7 ijzersterke tips voor een geslaagd interview

Aanbevolen positie tijdens interview: haaks.
Een van mijn tips: ga niet tegenover elkaar zitten.

Een interview afnemen waar zowel jij als je gesprekspartner met een tevreden gevoel op terugkijkt? Volg mijn 7 tips. Ik heb ze mezelf eigen gemaakt in de bijna 30 jaren dat ik als journalist met pen en schrijfblok in de hand de ene na de andere deur binnenloop en pas ze automatisch toe. Met succes.  

Mijn allereerste interview, ruim 30 jaar geleden, ik weet het nog precies. Ik was zojuist aangenomen als journalist bij Stadsblad De Echo in Amsterdam en de hoofdredacteur stuurde me meteen de straat op. Learning by doing. Ik moest een artikel schrijven over het toen nog nieuwe fenomeen ‘Attentie Buurtpreventie’. Op het afgesproken tijdstip belde ik aan op het aangegeven adres in Amsterdam-Oost – nadat ik ruim vijf minuten voor de deur had staan dralen.  

Ze keken me vol verwachting aan

Binnen wachtte een comité van vier buurtbewoners. Ze keken me vol verwachting aan toen ik bij ze aan tafel ging zitten. Geen idee ook ik dit moest aanpakken. Maar het regelde zich vanzelf. Een van de heren – de voorzitter, vermoedde ik – zei: “Hoe doet u dat altijd? Stelt u vragen of laat de mensen eerst hun verhaal vertellen?” 

Kennelijk kwam ik over als een ervaren journalist. En dan was ik ook nog eens een ‘u’. Dat gaf me veel vertrouwen. 

Welgeteld 2 seconden weifelde ik. Moest ik bekennen dat dit mijn eerste interview was en dat ik niet kon terugvallen op een beproefd plan van aanpak? Of zou ik ze in de waan laten en in de rol blijven van de gelouterde journalist die voor het zoveelste interview aanschuift? 

Ik besloot tot bluf. Ja, je bent Amsterdammer of je bent het niet, hè? 

“Wat ik altijd doe”, begon ik met een serieuze blik, terwijl ik pen en papier op tafel legde, “is de mensen zelf hun verhaal laten vertellen, en als me na afloop iets niet duidelijk is of als ik meer wil weten, stel ik vragen.” 

Er werd instemmend geknikt en ik bracht het er goed van af. 

De mist in

Later ging ik nog wel eens de mist in. Vooral als ik vooraf een vragenlijstje opstelde en me daar star aan wilde houden. Dat werkte niet. Ooit heb ik een flamboyante horeca-ondernemer geïnterviewd. Die hoefde ik geen vragen te stellen, want hij praatte zelf wel aan één stuk door. Hoe makkelijk voor een interviewer!

Zo heb ik het helaas niet ervaren. Probleem was dat hij in het begin spontaan antwoord gaf op vraag 4 die op mijn zorgvuldig opgestelde lijstje stond. Toen klopte het voor mij niet meer. Ik raakte uit balans en moest alle zeilen bijzetten om hier flexibel mee om te gaan. 

Meneer Aart had geen zin

Gesloten vragen stellen. Ook zoiets. Ik deed het bij wijlen Aart Staartjes – met afstand mijn slechtste interview. Hij had er sowieso geen zin in, dat liet hij aan alle kanten merken, en elke vraag beantwoordde hij met een kort ‘Ja’ of ‘Nee’. Punt. Het interview sloeg dood als een glas verschaald bier. Ik was blij toen ik weer weg mocht. Meneer Aart waarschijnlijk ook. 

Interviewen is een vak en dat heb ik mezelf door ervaring eigen gemaakt. Nu ik weer in de plaatselijke journalistiek werk beleef ik daar opnieuw enorm veel plezier aan. Ik kom met een leeg schrijfblok en dito hoofd binnen en ga na pakweg anderhalf uur weer weg. Maar dan met vellen vol aantekeningen – gesprekken opnemen doe ik nooit -, een invalshoek in mijn hoofd, een prettig gevoel omdat ik iemand heb leren kennen die ik nog niet kende en veel zin om een mooi artikel te schrijven, dat geheel recht doet aan degene die daarin centraal staat. 

Pen en schrijfblok.
Met een leeg schrijfblok kom ik binnen.

Slechts één valkuil moet ik zien te omzeilen: mijn belabberde handschrift. Soms kan ik mijn haastig neergepende aantekeningen niet meer ontcijferen. Nogal frustrerend. Zeker als het een vlammend citaat betreft dat ik na het opschrijven dik heb omcirkeld met een paar uitroeptekens erbij. Oftewel: relevant voor het artikel.

Maar goed, zelf schrijf je vast leesbaarder dan ik – en misschien neem jij het interview wel op – maar ben je gediend met handvatten om interviews tot een goed, bevredigend eind te brengen. Pas dan mijn tips toe. Ze werken. Dat weet ik uit eigen ervaring. 

Tip 1: Bereid je goed voor 

Het is op zijn minste handig als je je vooraf zorgvuldig hebt ingelezen. Dat komt op je gesprekspartner bovendien wel zo leuk over. Bekijk dus de website van het bedrijf waar je langsgaat. Zoek de hoofdpersoon op in de sociale media. Vlooi eerdere publicaties door. En verdiep je in het onderwerp van het artikel.  Leve Google!

Tip 2: Wees oprecht geïnteresseerd 

Echt leren kun je dit niet. Hoeft misschien ook niet, want als journalist ben je toch wel geïnteresseerd in je onderwerp, anders was je geen journalist geworden. Maar er zitten wel eens personen en onderwerpen tussen die je amper aanspreken. Probeer je dan toch te interesseren, oprecht, zonder dat je iets veinst.

Ik heb collega’s gekend die hun neus ophaalden voor het schrijven van advertorials; commercieel getinte verhalen over ondernemers, als wisselgeld voor het plaatsen van een advertentie. Ik heb daar nooit moeite mee gehad. Ik vond het zelfs leuk om ondernemers aan publiciteit te helpen. En zo beleef ik dat nog steeds. 

Tip 3: Stel je gesprekspartner op zijn gemak 

Er zijn mensen die het best spannend vinden, een journalist over de vloer. Vooral dan is het zaak voor een ontspannen sfeer te zorgen. Zelf begin ik niet per se meteen over het onderwerp van gesprek. Ik babbel eerst over de kinderen, ga even spelen met de hond des huizes of bewonder de schilderijen aan de muur – overigens heel oprecht. Spelenderwijs breng ik het gesprek op gang. Ik noem het ook nooit een interview; het is een gesprek waaruit een artikel voortkomt.

Ik ga nooit tegenover mijn gesprekspartner zitten, maar haaks, aan de zijkant van de tafel. Anders is het net een kruisverhoor. Mijn ervaring is dat dat heel prettig uitpakt; je hoeft elkaar dan ook niet per se in de ogen te kijken. Dit raad ik je echt aan. Of probeer het gewoon een keer en ervaar het zelf.

In deze coronatijden doe ik het ook wel eens anders. Dan wordt het een wandelinterview. Erg leuk om te doen.  

Alternatieve locatie voor een interview: buiten in de natuur.
Een interview tijdens een wandeling. Soms noodgedwongen vanuit corona-oogpunt, maar altijd leuk om te doen.

Vragenlijstjes maak ik niet meer. In het begin nog wel, maar daar ben ik van afgestapt. Vooraf bepaal ik wat ik zo ongeveer wil weten en dat komt dan in willekeurige volgorde aan de orde. Er ontstaat dan bovendien ruimte voor verrassende wendingen. Het is me wel eens gebeurd bij het afscheid nemen, toen ik de deurknop al in mijn hand had. Er volgde een terloopse opmerking die het verhaal helemaal op zijn kop zette. Daar word ik als journalist altijd erg blij van. 

Tip 4: Houd de regie in eigen hand 

De geïnterviewde staat centraal, maar het is jouw verhaal. Houd de regie in eigen hand – niet strak, gewoon losjes en vriendelijk, maar wel duidelijk. Zijpaadjes, niet ter zake doende details, ellenlange uitweidingen – meteen ingrijpen en terug naar de kern van de zaak. 

Ik heb wel eens een docent geïnterviewd over zijn 40-jarig jubileum. Nu ben ik bij docenten toch al op mijn hoede – ook buiten de schooltijden willen ze nog wel eens doceren, is mijn ervaring – en in dit geval was dat zeker op zijn plaats. Nadat ik had opgeschreven wat ik wilde weten en het verhaal voor mij rond was, pakte hij een stapeltje volgeschreven A4-tjes uit zijn tas. Hij wilde nog wat kwijt. Toen moest ik even streng optreden, anders had ik misschien nog drie uur bij hem aan tafel gezeten. 

De regie in eigen hand tijdens een interview.
Houd de regie in eigen hand – het is jóuw verhaal.

Tip 5: Luister 

Heel voor de hand liggend, maar het gebeurt niet altijd – kijk er de praatprogramma’s op televisie maar op na: luister naar je gesprekspartner. Laat hem uitpraten. Maak de zinnen niet halverwege voor hem af. Oordeel ook niet (te snel). En laat eens een stilte vallen. Dat kan ongemakkelijk voelen, maar het werkt heel goed. Vaak zal de geïnterviewde zich geroepen voelen iets te vertellen – en dat kan zomaar iets verrassends of relevants zijn.  

Tip 6: Stel open vragen 

Wil je je gesprekspartner echt los laten gaan? Stel dan geen gesloten vragen, vragen waar je alleen ‘Ja’ of ‘Nee’ op kunt antwoorden. Dan loop je het risico dat het interview vastloopt. Nee, open vragen – die werken beter. Zeker bij mensen die wat gespannen zijn. Zo help je ze op gang. Behalve dan als ze geen enkele zin in het interview hebben. Zoals Meneer Aart. Dan helpt er niet zo gek veel. 

Tip 7: Vraag om voorbeelden  

Een goed, prettig leesbaar artikel schrijven waarbij de lezer zich iets kan voorstellen? Ondersteun het verhaal dan met beelden. Hoe kom je aan bruikbare beelden? Tijdens het interview. Vraag je gesprekspartner om voorbeelden, vraag dóór.   

Hij heeft je verteld dat hij in zijn jeugd veel ellende heeft meegemaakt. Wat dan? Dronken vader met losse handen? Het gezin aangewezen op de voedselbank? Beschuldigd van witwaspraktijken?  

Obstakels overwonnen. Wat voor obstakels? Chronische onzekerheid? Gepest op school? Straatvrees?

Avontuurlijke vakanties. Wat dan? Verloren gewaande stam in Afrika opgezocht? Mount Everest beklommen? Noordzee met een vlot overgestoken?

Beelden heb je nodig om je artikel kleur te geven. Houd dat voor ogen als je aan je interview begint. 

Bergbeklimmen.
Avontuurlijke vakantie achter de rug? Wat dan?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *