Het geheim van succesvol afvallen

Hoe val je met succes af tot een gezond gewicht? Na járen kansloos ploeteren met allerlei diëten heb ik de juiste formule gevonden. In ruim een halfjaar tijd ben ik 15 overtollige kilo’s kwijtgeraakt – van 85 naar 70 kilo. Ik ga vanaf nu lichter en met een prettiger gevoel door het leven. En als bijkomend voordeel zijn mijn astmaklachten verdwenen. Hoe is me dit gelukt? Lees vooral verder. 

Ik kan het me nauwelijks nog herinneren, maar foto’s uit mijn tienertijd spreken duidelijke taal. Ik had een atletisch lichaam met bijbehorende sixpack. Tot na mijn twintigste. Toen begon het mis te lopen.  Mijn buik zwol aan tot het formaat van een juniorenrugbybal – stomtoevallig tegelijk het mijn eerste baan die mij acht uur per dag aan een bureaustoel gekluisterd hield én een gezellig uitgaansleven. Erg blij met mijn postuur was ik niet en ik zocht het in de gangbare diëten en methodes om mijn buik tot een normaal formaat terug te brengen.  

Van brooddieet tot Atkins

Het werd een afvalrace die járen zou duren. Zonder resultaat. Van sapkuur tot  Montignac, van brooddieet tot Atkins, van intermitted fasting tot sportschool – niets hielp, mede omdat ik het vaak na een week al voor gezien hield.  

Pas later, veel later, zou ik begrijpen dat diëten niet helpen en dat het bij het te lijf gaan van overgewicht niet draait om wilskracht.  

Een periode brak aan waarin het me allemaal geen bal interesseerde dat ik met een overmatig bolle pens rondliep. Ik at maar raak, genoot met enige regelmaat van een glas witbier of whisky – Jack Daniels beschouwde ik als mijn gebottelde vriend – en de astmaklachten die elk voorjaar om de hoek kwamen kijken werkte ik weg met een puffer. Ik vond het allemaal wel best.  

Tja…

Tot augustus 2020. 

Het was een hete zomer en als ik de twee trappen naar mijn appartement beklom kwam ik hijgend boven. In en uit mijn auto stappen ging gepaard met een hoop gesteun en gekreun. Om nog maar te zwijgen over bukken om mijn schoenen vast te veteren. Dan liep ik rood aan, dansten er zwarte vlekken voor mijn ogen en begonnen mijn slapen te bonken. En toen de zomerhemden die ik het jaar daarvóór met dochter en vriendin had gekocht niet meer bleken te passen kwam ik tot bezinning.

Zó kon het niet langer. Nu moest het roer écht helemaal om.  

Maar hoe? 

Cure4Life

Wie zoekt, zal vinden. Ik stuitte in mijn eigen krant op een paginagrote advertentie van Cure4Life. Geen dieet, dat had deze organisatie niet te bieden, maar wel een beproefd programma om een nieuw, gezond, individueel afgestemd eetpatroon aan te leren. Dit onder begeleiding van een professionele, medisch onderlegde coach. Nooit eerder gedaan, maar dit zou het moeten worden. Het was mijn laatste, ultieme poging. Zou dit niet werken, dan zou ik helemaal niets meer proberen.  

Alexia Venema heette mijn coach. Aan haar de uitdagende opdracht om mij naar een gezond gewicht te begeleiden.

Alexia Venema heeft me begeleid. Zonder haar had ik het niet gered.

Ik ging aan de slag met afgepaste porties eten, voedingsvoorschriften en adviezen. Het effect merkte ik al snel. Ik voelde me lichter, prettiger en gezonder en dat zag ik terug op de weegschaal. Kreunde die eerst nog onder een gewicht van ruim 85 kilo, het werd steeds een stukje makkelijker om mij te dragen.  

Een historisch moment

Als streefgewicht hadden we 65 kilo vastgesteld. Behoorlijk ambitieus, vond ik zelf, maar volgens Alexia was dat het gewicht dat bij mij paste. Ik hield mij braaf aan de voorschriften en dook na drie maanden onder de 80 kilo. En ik luidde het jaar uit met 74,4 kilo – zonder oliebollen en champagne. Een historisch moment; ik had dit nauwelijks voor mogelijk gehouden. 

Daarmee toonde de medaille zijn achterkant. Ik was ‘dik’ tevreden, werd wat makkelijker en nam het programma niet altijd even nauw. Het was af en toe moeilijk om het vol te houden. Maar mijn coach sleepte mij er doorheen door me op de juiste momenten een zetje in de rug te geven. Zonder haar had ik dit allemaal niet gered. 

Gestaag terug naar rond de 70 kilo

Ik herpakte mezelf en bracht mijn gewicht gestaag terug naar rond de 70 kilo. Een megaprestatie. En rond dit gewicht houd ik het; het aanvankelijke doel heb ik in overleg met Alexia naar boven bijgesteld. 

Ik voel me nu licht en gezond en dat merkte ik laatst vooral tijdens mijn verhuizing – ik woon inmiddels samen met mijn vriendin. Een week lang slepen en sjouwen, trap op, trap af met zware spullen, en de voormalige woning in zijn oude staat terugbrengen – ik heb er lichamelijk nauwelijks iets van gemerkt. 

Ik heb de volle winst geboekt. Niet met een dieet en wilskracht, wel met nieuwe eetgewoontes en gezond verstand. 

Dat is het geheim. 

En er is nog iets veranderd. Gelijk met het afnemen van mijn gewicht en slinken van mijn ‘brommerhelm’ – mijn buikomvang is met 18 centimeter afgenomen – steeg mijn eigenwaarde. Geen behoefte meer aan de goedkeuring en waardering van anderen. Evenmin geen zin meer om van alles te delen onder het motto ‘Kijk mij eens’. Het is prima zo.  

Mooi moment daarom om met mijn blogs te stoppen. Trouwe lezers, dank voor jullie aandacht! 

Vanaf nu lichter en gezonder door het leven.

7 ijzersterke tips voor een geslaagd interview

Aanbevolen positie tijdens interview: haaks.
Een van mijn tips: ga niet tegenover elkaar zitten.

Een interview afnemen waar zowel jij als je gesprekspartner met een tevreden gevoel op terugkijkt? Volg mijn 7 tips. Ik heb ze mezelf eigen gemaakt in de bijna 30 jaren dat ik als journalist met pen en schrijfblok in de hand de ene na de andere deur binnenloop en pas ze automatisch toe. Met succes.  

Mijn allereerste interview, ruim 30 jaar geleden, ik weet het nog precies. Ik was zojuist aangenomen als journalist bij Stadsblad De Echo in Amsterdam en de hoofdredacteur stuurde me meteen de straat op. Learning by doing. Ik moest een artikel schrijven over het toen nog nieuwe fenomeen ‘Attentie Buurtpreventie’. Op het afgesproken tijdstip belde ik aan op het aangegeven adres in Amsterdam-Oost – nadat ik ruim vijf minuten voor de deur had staan dralen.  

Ze keken me vol verwachting aan

Binnen wachtte een comité van vier buurtbewoners. Ze keken me vol verwachting aan toen ik bij ze aan tafel ging zitten. Geen idee ook ik dit moest aanpakken. Maar het regelde zich vanzelf. Een van de heren – de voorzitter, vermoedde ik – zei: “Hoe doet u dat altijd? Stelt u vragen of laat de mensen eerst hun verhaal vertellen?” 

Kennelijk kwam ik over als een ervaren journalist. En dan was ik ook nog eens een ‘u’. Dat gaf me veel vertrouwen. 

Welgeteld 2 seconden weifelde ik. Moest ik bekennen dat dit mijn eerste interview was en dat ik niet kon terugvallen op een beproefd plan van aanpak? Of zou ik ze in de waan laten en in de rol blijven van de gelouterde journalist die voor het zoveelste interview aanschuift? 

Ik besloot tot bluf. Ja, je bent Amsterdammer of je bent het niet, hè? 

“Wat ik altijd doe”, begon ik met een serieuze blik, terwijl ik pen en papier op tafel legde, “is de mensen zelf hun verhaal laten vertellen, en als me na afloop iets niet duidelijk is of als ik meer wil weten, stel ik vragen.” 

Er werd instemmend geknikt en ik bracht het er goed van af. 

De mist in

Later ging ik nog wel eens de mist in. Vooral als ik vooraf een vragenlijstje opstelde en me daar star aan wilde houden. Dat werkte niet. Ooit heb ik een flamboyante horeca-ondernemer geïnterviewd. Die hoefde ik geen vragen te stellen, want hij praatte zelf wel aan één stuk door. Hoe makkelijk voor een interviewer!

Zo heb ik het helaas niet ervaren. Probleem was dat hij in het begin spontaan antwoord gaf op vraag 4 die op mijn zorgvuldig opgestelde lijstje stond. Toen klopte het voor mij niet meer. Ik raakte uit balans en moest alle zeilen bijzetten om hier flexibel mee om te gaan. 

Meneer Aart had geen zin

Gesloten vragen stellen. Ook zoiets. Ik deed het bij wijlen Aart Staartjes – met afstand mijn slechtste interview. Hij had er sowieso geen zin in, dat liet hij aan alle kanten merken, en elke vraag beantwoordde hij met een kort ‘Ja’ of ‘Nee’. Punt. Het interview sloeg dood als een glas verschaald bier. Ik was blij toen ik weer weg mocht. Meneer Aart waarschijnlijk ook. 

Interviewen is een vak en dat heb ik mezelf door ervaring eigen gemaakt. Nu ik weer in de plaatselijke journalistiek werk beleef ik daar opnieuw enorm veel plezier aan. Ik kom met een leeg schrijfblok en dito hoofd binnen en ga na pakweg anderhalf uur weer weg. Maar dan met vellen vol aantekeningen – gesprekken opnemen doe ik nooit -, een invalshoek in mijn hoofd, een prettig gevoel omdat ik iemand heb leren kennen die ik nog niet kende en veel zin om een mooi artikel te schrijven, dat geheel recht doet aan degene die daarin centraal staat. 

Pen en schrijfblok.
Met een leeg schrijfblok kom ik binnen.

Slechts één valkuil moet ik zien te omzeilen: mijn belabberde handschrift. Soms kan ik mijn haastig neergepende aantekeningen niet meer ontcijferen. Nogal frustrerend. Zeker als het een vlammend citaat betreft dat ik na het opschrijven dik heb omcirkeld met een paar uitroeptekens erbij. Oftewel: relevant voor het artikel.

Maar goed, zelf schrijf je vast leesbaarder dan ik – en misschien neem jij het interview wel op – maar ben je gediend met handvatten om interviews tot een goed, bevredigend eind te brengen. Pas dan mijn tips toe. Ze werken. Dat weet ik uit eigen ervaring. 

Tip 1: Bereid je goed voor 

Het is op zijn minste handig als je je vooraf zorgvuldig hebt ingelezen. Dat komt op je gesprekspartner bovendien wel zo leuk over. Bekijk dus de website van het bedrijf waar je langsgaat. Zoek de hoofdpersoon op in de sociale media. Vlooi eerdere publicaties door. En verdiep je in het onderwerp van het artikel.  Leve Google!

Tip 2: Wees oprecht geïnteresseerd 

Echt leren kun je dit niet. Hoeft misschien ook niet, want als journalist ben je toch wel geïnteresseerd in je onderwerp, anders was je geen journalist geworden. Maar er zitten wel eens personen en onderwerpen tussen die je amper aanspreken. Probeer je dan toch te interesseren, oprecht, zonder dat je iets veinst.

Ik heb collega’s gekend die hun neus ophaalden voor het schrijven van advertorials; commercieel getinte verhalen over ondernemers, als wisselgeld voor het plaatsen van een advertentie. Ik heb daar nooit moeite mee gehad. Ik vond het zelfs leuk om ondernemers aan publiciteit te helpen. En zo beleef ik dat nog steeds. 

Tip 3: Stel je gesprekspartner op zijn gemak 

Er zijn mensen die het best spannend vinden, een journalist over de vloer. Vooral dan is het zaak voor een ontspannen sfeer te zorgen. Zelf begin ik niet per se meteen over het onderwerp van gesprek. Ik babbel eerst over de kinderen, ga even spelen met de hond des huizes of bewonder de schilderijen aan de muur – overigens heel oprecht. Spelenderwijs breng ik het gesprek op gang. Ik noem het ook nooit een interview; het is een gesprek waaruit een artikel voortkomt.

Ik ga nooit tegenover mijn gesprekspartner zitten, maar haaks, aan de zijkant van de tafel. Anders is het net een kruisverhoor. Mijn ervaring is dat dat heel prettig uitpakt; je hoeft elkaar dan ook niet per se in de ogen te kijken. Dit raad ik je echt aan. Of probeer het gewoon een keer en ervaar het zelf.

In deze coronatijden doe ik het ook wel eens anders. Dan wordt het een wandelinterview. Erg leuk om te doen.  

Alternatieve locatie voor een interview: buiten in de natuur.
Een interview tijdens een wandeling. Soms noodgedwongen vanuit corona-oogpunt, maar altijd leuk om te doen.

Vragenlijstjes maak ik niet meer. In het begin nog wel, maar daar ben ik van afgestapt. Vooraf bepaal ik wat ik zo ongeveer wil weten en dat komt dan in willekeurige volgorde aan de orde. Er ontstaat dan bovendien ruimte voor verrassende wendingen. Het is me wel eens gebeurd bij het afscheid nemen, toen ik de deurknop al in mijn hand had. Er volgde een terloopse opmerking die het verhaal helemaal op zijn kop zette. Daar word ik als journalist altijd erg blij van. 

Tip 4: Houd de regie in eigen hand 

De geïnterviewde staat centraal, maar het is jouw verhaal. Houd de regie in eigen hand – niet strak, gewoon losjes en vriendelijk, maar wel duidelijk. Zijpaadjes, niet ter zake doende details, ellenlange uitweidingen – meteen ingrijpen en terug naar de kern van de zaak. 

Ik heb wel eens een docent geïnterviewd over zijn 40-jarig jubileum. Nu ben ik bij docenten toch al op mijn hoede – ook buiten de schooltijden willen ze nog wel eens doceren, is mijn ervaring – en in dit geval was dat zeker op zijn plaats. Nadat ik had opgeschreven wat ik wilde weten en het verhaal voor mij rond was, pakte hij een stapeltje volgeschreven A4-tjes uit zijn tas. Hij wilde nog wat kwijt. Toen moest ik even streng optreden, anders had ik misschien nog drie uur bij hem aan tafel gezeten. 

De regie in eigen hand tijdens een interview.
Houd de regie in eigen hand – het is jóuw verhaal.

Tip 5: Luister 

Heel voor de hand liggend, maar het gebeurt niet altijd – kijk er de praatprogramma’s op televisie maar op na: luister naar je gesprekspartner. Laat hem uitpraten. Maak de zinnen niet halverwege voor hem af. Oordeel ook niet (te snel). En laat eens een stilte vallen. Dat kan ongemakkelijk voelen, maar het werkt heel goed. Vaak zal de geïnterviewde zich geroepen voelen iets te vertellen – en dat kan zomaar iets verrassends of relevants zijn.  

Tip 6: Stel open vragen 

Wil je je gesprekspartner echt los laten gaan? Stel dan geen gesloten vragen, vragen waar je alleen ‘Ja’ of ‘Nee’ op kunt antwoorden. Dan loop je het risico dat het interview vastloopt. Nee, open vragen – die werken beter. Zeker bij mensen die wat gespannen zijn. Zo help je ze op gang. Behalve dan als ze geen enkele zin in het interview hebben. Zoals Meneer Aart. Dan helpt er niet zo gek veel. 

Tip 7: Vraag om voorbeelden  

Een goed, prettig leesbaar artikel schrijven waarbij de lezer zich iets kan voorstellen? Ondersteun het verhaal dan met beelden. Hoe kom je aan bruikbare beelden? Tijdens het interview. Vraag je gesprekspartner om voorbeelden, vraag dóór.   

Hij heeft je verteld dat hij in zijn jeugd veel ellende heeft meegemaakt. Wat dan? Dronken vader met losse handen? Het gezin aangewezen op de voedselbank? Beschuldigd van witwaspraktijken?  

Obstakels overwonnen. Wat voor obstakels? Chronische onzekerheid? Gepest op school? Straatvrees?

Avontuurlijke vakanties. Wat dan? Verloren gewaande stam in Afrika opgezocht? Mount Everest beklommen? Noordzee met een vlot overgestoken?

Beelden heb je nodig om je artikel kleur te geven. Houd dat voor ogen als je aan je interview begint. 

Bergbeklimmen.
Avontuurlijke vakantie achter de rug? Wat dan?

Gezond afvallen – met een knipoog naar Dolle Mina

Dolle Mina's hadden de leuze 'baas in eigen buik'
Baas in eigen buik…

Rijden leverde geen problemen op, maar vanwege de storm moest ik wel mijn stuur stevig met beide handen vasthouden. Ik bereikte mijn bestemming ongedeerd. Een halfuur later reed ik terug over dezelfde weg. Die zag er toen net even anders uit. Vier politieauto’s met de zwaailichten blokkeerden de doorgang. Agenten in gele hesjes leidden het verkeer om. Twee auto’s met flinke deuken werden weggetakeld. De dader – een kloeke boom – lag dwars over de rijbaan. Ik had hem op de heenweg zomaar op mijn dak kunnen krijgen.

Wat ik hiermee zeggen wil: mijn leven heb ik niet geheel in de hand, ik kan zomaar in allerlei onvoorziene situaties terechtkomen. Maar wat ik wel in de hand heb: in hoeverre ik me aan het programma houd om een gezond gewicht te bereiken. ‘Jij hebt de regie over je lichaam’, zei mijn coach laatst. En zo is dat. Baas in eigen buik, noem ik het zelf, met een knipoog naar de Dolle Mina’s uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. 

De Dolle Mina’s, ken je ze nog? Als je net als ik tegen de 60 jaar loopt opent zich vast een luikje in je geheugen. Even ter opheldering: Dolle Mina was een linkse, nogal radicale feministische actiegroep die streed voor gelijke rechten voor vrouwen. De dames zochten het in ludieke acties. 

Ze bestormden Kasteel Nijenrode, de oudste universiteit van Nederland. Die was namelijk alleen toegankelijk voor mannen. 

Ze verbrandden een dameskorset bij het standbeeld van Wilhelmina Drucker, de heldhaftige politica, feministe en vredesactiviste naar wie de groep is vernoemd. 

Ze bonden openbare urinoirs dicht met roze linten omdat dergelijke gelegenheden voor vrouwen niet bestonden. 

En onder het motto ‘Baas in eigen Buik’ onderstreepten ze dat vrouwen zelf moesten kunnen beslissen over abortus. 

Gelijk hadden ze. 

Stuk voor stuk mislukkingen

Mijn eigen actie om een gezonder leven te leiden met het gewicht dat daarbij past is helemaal niet zo ludiek. Hoewel, voor mij wel. Het programma waarvoor ik heb gekozen is geheel anders dan de diëten die ik ooit heb gevolgd. Van Atkins tot Montignac, van sap- tot smoothiekuur – het waren stuk voor stuk mislukkingen. Wat vooral te maken had met mijn gebrek aan disclipline. Binnen een week wilde ik 10 kilo kwijt en anders maar niet. Meestal haalde ik het einde van de week trouwens niet wegens scheurende honger. 

Smoothies drinken om af te vallen.
Smoothies als ontbijt… ook dat werkte niet.

Nee, dan is wat ik nu doe geheel andere koek. Nu draait het ‘gewoon’ om gezonder eten in afgepaste hoeveelheden. Zo bereik ik een gezond gewicht. Heb ik mijn streefgewicht bereikt, dan trek ik mijn nieuwe leeflijn permanent door aan de hand van nieuwe voorschriften en aanbevelingen.  

Knoopjes sprongen eigengereid van mijn overhemden

Dat streefgewicht komt steeds meer in de buurt. In september woog ik nog 85,4 kilo en sprongen de knoopjes eigengereid van mijn overhemden zodra ik die om mijn lijf spande. En nu, volgens de laatste meting, toont de display op de weegschaal 73,2 kilo aan – ja, ho ho, met mijn kleren aan, hè, en ná mijn ontbijt! Nu gaat het erom de laatste rit naar de finish te volbrengen. Op naar de 65 kilo. 

Het viel me niet altijd mee. Ik was een tijdje eigenlijk best tevreden. Dat vertaalde zich in het laten vieren der touwen, een wat makkelijke houding. Toch maar even dat stukje chocoladecake, eigenhandig gebakken door mijn lieve dochter. Handje chips tijdens het voetballen kijken met mijn zoon – het sloop er zomaar in. 

Chocoladecake. Razend lekker, maar niet erg gezond.
Nou, één stukje dan.

Dan moet je net mijn coach hebben. Die houdt me scherp en dat heb ik keihard nodig. Op eigen kracht zou het me toch niet helemaal lukken, vrees ik. 

Ik hield me alweer aan ruim 2 liter water drinken per dag. Dat gaat me zelfs heel makkelijk af. Van nature dronk ik nooit zoveel, maar nu zit het in mijn systeem. Ik krijg zelfs een droge mond en dorst als ik even vergeet een nieuw longdrinkglas te vullen. En dan zit er al anderhalve liter in mijn mik. 

Ik tackle mijn snacktrek

Ik slaag er steeds beter in mijn snacktrek te tackelen. Die speelt soms rond een uur of vijf op en dat is voor mij nogal een dingetje. Hoe ik daarmee afreken? Eigenlijk verrassend eenvoudig: begint het in de maagstreek te knagen, dan… neem ik dat gewoon waar, benoem ik het en doe ik er verder niets mee. En verdomd, dan verdwijnt dat gevoel gewoon. Echt waar. 

Nu moet ik me alleen nog houden aan de regel om mijn voeding af te wegen en me streng aan de voorgeschreven porties te houden. Daarmee ga ik de volle winst boeken, het is het laatste wat me te doen staat. 

‘Jij hebt de regie over je lichaam’, zei mijn coach. Ze zei het tussen neus en lippen door, terwijl ze onze nieuwe afspraak in haar agenda noteerde. Het heeft me enorm getriggerd, ik voelde een enorme munt vallen. Ja, dit heb ik geheel in eigen hand. Ik ben baas in eigen buik.

Binnen twee maanden haal ik de finish. Juichend! 

Finish
De finish komt in zicht.

Lees ook:

Hoe ik 15 kilo verantwoord ga afvallen

Afwegingen tijden mijn afvalrace

9 kilo lichter – mijn overhemden bloezen weer

Bewuster eten – een cracker is best lekker

Minder astmaklachten door af te vallen

Culinaire reis met aangename verrassingen

Gezonder eten – een volgeladen groentelade

Werkzoekende 50-plusser? Zo vergroot je je kans op een baan

Een gemakkeljke stoel.
Blijf vooral niet zitten…

Midden in mijn verhaal onderbrak de medewerkster van het uitzendbureau me. Ze boog naar me toe, keek me aan en zei: “Meneer Van Stigt, u hebt nu al drie keer gezegd dat u ‘al’ 54 jaar bent.” Ik had het niet in de gaten. Kennelijk zat het onwrikbaar in mijn systeem. Meteen viel een puzzelstukje op zijn plaats: mijn leeftijd! Ik was een werkzoekende 50-plusser die elke sollicitatie stuk zag lopen en nu wist ik waarom. Ik wierp zelf mijn leeftijd op als blokkade. Smeet zelf alle deuren in het slot. Vrijwel direct paste ik een mindshift toe. En ik haalde een ludieke sollicitatiestunt uit. Daarmee vond ik een vaste baan voor 40. Mijn leeftijd bleek geen obstakel te zijn. Integendeel.  Ook meer kans maken op een baan? Laat je inspireren door mijn e-book.

Het speelde in 2015 en ik denk er vaak aan terug. En anders word ik er wel aan herinnerd als werkzoekende 50-plussers die ‘op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging’ mijn profiel op LinkedIn bekijken en een connectie met me willen aangaan. 

Prima. Als ik ook maar één leeftijdsgenoot kan inspireren om mijn voorbeeld te volgen of – liever nog – een variant daarop te bedenken word ik daar heel blij van. Niet voor niets heb ik wel eens meegedaan aan een UWV-webinar om werkzoekende 50-plussers op weg te helpen.  

UWV-webinar
Tijdens een UWV-webinar stond mijn sollicitatiestunt centraal.

Een e-book ter inspiratie

En nu heb ik een e-book geschreven met hetzelfde doel. Daarin vertel ik over de achtergronden van mijn sollicitatiestunt en geef ik vijf tips die je kans op een baan vergroten. Tenminste, volgens mijn overtuiging.

En ik roep niet zomaar wat, hè! Ik weet hoe het is als de ene na de andere sollicitatie afketst als kogels op een stalen muur. Wat dat met je doet. En ik weet hoe het is om de knop om te draaien, de juiste actie te ondernemen en in een flow te komen. Met een vaste baan als klinkend resultaat. 

“Hoeveel uur per week wilt u werken?” vroeg de HR-medewerkster. 

“Nou”, antwoordde ik”, doe maar 40.” 

Ook dat zal ik nooit vergeten. 

Wat was mijn sollicitatiestunt? Hij is al vaak voorbijgekomen op de social media en ik laat hem toch maar weer even zien: 

Het volgende viel mij ten deel: 

De advertentie werd ruim 9300 keer gedeeld op Facebook 

Mijn LinekdIn-profiel werd dagelijks tientallen keren bekeken 

Mijn mailbox stond op springen 

Mijn telefoon begon te roken 

Ik verscheen op tv, in kranten en op nieuwssites 

Lovende woorden en complimenten

Het waren vooral steunbetuigingen die ik kreeg. Lovende woorden en complimenten. Maar ook uitnodigingen voor een sollicitatiegesprek. En daar was ik natuurlijk op uit. Ik heb bij vijf bedrijven om de tafel gezeten. Bij één daarvan – NCOI Opleidingen in Hilversum – was het raak. Ik moest wel twee keer anderhalf uur in de trein zitten, maar dat was wel het laatste waarover ik me zorgen maakte. 

Ik heb van december 2015 tot augustus 2019 bij NCOI Opleidingen gewerkt. Eerst als commercieel tekstschrijver, daarna als copywriter. Mooie jaren. Totdat ik de kans kreeg terug te keren naar mijn oude vak, het vak dat mij het liefst is: de lokale journalistiek. Eerst vanuit een kantoor in mijn woonplaats Purmerend, en nu om de bekende redenen vanuit huis. 

Mijn grootste winst

Ja, ik heb op mijn 58ste gesolliciteerd, terwijl ik al een mooie vaste baan had en me omringd wist door leuke collega’s. Maar mijn sollicitatiestunt had me niet alleen een vaste baan gebracht. Ook veel zelfvertrouwen en lef. Misschien was dat nog wel mijn grootste winst. 

Nog steeds ben ik begaan met het lot van 50-plussers die werk zoeken en niet weten hoe. Vandaar mijn e-book met een titel die de kern raakt. Als extra steuntje in de rug. Ik bied het tegen een bescheiden prijs aan. En ik hoop oprecht dat je erdoor wordt geïnspireerd. 

Succes met solliciteren! 

E-book Sta op!

Kranten bezorgen is niet zonder risico

Brievenbus
De meeste brievenbussen zijn goed te doen.

Mijn hand duw ik verder en dat had ik beter niet kunnen doen. De rug haal ik voelbaar open. Als ik mijn hand terugtrek en de schade bekijk, gebeurt er eerst nog niks. Maar dan tekenen zich de eerste bloeddruppels af. Er ontstaat een beekje dat naar mijn knokkels stroomt. Dit loopt uit de hand. Letterlijk. Zó kan ik geen kranten bezorgen. Straks raken ze allemaal onder het bloed, en de brievenbussen ook.  

Ik bel aan en een oudere, vriendelijk ogende dame doet open. ‘Goedenavond, mevrouw’, zeg ik. Ik toon mijn geblesseerde hand. ‘Uw trouwe krantenbezorger heeft zojuist een gruwelijk bedrijfsongeval gehad. Heeft u voor mij een pleister? Anders verspreid ik overal mijn bloed. Dat kan natuurlijk niet.’ 

Ik tref het. Ze toont compassie, vraagt om een ogenblik geduld en schommelt richting keuken. Ze komt terug met een pleister, die ze vakkundig, met het puntje van haar tong tussen de tanden, over de wond legt. Ik kan weer verder.  

Daar ben je vader voor

Mijn zoon is een krantenwijk begonnen, en daar help ik hem af en toe bij. Daar ben je vader voor. Maar ik vind het ook leuk, zo tegen het avondeten een uurtje rondhobbelen in de buitenlucht. Bovendien zijn het kranten waarvoor ik zelf als journalist werk. Dan loop je toch een stukje harder. Zeker als er een verhaal van mij in staat. Want wie schrijft, wil gelezen worden.

Het moest zich in het begin wel even voegen. We gingen op de fiets en stouwden onze fietstassen vol kranten en folders. Goed het stuur vasthouden, want we waren zo zwaar beladen dat beide fietsen dreigden te steigeren als twee geschrokken paarden. 

Lang niet naar het fietspad omgekeken

Maar het ging. Mijn zoon fietste schommelend voor me uit en ik volgde in zijn spoor. Daar had ik al mijn aandacht bij nodig. Ik fiets bijna nooit en het minste oneffenheidje is genoeg om uit balans te raken. Dat gevaar sloop er nu zeker in. Niet alleen vanwege het gewicht dat ik meetorste, maar ook vanwege de conditie van het smalle fietspad. Het is lang geleden aangelegd en er is kennelijk ook al heel lang niet meer naar omgekeken. Tegels zijn afgebroken of helemaal verdwenen. Je moet er wat voor over hebben. 

De straten en huisnummers van ‘onze’ wijk had ik uitgeprint. Het is bekend gebied, maar we wilden het heel secuur doen en geen adressen per ongeluk overslaan. Het zijn huis-aan-huiskranten, waarvoor geen abonnement geldt, maar de meeste mensen rekenen er toch op, zijn eraan gehecht. Bovendien: vergeten we een adres, dan kan het zomaar gebeuren dat ik de gedupeerde bewoner de volgende dag zelf met een bezorgklacht aan de lijn krijg. 

Dankbaar werk

De wijk is makkelijk te behappen. Compact, veel rijtjeshuizen en nergens hoeven we over hekken te klimmen of naar brievenbussen te zoeken. Het is ook dankbaar werk. Een enkele ‘Nee-Nee’-sticker daargelaten – daar weten ze werkelijk niet wat ze missen – zitten veel mensen echt te wachten op de krant die hen én het lokale nieuws én een momentje van ontspanning biedt. Niet zelden zie ik bewoners in hun huiskamer opspringen zodra ik in beeld verschijn. Waar ze ook mee bezig zijn, ze laten het direct uit hun handen vallen  en haasten zich zonder omwegen naar de voordeur om de krant van de mat te rapen.  

Een enkeling staat al in de gang. Dan voel ik hoe de krant uit mijn hand wordt gegrist. Dat gebeurde laatst zó wild dat mijn arm bijna tot aan mijn schouder door de brievenbus werd getrokken. Excuses aan de andere kant van de deur maakten alles goed. Maar het blijft uitkijken. 

Zeker als er binnen honden rondlopen.  

Ik kom er twee op mijn route tegen. De ene blaft alleen. Dat is geen probleem. Maar die andere… Zodra ik via het grindpad door de voortuin knisper barst er in de huiskamer een enorm kabaal los dat zich onheilspellend verplaatst naar de gang, vlak achter de deur. Dan is uiterste voorzichtigheid geboden. Zo zacht en behoedzaam mogelijk til ik met de topjes van wijsvinger en duim de klep van de brievenbus omhoog. De hond wordt dan hélemaal gek en springt tegen de binnenkant van de deur. Ik kijk nog even of ik misschien toch een ‘Nee-Nee’-sticker over het hoofd heb gezien, maar dat is nog steeds niet het geval.  

Een hoekje van de krant naar binnen duwen is genoeg. Meer heeft de hond niet nodig. De krant verdwijnt dan in één keer uit mijn hand en floept door de brievenbus. Wat er dan binnen verder gebeurt, weet ik niet. Ik hoop maar dat de hond de krant netjes op de salontafel legt. 

Soms vangt een hond de krant op.

Brievenbussen zo smal als een zakkammetje

Aan sommige brievenbussen kleeft een uitdaging en, als ik niet uitkijk, mijn bloed. Ze zijn zo smal als een zakkammetje, of ik moet het doen met een minuscuul spleetje dat eigenlijk alleen ruimte biedt aan de voorpagina, of er hangt een stevig gordijn achter, waarschijnlijk tegen de tocht. Dan is het een kwestie van flink wurmen, worstelen en wringen en er tegelijkertijd voor waken dat de krant niet in stukken op de mat komt te liggen. Een hond kan ik dan niet de schuld geven, want die woont daar nou net niet. 

Elke brievenbus kan een verrassing bevatten.

Opspelende winderigheid

Het laatste adres is een verzorgingshuis. Een stuk of zestig brievenbussen naast en onder elkaar in de entree. Dit schiet altijd lekker op. Soms schuift de glazen voordeur open en schuifelt een oudere bewoner net binnen. Die wil zijn of haar krant dan meteen mee naar de woning nemen. Er volgt een persoonlijke overhandiging en we doen er ook nog een gezellig praatje bij. Geheel belangeloos. Of we bieden geduldig een luisterend oor aan mensen die een verhaal kwijt willen over zaken als niet aflatende regenbuien, coronaperikelen en opspelende winderigheid. 

Wij zijn de meest mensvriendelijke krantenbezorgers die je je maar kunt wensen. 

Na een uurtje zijn we weer klaar. En dan geven we elkaar een ‘Beuk de Box’.

Gezonder eten: een volgeladen groentelade

Gezond bordje
Vegetarische kip, wortels, sperziebonen, pastinaakfriet. O, ik ben zo lekker gezond bezig.

Je had vroeger de groentelade van mijn koelkast eens moeten zien. Gewoon triest. Trok je hem open, dan staarde je in een vrijwel lege bak. Hooguit rolden drie achtergebleven spruitjes van de ene naar de andere kant. Om de ruimte toch maar te benutten stouwde ik die vol met pakken vanillevla, melk en yoghurt en daar legde ik dan flesjes bier bovenop. Maar nu ik een programma volg om gezonder te eten en af te vallen prop ik die lade vol met pastinaak, rucola, komkommers, tomaten, courgettes, winterpenen en wat al niet meer. Een kleurrijk gezicht. Maar vooral motiveert het me om met die groente aan de slag te gaan. 

Ik doorloop het traject sinds september en ik heb afgelopen week de balans opgemaakt. En dat stemde tot tevredenheid: 11 kilo afgevallen, een fit gevoel, en gezonde eetpatronen die er bij mij steeds meer inslijpen. Nu nog 9 kilo eraf. Dan weeg ik 65 – snelle rekenaars weten nu dat mijn weegschaal in augustus nog door zijn rubberen pootjes zakte onder een gewicht van ruim 85 kilo’s – en start ik de laatste fase, die ik tot mijn onherroepelijke dood ga volhouden. De fase van het stabiliseren. Op gewicht blijven met voeding die bij mij past. Zo loop ik behoedzaam om de valkuil heen waar ik vroeger al zo vaak in ben gedonderd. Dieet gevolgd, of na een halve week afgebroken, en hop, handenwrijvend meteen de spareribslijn bellen.  

Weegschaal
Mijn weegschaal hoeft zich steeds minder schrap te zetten als ik erop ga staan.

Overal gooide ik een hele chorizo in

Koken heb ik altijd al leuk gevonden. En dan vooral stoofpotten maken met veel rundvlees en, voor mij vanzelfsprekend, een hele chorizo. Die gooide ik overal in waar het ook maar enigszins kon – in de boerenkoolstamppot, tussen de spruitjes, in de macaroni, in de linzensoep, in de andijvieschotel – en zo kreeg elke maaltijd een extra smaakdimensie. 

Chorizo, een echte smaakmaker
Chorizo, de multifunctionele smaakmaker.

Géén salade

Ik deed alleen niet zo veel met groente. Het hoorde er nu eenmaal bij, maar mijn focus lag daar gewoon niet op. En waar ik simpelweg een hekel aan had: salades maken. Dat gedoe met die blaadjes sla. Toen ik nog getrouwd was heb ik op een kerstavond uitgebreid voor negen man gekookt. Niets was me te veel. Maar ik heb vooraf wel een waarschuwing uitgedeeld: ‘Beste mensen’, zei ik, ‘Ik wil met alle liefde koken, maar… ik maak géén salade. Wie een salade bij het eten wil, mag deze geheel op eigen kracht klaarmaken.’ 

Het kon maar beter gezegd zijn, vond ik. 

Homemade dressing

Maar moet je me nu eens zien. Mede geïnspireerd door mijn fantastische vriendin, die gezellig met me meelift terwijl dat met haar droomfiguur echt niet nodig is, maak ik regelmatig een heerlijke salade. Voor de lunch, als hoofdgerecht in de avonduren of als bijgerecht. Uiteraard met homemade dressing. En daarvoor maak ik dan een doordachte keuze uit mijn rijkelijk gevulde groentelade.  

Soms vegetarisch

Ik ga nog een stap verder. Ik eet soms vegetarisch. En daarbij word ik dan weer geïnspireerd door mijn 17-jarige dochter. Pakweg vijf jaar geleden had ze ook al besloten geen vlees meer te eten. Daar ben ik toen als koker des huizes in mee gegaan, maar niet zo van harte. Ik vond het algauw te veel gedoe om voor haar ik iets aparts te maken. Ja, sorry hoor.

Bovendien hielp de supermarkt waar ik kwam me ook niet echt op weg. Of ik had de verkeerde supermarkt gekozen of deze winkel had niet zo veel oog voor het gilde der vegetariërs. Hoe het ook zij, pas na lang zoeken stuitte ik op de versafdeling op een vak zo groot als een schoenendoos waarin wat vegetarische producten lagen. Een klein stapeltje kunstburgers en drie ‘schnitzels’. Meer niet. Ik heb het geprobeerd, maar lèkker… nou, nee. Ook mij dochter zat er niet bepaald van te smikkelen. 

Nu heeft ze haar vegetarische aspiraties weer opgepakt en ik haak daar een stuk enthousiaster op in. De supermarkt waar ik nu kom heeft veel meer keuze en het zijn echt heerlijke producten. Die haal ik dan af en toe in huis. En die bewaar ik dan in mijn rijk gesorteerde groentelade. 

Het wordt nog wel wat met mij, denk ik. 

Salade
Een heerlijke salade.

Culinaire reis met aangename verrassingen

Pastinaak
Zo leeft de pastinaak in het wild.

Kijk hem nou liggen. Een beetje zielig geval. Bleek. Gerimpeld. Vol vlekken. Er steekt zelfs een haar uit. Maar ik weet inmiddels beter. De pastinaak, een van de zogenaamde vergeten groenten, mag er dan niet bepaald appetijtelijk uitzien, met zijn zoetige smaak is hij verdomd lekker. Een aangename verrassing tijdens de culinaire ontdekkingstocht die ik heb ingezet om mijn eetpatroon om te gooien, gezonder te koken en overtollige kilo’s af te vallen. 

Laat ik eerlijk zijn: van groente moest ik aanvankelijk niets hebben. Met mijn Bourgondische inslag lag mijn focus vooral – lees: uitsluitend – op vlees. Véél vlees. Een halve kip, spareribs – vooraf een uurtje gebadderd in een pittige marinade, een schaaltje knoflooksaus binnen handbereik – zo breed dat ze ver over de rand van mijn bord uitstaken, een bal gehakt met de omvang van een grapefruit. Daar droomde ik van. Als kind al. Thuis sloop ik ‘s ochtends na het wakker worden regelmatig de keuken in en dan keerde ik terug in bed met een kloek kookboek onder mijn arm. Lekker lang en loom bladeren en me vergapen aan foto’s van vleesgerechten. 

Spareribs
Spareribs. Een van mijn favoriete gerechten. Tenminste, in het recente verleden.

Mijn moeder zette ‘s avonds de reguliere driehoek aardappelen-vlees-groenten op tafel. Mijn vader bewaarde het lekkerste voor het laatst – het vlees – maar bij mij was dat als eerste op. 

Zo’n melig klontje in mijn keelgat

Groente hoorde er nu eenmaal bij en dat at ik braaf op. Soms was dat letterlijk flink slikken. Gekookte andijvie. Ik gruwelde ervan. Zeker omdat het papje melk met maïzena er niet altijd goed doorheen was geroerd. Gleed er ineens zo’n melig klontje door mijn keelgat. Brrrrr. 

Het kon nog erger.  

Postelein. Daar zag ik echt als een berg tegenop. Die constructie. En zó zuur. Af en toe droom ik er nog van. Dan schrik ik rond 3 uur in de nacht uit mijn slaap en zit ik met een schreeuw in één beweging rechtop in mijn bed. Het klamme zweet op mijn voorhoofd en elders. 

Postelein
Postelein. Nog altijd gruwel ik ervan.

Het was gedaan met de groente

Toen ik eenmaal op mezelf ging wonen, was het gedaan met deze groenten. Met andere groenten overigens ook. Ik haalde mijn favoriete soorten vlees in huis, en voor het idee wat sla, sperziebonen of wortels. Daarnaast deed ik met grote regelmaat een beroep op pizzalijn, snackbar en Chinees restaurant. Warme banden heb ik gesmeed, veel vrienden gemaakt.

Erg gezond at ik niet. 

Maar dat is nu veranderd. De weegschaal kreunde onder mijn gewicht, als ik de trap opliep pufte ik als een stoomlocomotief en mijn buik oogde als een rugbybal. Het roer moest om en snel ook

Programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen

Sinds drie maanden volg ik een programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen. Het werkt uitstekend. Ik voel me goed, ben inmiddels 11 kilo lichter en heb als extra voordeel geen last meer van astmaklachten

Ik maak mezelf een nieuw eetpatroon eigen dat voor mij steeds vanzelfsprekender wordt. Een patroon met een normale hoeveelheid vlees, veel groente en vaker vis. Geen aardappelen, geen rijst, geen pasta. En allemaal uitgebalanceerde maaltijden. Na het eten plof ik niet meer met een volle pens op de bank, maar ook niet met het gevoel dat er nog best iets bij had gemogen. 

De heerlijke smaak van pastinaak

Het is een ware culinaire ontdekkingstocht, waarbij ik op mij onbekende ingrediënten stuit. De zogenaamde vergeten groenten. Mijn mooie, lieve vriendin haakt daar slagvaardig op in. Zij houdt rekening met me en kookt volgens de principes van het programma dat ik volg. Zo schotelde ze me laatst een puree voor waarin knolselderij een hoofdrol vertolkte. Een aangename verrassing – het gebaar én de smaak.  

Ook zette ze laatst een bord voor mijn neus met iets erop dat op friet leek. Pastinaak, zei ze erbij toen ze de vraagtekens in mijn ogen zag. Pastinaak? Dat bleke, gerimpelde type? Met die haren? Ik deinsde even terug.  Maar potverdikkies, wat lekker.  

Erg lekker ziet zo’n stelletje pastinaken er niet uit. Maar je moet ze maar eens proeven.

Hier valt nog veel te ontdekken en te ontginnen, besefte ik. Schorseneren. Meiraap. Aardperen. De namen ken ik, maar deze vergeten groenten laat ik standaard links liggen. Helemaal niets wil ik met ze te maken hebben.  

Tot nu. Er gaat een nieuwe wereld voor me open.  

Pastinaakfriet
En zie daar: pastinaakfriet.

Geïnspireerd geraakt? Vergeten groenten in ere herstellen? Bekijk deze boeken:

Jean Baptiste, Nicole Prades – Vergeten groente opnieuw ontdekken

Jean-Luc Muselle – Vergeten groenten van A tot Z

Keda Black – Vergeten Groenten

Marianna Buser – Vergeten groenten

11 kilo lichter: minder gewicht, meer lucht

Meer lucht…

Binnenshuis is het behaaglijk warm, buiten waait een frisse wind. Maar ach, dat loopje van twintig meter door de achtertuin naar de schuur, daar trek ik mijn jas niet voor aan. Stom, stom, stom. Zodra ik weer naar binnen stap moet ik hoesten. Dat blijft zo in de drie weken die daarop volgen, en af en toe krijg ik het benauwd. Het probleem verdwijnt pas nadat ik via een herhaalrecept een puffer bij de apotheek heb besteld en een week lang tweemaal daags een shot neem. Het is een vertrouwd patroon.  

Ik kamp met een lichte vorm van astma en dat kwam in december 2004 aan het licht na de geboorte van onze zoon. Net als onze dochter, geboren in 2003, hield hij ons nachtenlang wakker vanwege darmkrampen. Het chronische slaaptekort wreekte zich. Bovendien werd ik nogal ziek. 

Ja, wij mannen hebben het niet makkelijk na een bevalling.

Ik liep te tollen als een dronkenlap. Benen waarin zakken zand leken gestort. Een hoofd vol stopverf. Twee longen die het vertikten adem door te laten stromen. Als ik thuis de trap beklom eindigde ik op mijn knieën en moest ik hijgend een paar minuutjes steun zoeken bij een muur.  

Dubbele longontsteking. Dat bleek op het spreekuur van mijn huisarts. En de longarts in het ziekenhuis wist eraan toe te voegen dat ik licht astmatisch ben. 

Ah, begreep ik, dat verklaarde waarom ik het als kind altijd al zo benauwd kreeg in een kamer vol rook. Nog steeds prijs ik de dag dat het roken in openbare ruimten werd verboden en sta ik te juichen als rokers om mij heen hun peuk voor de laatste keer uitdrukken. 

Steeds minder rook om mij heen.

Maar dit even terzijde. 

Temperatuurwisselingen? Opstand!

Mijn longen kunnen vanaf die dubbele ontsteking bitter weinig hebben. Ze zijn van goede wil, absoluut, maar vooral als zich temperatuurwisselingen voordoen, komen ze in opstand. 

Zo kan ik me nog goed een bedrijfsuitje voor de geest halen. Plaats van handeling was het historische Fort bij Rijnauwen in Bunnik. Bijzonder geslaagd, dat zeker, maar voor mijn longen funest. 

Het was een behoorlijk warme dag. Heel fijn, ware het niet dat er diverse rondleidingen op het programma stonden door de koele gewelven van het fort. Steeds van warm naar koud. Zoals verwacht liep ik weer enkele weken daarna flink te hoesten en moest ik mijn toevlucht zoeken tot een puffer. 

Mijn redder in ademnood.

Maartse buien? Zelfde verhaal. 

Maar deze malheur lijkt nu voltooid verleden tijd. Ik volg een medisch verantwoord programma om gezonder te eten en overtollige kilo’s kwijt te raken. Ik had al begrepen dat daarmee ook mijn astmatische klachten zouden kunnen afnemen. En dat lijkt nu te gebeuren. Ik heb nergens last van.

Logisch eigenlijk. Ik eet meer groente en fruit en daarmee pep ik mijn weerstand op. En ik tors minder gewicht met me mee. Daardoor krijg ik merkbaar meer lucht. 

Wat een opluchting. 

Eerdere diëten werkten niet

Volgens de laatste stand van zaken ben ik rond de 11 kilo afgevallen. Het gaat nu wat langzamer dan in de eerste weken, maar het is prima zo. Zeker als ik bedenk dat mijn eerder gevolgde diëten – van Atkins tot Montignac en van shake- tot sapkuren – vroegtijdig tot een eind kwamen. Meestal al na een week.  

Ik houd me netjes aan de voorschriften, op een spaarzaam ritje grijsrijden na. Want ja, zo’n chocaladeletter M… Nou vooruit, een klein stukje dan. En nu Sinterklaas op een van de Spaanse stranden zijn teleurstelling verbijt dat dat dekselse coronavirus een dikke streep door zijn verjaardag heeft gehaald, spant de Kerstman zijn rendieren alweer aan. Geen grote gezelschappen dit jaar, maar evengoed natuurlijk wel een gezellige kerstdis. 

Beide kerstdagen sta ik in de keuken en gebruik ik ook ‘verboden ingrediënten’. Ik zit immers niet in mijn eentje aan tafel. En ja, als kok moet je toch proeven… 

Ook neem ik hoogstpersoonlijk het uitblazen van de kaarsen op me. Met de huidige conditie van mijn longen mag dit geen problemen meer opleveren. Geen zwarte vlekken voor mijn ogen. Geen gierende hoestbui. Geen bonkend hoofd. 

Ik kijk ernaar uit. 

Het wordt een vrolijke kerst.

De spannendste dagen van het jaar

Zie de maan schijnt door de bomen.
Zie de maan schijnt… vooral de nachten waren spannend.

Sinterklaas was weer in het land en dat bracht bij mij standaard gemengde gevoelens teweeg. Enerzijds verheugde ik me op de cadeaus die ik – hopelijk – zou krijgen, anderzijds sloeg de spanning in mijn onderlijf toe. Dat kwam vooral tot uiting bij het schoentje zetten. Met een plezierige opwinding keek ik uit naar de volgende ochtend, het moment dat ik mijn cadeautje zou aantreffen en uitpakken. Tegen de nacht zag ik echter behoorlijk op. Want vroeg of laat zouden Sint en Piet binnensluipen om het schoeisel te vullen en dat was geen prettige gedachte. Ik kan me herinneren dat ik op een nacht wakker werd van het doortrekken van het toilet. Wie was dat?! schoot het door me heen. Mijn vader? Mijn moeder? Eén van mijn broers? Of… 

Het is vandaag 5 december en dat roept bij mij allerlei herinneringen op aan de spannendste dagen van het jaar. Dat die bejaarde en bebaarde man met die hoge rode muts alleen maar goede bedoelingen had, wist ik natuurlijk wel. En ook van die Pieten viel weinig gevaar te verwachten. Toch vond ik ze ook wel een beetje eng. Altijd weer was het een grote opluchting als ze op 6 december werden uitgezwaaid.  

Geheimzinnige sfeer

Bij ons thuis heerste rond 5 december een wat geheimzinnige sfeer. De reden daarvan ontging mij aanvankelijk. Wel weet ik nog dat ik op een zeker moment met mijn broers naar de voordeur werd geloodst. Die stond half open en in de hal lagen, lukraak verspreid, tientallen kleurige pakjes. Wat er daarna gebeurde, ben ik eerlijk gezegd kwijt. Maar het zal beslist leuk geweest zijn.

Raar uitgedoste Spanjaarden

Later begreep ik het. Die man met de baard heette Sinterklaas. Hij kwam elk jaar naar Nederland om aan kinderen cadeaus uit te delen. Dat vergde nogal wat organisatie, concludeerde ik. Gelukkig zorgde een omvangrijk pietenleger voor ondersteuning. Die cadeaus vond ik natuurlijk leuk, want ik kreeg er ook een paar, maar met die raar uitgedoste Spanjaarden bleef ik moeite houden. 

Het muntje viel, ik had het spelletje door

Later is het mysterie ontsluierd. Toen het muntje viel en ik het spelletje doorhad, konden ze me niet meer voor de gek houden. Sinterklaas kwam naar school. Sinterklaas? Welnee. De onderdirecteur schemerde er gewoon doorheen. En die Hoofdpiet – die leek wel héél sterk op de gymleraar. Nee, ik trapte er niet meer in. 

Zeker niet toen de Sint op een historische dag op het schoolplein werd uitgezwaaid. Terwijl hij statig naar de gereedstaande auto liep, gingen de deuren van de tegenoverliggende school open. Ook daar liep een Sinterklaas naar buiten. 

Stomverbaasde blikken

Ik snapte ook wie thuis de schoentjes vulde. Mijn moeder. Uitgerekend dezelfde die op pakjesavond altijd zo’n show opvoerde. We kennen het allemaal: op de deur bonzen, strooien, een volle zak bij de deur zetten, ineens uit een andere kamer binnen komen stormen en stomverbaasd kijken naar het tafereel dat ze nota bene zelf had aangericht.  

Later ging bij haar de scherpte er wat vanaf. De muur in de gang was inmiddels voorzien van een spiegel en vanuit de huiskamer konden we zien hoe ze op haar tenen en met strooigoed in de hand aan kwam sluipen.

Het was me allemaal duidelijk geworden. Maar voor mijn jongste broer, die nog wel in Sinterklaas geloofde, moest het nog even geheim blijven. Voor mij geen probleem. In de voor mij nieuwe situatie zag ik een heel aantrekkelijk aspect. Ik kon voortaan meer direct en ook heel gericht om cadeaus vragen. 

Pietenpet op de grond

Als vader beleefde ik de tijd rond Sinterklaas net even anders. Toen was ik het die de schoentjes vulde. Om het helemaal echt te maken, liet ik soms een in de haast vergeten pietenpet op de grond achter, keerde ik het schoteltje voor het water om of verspreidde ik delen van de niet helemaal opgeknabbelde winterpeen in het gangpad. 

In het dorpje waar we woonden kwam Sinterklaas met paard en rijtuig aan. Het gezelschap reed langs ons huis en vanaf onze oprit konden we het allemaal mooi zien. In het nabijgelegen dorpshuis mochten de kinderen op het podium komen om een liedje voor Sinterklaas te zingen. Dat werd naarmate de tijd vorderde steeds nadrukkelijker overstemd door ouders die achterin de zaal stonden. Eerst waren ze nog stil, daarna ontstond er wat gefluister, dat ging naadloos over in gedempt gepraat totdat ze op het gebruikelijke volume met elkaar begonnen te praten.  

Sinterklaas moest de ouders met enige regelmaat tot stilte manen. 

De kinderen keerden na afloop dik tevreden naar huis. Allemaal een chocoladeletter én een speculaaspop én een mooi cadeau. Het organisatiecomité liet zich altijd van zijn meest scheutige kant zien. 

Verwelkomd door de uitbater

In andere dorpjes moesten de kinderen – lees: de ouders –  met minder genoegen nemen. Als journalist van een lokale krant ben ik wel eens getuige van intocht geweest die me nog altijd bijstaat. Sint en Piet staken met een veerpont het kanaal over en werden in het aanpalende restaurant, het enige bedrijf dat het dorpje rijk is, verwelkomd door de uitbater. Na een klein uurtje vertrokken de gasten alweer. De kinderen hadden allemaal een klein zakje met pepernoten gekregen. 

Dat zat een van de moeders kennelijk nogal hoog. Ze stapte naar de uitbater en vroeg: “Een zakje met pepernoten? Is dat alles?” 

“Tja,” antwoordde de uitbater. “De intocht moet worden gefinancierd door de plaatselijke middenstand. En dat ben ik.” 

Sinterklaas.
De Sint kwam ook naar school.

Bewuster eten: een cracker is best lekker

Volkoren crackers van Wasa eet ik elke dag.
Elke dag op mijn menu.

Mijn trein sjokt station Purmerend binnen. Bijna thuis. Mag ook wel, rond half 8 in de avond. Ik heb een intensief oogonderzoek in Rotterdam achter de rug, en een rit van tweemaal anderhalf uur. Mijn lege maag protesteert. Beelden van een enorme zak patat met een royale klodder mayonaise erop doemen op. Maar ik volg een programma om kilo’s kwijt te raken en dergelijke snacks passen daar niet in. Dilemma. Een meisje dat links van me zit belt met haar moeder. ‘Zal ik maar even langs Febo lopen en patat en kroketten meenemen?’ vraagt ze.  ZEG-DAT-NOU-NIET! Tien minuten later loop ik door het centrum. Zowel Febo als Albert Heijn ligt op de route. Als ik de snackbar passeer, hoor en ruik ik verse frieten die in het frituurvet spetteren… 

Ik houd mijn pas in. Ik wik en ik weeg. En dan… verman ik me en loop door. Met een mengeling van spijt en trots. Bij Albert Heijn koop ik een stoomgerecht bomvol groente – ook niet helemáál de bedoeling, want ik word geacht vers te koken, maar toch…  De verleiding heb ik heldhaftig weerstaan. 

Hoe anders was dit in het recente verleden. Met de trein heen en weer naar mijn werk in Hilversum, nóg later thuis dan gepland vanwege natte herfstbladeren op het spoor, mijn kinderen bij mijn ex. Nou, dan wist ik het wel: rechtstreeks naar de snackbar of de Chinees. Thuis stortte ik binnen tien minuten mijn patat of nasi goreng naar binnen, soms zonder te kauwen. Onderwijl bladerde ik de krant door of ik zapte langs alle tv-kanalen. 

Dit alles behoort tot de voltooid verleden tijd. Ik ben onder professionele, medisch onderlegde begeleiding een programma aan het volgen dat gaat leiden tot een uitgebalanceerd, gezond eetpatroon en een normaal gewicht.  

Patat met mayonaise. Vroeger een must, nu niet meer.
Voltooid verleden tijd.

9 kilo afgevallen in amper 6 weken

Het is goed te doen. En binnen amper 6 weken was ik 9 kilo afgevallen. De gevreesde gierende trek bleef tot mijn verrassing uit. Maar de laatste twee à drie weken had ik eerlijk gezegd wel wat moeite met de discipline, toch al niet een kwalificatie die ik in ruime mate bezit. De touwtjes liet ik wat vieren. 

Ik dronk een paar longdrinkglazen water per dag, in plaats van de voorgeschreven tweeënhalve liter.  

Mijn groente en vlees woog ik niet af.  

Ik roerde speels twee volle lepels pindakaas door de gebraden kipfilet.  

Tegen alle regels in drapeerde ik toch wat rijst of gebakken aardappelen op mijn bord. Mijn dochter at mee, ik had te ruim gekookt en ja, weggooien is toch ook weer zonde… 

Het logische gevolg…

Het gevolg bleef niet uit. Dat bleek tijdens het weegmoment bij mijn coach. De weegschaal gaf 76,4 kilo aan en liet het daar stug bij. Hetzelfde gewicht als twee weken eerder. Geen grammetje afgevallen. Ja, ik had nu mijn kleren aan, maar veel zal het niet schelen – ik ging niet gekleed als een astronaut, pakwerker of ijshockeyer.  

Het pak van een astronaut had best gescheeld.
Nee, ik droeg geen astronautenpak.

Een gevoel van teleurstelling kwam op. Ik had gehoopt – en stiekem verwacht – onder de 75 kilo uit te komen.  

Blij met mijn coach

Kijk, en juist op dat moment was ik zeer blij met mijn coach. Zij heeft me weer op scherp gezet. Niet met een vermanende wijsvinger, geen strafregels, geen zweepslagen, maar met een positieve benadering.  ‘Het gaat toch goed?’ En: ‘Focus je op gezond eten, niet op het verliezen van kilo’s.’ 

Daar kan ik wat mee. 

De touwtjes heb ik nu weer aangetrokken. En geen ‘moeten’, maar gewoon bewuster eten. Omdat ik dat wil.

Dus drink ik elke dag weer minimaal tweeënhalve liter water.  

Ik heb de keukenweegschaal, die ik al drie weken in huis heb, uit zijn verpakking gehaald en weeg alles af.  

Geen korreltje rijst meer. Geen flinter aardappel. Geen kruimel brood. 

Back on track

Ik ben back on track. En het aardige is: ik kook en eet nog meer mindful dan ik vanaf het begin al deed.  

Bloemkool kook ik in een kleine pan. Het gas moet dan wel laag, want anders loopt het water er na tien minuten als een waterval uit. 

Ik kauw beter en geduldiger, wat nog best een toer is vanwege het gemis van diverse kiezen. Maar ja, als ik dan toch minder eet, laat ik er dan maar wat langer over doen. 

Ik proef alles veel intenser. Een cracker is bijvoorbeeld best lekker, besef ik. Als beleg kies ik voor een gekookt ei en een snufje kerriepoeder. Of een plakje geitenkaas, schijfjes tomaat en peper. Of toegestane smeerkaas met appel en kaneel. 

Een cracker: gezond en lekker.
Even leuk aankleden en dan geniet ik van een cracker.

Drie keer een bord opscheppen? Nee, dat doe ik al lang niet meer. Restanten gaan de vriezer in. 

De weegschaal laat ik even de weegschaal. Maar potverdikkies, wat voel me prettig. Mijn winterjas zit weer een stukje ruimer en als ik mezelf van opzij in de spiegel bestudeer… zie ik duidelijke vorderingen.

Geen brommerhelm onder mijn trui, maar een stapeltje bubbeltjesenveloppen – daar lijkt het nu meer op. 

En ik slaap weer op mijn buik. Sinds járen.