Tien taaltips voor tintelende teksten

Taaltips om aantrekkelijker te schrijven.
Heerlijk, schrijven. En het kan altijd beter.

Aantrekkelijk schrijven? Daar werk ik al aan vanaf het moment dat ik mezelf rond mijn twintigste leerde tikken op de typemachine van mijn vader. Complete stukken van mijn favoriete journalisten – Gerard Rigter en Carel Brendel van het AD – tikte ik van A tot Z over. Gewoon om de slag te pakken te krijgen. Nog steeds schaaf ik aan mijn stijl. Het kan immers altijd beter. Ik laat mij inspireren door vakgenoten en succesvolle auteurs en vreet in een moordend tempo boeken weg. Dat zijn veelal loeispannende literaire thrillers, bij voorkeur van Michael Robotham, R.J. Ellory en Nicci French. Als ik zelf schrijf – artikelen voor de krant, blogs, columns of mijn historische roman – laat ik me leiden door tien tips die mij inspireren en scherp houden. Ik deel ze hieronder met je. 

  1. Gebruik spreektaal en spreekritme 

Misschien wel het belangrijkste. Tenminste: voor mij. Spreektaal leest prettiger en natuurlijker. Ik hanteer het in al mijn uitingen: e-mails, artikelen, blogs, maar ook in webteksten. Eigenlijk weet ik niet beter. Ik zou niet anders willen en kunnen.  

Gewoon doen en durven.

Hulpmiddel nodig? Heel simpel: beeld je in dat degene aan wie je schrijft tegenover je zit en praat tegen hem. Verzin iemand die je doelgroep vertegenwoordigt.

Wat zeg je dan tegen hem? 

Frans, hierbij deel ik je mee dat ik je een zakelijk aanbod wil doen…  

Nee toch?  

Praat tegen hem zoals je dat face-to-face zou doen en schrijf het zo op. Zo komen vanzelf de juiste woorden op en krijg je het juiste ritme te pakken. 

2. Varieer in zinslengte 

Alleen maar lange zinnen, dat leest niet lekker, zeker als er ook nog veel bijzinnen in staan, waar je sowieso beter een aparte zin van kunt maken. 

Poeh, wat een zin. Even op adem komen. 

Kort dan maar? Pim. Pam. Pet,  

Nee, dat is het ook niet.  

Variëren dus. En wil je het helemaal goed doen? Begin elke alinea met een korte zin. Of zelfs met één woord.  

Vliegtuigen. Tientallen. Onophoudelijk vlogen ze over het huis. Er leek geen einde aan te komen. De jonge Ber – hij was bijna vijf jaar – wist dat het vliegtuigen waren. Die had hij al vaker gezien en gehoord. Maar dan één tegelijk en niet zo veel. Deze vliegtuigen klonken bovendien anders. Zwaarder. Een monotoon gebrom.  

Het geluid van bommenwerpers.
Een monotoon gebrom.

3. Schrijf in de actieve vorm 

Een bekende tip, en niet voor niets.  

Niet:  

De inbrekers werden door de agenten ingerekend. 

Maar: 

Agenten rekenden de inbrekers in. 

Niet: 

U wordt door ons gebeld. 

Maar: 

Wij bellen u. 

Dat leest toch veel lekkerder? En waarom zou je moeilijk doen? 

4. Omzeil zijn, worden, zullen en kunnen 

Zijn, worden, kunnen, zullen…  helpen dergelijke (hulp)werkwoorden? Ja, ze helpen je tekst om zeep. Laat ze weg. Slijp je zinnen. 

Niet: 

De jeugdleden van de voetbalclub zullen komende zaterdag oud papier ophalen. 

Maar: 

De jeugdleden van de voetbalclub halen komende zaterdag oud paper op. 

Niet: 

U kunt ons gratis e-book aanvragen. 

Maar:  

Vraag ons gratis e-book aan.  

Niet: 

Er is limonade in de kantine. 

Maar: 

In de kantine staat limonade klaar. 

Niet: 

De file wordt langer. 

Maar: 

De file groeit. 

Auto's in een file.
De file groeit.

5. Stop met voegwoorden 

Voegwoorden maken zinnen extra lang. Niet nodig. Weg ermee. 

Niet:  

Ik ben gisterochtend niet naar kantoor gegaan, omdat ik naar de tandarts moest. 

Maar: 

Ik moest gisterochtend naar de tandarts. Daarom ben ik niet naar kantoor gegaan. 

Niet: 

Ik nam een tas mee, waarin ik al mijn boeken had gestopt. 

Maar: 

Ik nam een tas mee. Daarin had ik al mijn boeken gestopt. 

Niet: 

De buschauffeur reed veel te hard en moest in de S-bocht flink afremmen. 

Maar: 

De buschauffeur reed veel te hard. In de S-bocht moest hij flink afremmen.    

Engelse bus.
Te hard.

6. Vervang clichés 

Clichés zijn clichés omdat ze zo raak zijn. Uiteindelijk verliezen ze hun kracht. Ook ik grijp er vaak op terug. Lekker makkelijk. Soms vind ik ook geen betere term. Soms ook wel. Even creatief denken en dan popt er altijd wel iets anders op. Doe daar een beetje moeite voor. Het komt je tekst beslist ten goede. En het is toch leuk om met een eigen, originele vondst te komen?  

Niet: 

Bij ons bedrijf staat service hoog in het vaandel. 

Maar: 

Bij ons bedrijf schrijven we service in chocoladeletters. 

Niet: 

Zij is meteen in de pen geklommen om op de brief te reageren. 

Maar: 

Zij heeft meteen haar laptop opengeklapt om op de brief te reageren.   

Trouwens, wie klimt er tegenwoordig nog in de pen? Sommige clichés zijn écht antiek. 

Niet: 

Hij is zo gesloten als een oester. 

Maar bijvoorbeeld: 

Hij is zo gesloten als de graftombe van een Egyptische farao. 

Graftombe.
Een andere metafoor.

7. Schrijf concreet en specifiek  

Vermijd mistige taal, wees duidelijk. Schotel de lezer beelden voor, prikkel alle zintuigen. 

Niet:  

De man vloekte. 

Maar: 

De man riep ‘Godverdómme!’ 

Niet: 

De adviseur schreef iets op. 

Maar: 

De adviseur krabbelde het telefoonnummer op de achterkant van een visitekaartje. 

Niet: 

De kleedkamer rook muf. 

Maar: 

De kleedkamer rook naar sokken die al weken niet zijn gewassen. 

Sportkousen
Sportsokken kunnen gaan broeien.

8. Niet vertellen, maar laten zien 

Hét motto in schrijversland: Show, don’t tell.  Niet vertellen, maar laten zien. Niet beschrijven dát er iets gebeurt, maar wát er gebeurt. Schep beelden. Ik probeer het altijd en overal te gebruiken, wat me overigens niet altijd lukt.. 

Dus niet: 

De man die aan tafel zat was boos. 

Maar: 

De man die aan tafel zat omklemde zijn vork zo stevig dat zijn knokkels wit uitsloegen en prakte met een verbeten trek om de mond zijn piepers tot gort. 

Niet: 

De weg die hij met zijn bakkersfiets naar boer Krelis moest afleggen was slecht onderhouden. 

Maar:  

Op weg met zijn bakkersfiets naar boer Krelis moest hij door diepe en ondiepe kuilen. Dan kwam hij omhoog van zijn zadel en hupte de mand met broden aan zijn stuur op en neer. Niet zelden raakte hij onderweg een stokbrood kwijt. 

Niet: 

Bij ons bedrijf staat service hoog in het vaandel (ja, ja, daar is-ie weer) 

Maar:  

Speciaal voor onze klanten zijn wij elke dag van 8 tot 20 uur bereikbaar. Ook in het weekend. Technische storing? Bel ons en we staan binnen een uur bij u voor de deur om het probleem op te lossen. 

Zelf ben ik dol op personificaties. Die doen het altijd goed. 

Zoals: 

De weegschaal kreunt en steunt onder zijn gewicht. 

Het knoopje ter hoogte van mijn navel doet zijn uiterste best om mijn overhemd te sluiten. 

Op het kleine tafeltje verdringen de flesjes nagellak elkaar. 

Flesjes nagellak verdringen elkaar.
Gebruik personificatie. Oftewel: dicht dingen menselijke eigenschappen toe.

9. Strooi royaal met voorbeelden 

Sommige tips lopen in elkaar over. Maakt niet uit, als je er maar wat aan hebt. Zie het gewoon als de kracht van de herhaling.   

Voorbeelden geven werkt uitstekend. Altijd doen. In artikelen, in webteksten, maar ook in een sollicitatiebrief. 

Niet:  

In de plaatselijke voetbalclub zijn veel vrijwilligers actief. 

Maar: 

In de plaatselijke voetbalclub zijn veel vrijwilligers actief. ‘Ome Tinus’ trekt al jaren de krijtlijnen, drie jonge techneuten onderhouden de site en een ploegje enthousiaste ouders organiseert elke maand een speurtocht voor de jeugd. 

Niet: 

Ons restaurant heeft visgerechten als specialiteit. 

Maar: 

Ons restaurant heeft visgerechten als specialiteit. Vooral de gebakken forel met remouladesaus zien onze gasten als een gastronomisch hoogtepunt. We moeten het echt niet in ons hoofd halen dit uit het menu te schrappen. 

Niet: 

Ik heb veel ervaring als kapster. 

Maar: 

Ik heb veel ervaring als kapster. Bij mijn huidige werkgever ben ik dé kleurenspecialist. Klanten die een balayage willen vragen specifiek naar mij. 

Kapsalon
Veel ervaring als kapster.

10. Laat werkwoorden werken 

Werkwoorden geven je tekst meer vaart. Zeker als je die vermaledijde naamwoordstijl loslaat.

Niet: 

De burgemeester verricht de opening van de tentoonstelling. 

Maar: 

De burgemeester opent de tentoonstelling. 

Of bedenk zelf een werkwoord:  

De zwemlerares flipflapt op haar slippers naar het bad.  

Zomaar een handjevol tips. Kun je er wat mee?

En wat zijn jouw gouden tips?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *