen meters links van me… het geroffel van een spechtensnavel tegen een boomstam. Dat soort toevalligheden maak ik vaak mee, en ik geniet daar altijd van.

Specht
Een specht die in een boomstam fanatiek een nest uithakt. Een mooi fenomeen.

Carl Jung, de vroegere vermaarde psycholoog, omschreef dit soort grappen in 1930 als synchroniciteit. In zijn uitleg: ‘Een zinvolle vorm van toeval van uiterlijke en innerlijke gebeurtenissen, die zelf niet direct met elkaar verbonden zijn’.

Was het zinvol?

Het was best een wonderlijke gebeurtenis, daar op de heide. Maar of het zinvol was? Geen idee. Maar dat hoeft ook niet perse.

Ik hoefde niet verder te zoeken

Toch laat ik me door dit soort voorvallen nog weleens de weg wijzen. Ooit wilde mijn inmiddels ex en ik onze badkamer verbouwen, zonder al te diep in de buidel te moeten tasten. Maar door welk bedrijf? Ik dubde daarover toen ik met mijn auto op een tweebaansweg voor een stoplicht stond.  Ik keek naast me en daar stond een bestelbus met daarop de naam van een badkamerspecialist. Ik hoefde niet verder te zoeken. De eerstvolgende zaterdag liepen we de winkel binnen. Er werd daar net opruiming gehouden. Tegen een stevige korting hebben we een bad, glazen scherm, toilet, en radiator gekocht. Het werd allemaal keurig geïnstalleerd. Zo waren we in één keer klaar.

Badkamer
We wilden een badkamer en dat was snel geregeld.

De sticker die mijn aandacht trok

Is het per definitie wijs om dergelijke signalen serieus te nemen? Nou nee, dat ook weer niet. Ik had ooit het idee om op jiu jitsu te gaan. Leek me wel leuk. Ik dacht erover na tijdens een autorit – dat doe ik kennelijk vaker. Ik zette mijn auto in Amsterdam in een parkeervak naast een lantaarnpaal. Ik stapte uit en mijn aandacht werd getrokken door een sticker die op de paal was bevestigd. Het was de sticker van een Jiu Jitsu-school. Ik heb me dezelfde avond aangemeld. Ik heb een aantal lessen gevolgd, maar… het was niks voor mij.

Jiu Jitsu
Jiu jitsu was niks voor mij. Daar kwam ik al snel achter.

Jaren later wilde ik ‘iets’ met yoga, energie en meditatie. Ik liep de keuken in en op de keukentafel lag een zondagkrant opengeslagen. Ik keek er tijdens het langslopen naar en mijn oog viel op een artikel over qigong-lessen bij Chineng Qigong Centrum Purmerend. Qigong? Ik had er nog nooit van gehoord. Maar het was precies  wat ik zocht. Ook nu meldde ik me meteen aan. En nu was het wel een goede keuze. Het is nu acht jaar geleden en ik ben nog steeds enthousiast lid.

Qigong
Qigong beoefenen was wel een goede keuze. Dat doe ik al acht jaar met veel enthousiasme..

Wat is het verschil?

Waarom is het een een goede keuze en het andere niet? Ik denk dat ik het antwoord weet. Tenminste, voor mezelf. Het verschil zit hem in waar het idee om iets te doen vandaan komt. Uit mijn hoofd of vanuit mijn gevoel – specifieker gezegd: vanuit mijn buikstreek. Jiu jitsu had ik bedacht, qigong kwam spontaan vanuit mijn gevoel opzetten. Dat is het verschil: als iets uit mijn gevoel komt, is het goed.        

Hoe de sportschoolhoudster mij inspireerde

SportStudio Landsmeer was ooit een ontmoetingsplek waar veel dorpelingen elkaar troffen. Ze werkten aan hun conditie, fitheid en lijf. Na afloop was het geen kwestie van douchen, omkleden en wegwezen. De meeste sporters bleven gezellig hangen en dronken samen nog even een kopje koffie of thee. Soms met iets erbij. Ja, moet kunnen toch? 

En toen kwam de klad erin.   

De eigenaar had er niet zo veel zin meer in en dat merkte je. De sfeer werd wat minder, sporters liepen na afloop al snel de deur uit of kwamen niet meer. 

Totdat een van de klanten, Meryem Ermis, haar ondernemerszin aansprak en de studio van de eigenaar overnam.  

Haar voornaamste doelstelling: haar klanten blij maken. Gewoon door wat meer aandacht aan hen en aan het bedrijf te geven. En daarnaast door nieuwe activiteiten in het programma op te nemen. Denk aan trampolinespringen voor kinderen, Femimove (dansen met een stok in je handen) en EMS Bodytech. Ook gaat ze yogalessen bieden en heeft ze een Shiatsu-trainer in huis gehaald. 

De pot voor koffiemuntjes zat weer vol

Meryem is nog maar een paar maanden bezig, maar de gezellige sfeer kwam al snel weer terug. Dat werd onderstreept toen een van de trainers haar vertelde dat de pot voor de koffiemuntjes weer vol zat. Ze was er blij mee. Niet vanwege het geld, maar wel omdat de mensen dus weer blijven hangen.  

Sommige klanten spraken het uit: “Het is weer die leuke sportschool die het vroeger was!” 

Bevlogen en enthousiast

Wat is het geheim van Meryem? Heel simpel: ze is bevlogen en enthousiast en bedrijft haar studio met aandacht en liefde. Dan kan het gevolg niet uitblijven. Het is het verschil tussen niet omkijken naar een plant en hem laten verleppen of er af en toe water in gieten en het stof van de bladeren afvegen. Dan bloeit die vanzelf op. 

Geïnspireerd

Ik ken dit verhaal omdat ik Meryem voor mijn krant heb geïnterviewd. Ze heeft me onbedoeld geïnspireerd om meer te doen met bloggen en daar vooral veel plezier aan te beleven. Ik denk dat de lezers zich dan ook wel zullen aandienen. 

Intussen kijk ik eens om me heen. Ik heb afscheid genomen van mijn werkster omdat ik dicht bij huis werk en ik meer tijd heb om de boel  bij te houden, maar er mag wel even iets gebeuren. 

Zodra ik de laatste punt heb gezet, ga ik stofzuigen, dweilen en mijn koelkast van binnen schoonmaken. O ja, de planten geef ik ook maar eens wat water. Ze staan er wat triest en verlept bij.   

Gieter

  

Hemelse humor van mijn overleden broer

Mijn jongere broer is op 2 november 2002 op 38-jarige leeftijd overleden. Kanker. Kansloos. Kort na zijn dood vond een mysterieus voorval plaats. Enkele maanden later nog een.  

Het eerste voorval speelde zich ‘s nachts af. Ik sliep en rond half 2, bleek achteraf, gebeurde het. In een droom verscheen in een flits een felverlichte, engelachtige gedaante in bidhouding. Eén seconde later schrok ik wakker. Een harde bons. Links. Daar waar zich een inloopkast bevond. Het klonk alsof iemand met een vuist driftig op de schuifdeur had geramd. 

De metalen kleerhangers tingelden…

Ik zat rechtop in mijn bed. En hoorde de metalen kleerhangers in de kast tingelen. Alsof ze even heen en weer bewogen en elkaar raakten.  

Wonderlijk toch? 

Maanden later reed ik ‘s avonds door de donkere, verlaten polder naar huis. Ik moest sterk aan mijn broer denken. Ik miste hem. Vroeg hem spontaan om een groet. Het mocht ook een klein groetje zijn. Ben gauw tevreden.   

Ik schrok me wezenloos

Onmiddellijk plofte er iets vanuit de lucht met grote kracht op mijn voorruit. Ik schrok me wezenloos. Het was iets zachts, en het spatte uiteen. Wat was dat? Een perzik? Een rotte tomaat? En… waar kwam het vandaan? Geen idee. Ik reed niet onder bomen, maar had alleen een sterrenhemel hoog boven me. 

Ik zette de auto aan de kant. Even bijkomen. Enigszins hersteld van de schrik begon er iets bij me te dagen. Een warm gevoel welde op. Ik startte de motor. Met een brede, dankbare glimlach vervolgde ik mijn weg. 

Hemel

Zitten we met onzichtbare banden aan elkaar vast?

Het was vrijdagmiddag rond halfzes en ik liep vanaf mijn woning richting kapsalon waar mijn dochter haar wekelijkse stage liep. Ik had haar beloofd een bakkie koffie bij haar te halen voordat de koopavond zou beginnen.  

Ik naderde een loempiakraam en besloot spontaan twee loempia’s voor mijn dochter mee te nemen. Precies op dat moment belde ze. Of ik twee loempia’s voor haar wilde meenemen, want het avondeten dreigde er bij in te schieten. 

Herkenbaar? Ja toch?   

Het overkomt mij ook vaak. 

Met mijn ex had ik dat ook (en nog steeds). Liep ik bijvoorbeeld een supermarkt binnen om wat boodschappen te halen, appte ze: ‘Kom je toevallig nog langs een supermarkt? En wil je dan koffie meenemen? Die is bijna op.’ 

Ik weet al wie ik aan de lijn heb

En dan mijn vriendin. Net als ik haar wil bellen, licht mijn mobiel op en klinkt het vertrouwde jazzriedeltje. Ik hoef dan niet te kijken wie ik aan de lijn heb. Dat weet ik dan al.  

Nog zo’n staaltje van synchroniciteit, oftewel betekenisvol toeval, zoals Carl Jung het ooit heeft omschreven: mijn ex was zwanger van ons eerste kind, we reden in de auto en noemden de meisjesnaam waarvoor we hadden gekozen. Precies op dat moment draaide vóór ons vanaf rechts een bestelbus de weg op. We reden er vlak achter en konden het nummerbord duidelijk zien. De drie letters die daarop stonden vormden de naam die we zojuist hadden uitgesproken. 

Zitten we met onzichtbare banden aan elkaar vast? Geen flauw idee. Maar het is altijd weer mooi om mee te maken.  

Ketting

Waarom Archibald bij mij warme gevoelens oproept

Ik zag hem staan in de Wereldwinkel bij mij om de hoek en was meteen verkocht. Nee, dat is niet helemaal waar. Ik ging eerst bij Albert Heijn boodschappen doen en dacht tijdens het afrekenen: Waarom heb ik hem nou niet meteen gekocht? Met mijn volle tas liep ik terug naar de Wereldwinkel. Ik kocht hem alsnog.  

Thuis zette ik mijn aankoop op de ronde salontafel. Zo kon ik hem altijd goed zien. Ik bekeek hem aandachtig en er welden bij mij warme gevoelens op. Ik vond het op zijn plaats om hem een naam te geven. Ik doopte hem tot Archibald. 

Archibald is een stenen schildpad van nog geen 10 centimeter lang, gemaakt in Vietnam. Hij voelt ruw en korrelig aan, als schuurpapier. Zijn koppie staat fier omhoog. 

Prachtbeest. Maar het mooiste vind ik de woorden die in zijn schild staan gebeiteld. 

‘Slow down’ 

De tekst in combinatie met de schildpad, niet het snelste dier op aarde, heeft op mij een zeer positief en kalmerend effect. Ik word er van binnen erg rustig van als ik ernaar kijk, als ik die 2 woorden inhaleer. Dat komt mooi uit, want soms wil ik te snel. En ik wil juist slow.  

Wat voelt dat goed!

Ik breng het steeds meer met succes in de praktijk. In de auto, op mijn werk, binnen mijn nog verse relatie. En wat voelt dat goed! 

‘Slow down’. Net als bij Archibald worden deze woorden steeds nadrukkelijker in mijn persoon gebeiteld. Om nooit meer te verdwijnen.