Pijnlijke comeback op de tennisbaan

Comeback op de tennisbaan.
Dertig jaar niet meer getennist. Het was even wennen.

De tennisbal stuitert links naast me. Als ik een snelle draai maak en schuin naar achteren stap móet ik hem met een backhand terug kunnen slaan. Tenminste, dertig jaar geleden lukte me dat bij deze balsport nog weleens. Nu niet. Ik raak uit balans en kom ten val. Het ziet er volgens mij verre van elegant uit – ik denk dat mijn kinderen blij zijn dat er niemand in de buurt is. Mijn linker onderarm schuurt over het gravel en mijn schouder en achterhoofd volgen. Dit soort tennistoeren moet ik op mijn 59ste gewoon niet meer willen uithalen, concludeer ik terwijl ik de pijn weg lach. Een wijze les voordat ik met mijn dochter Joy straks wekelijks ga tennissen. 

Een maandje geleden vroeg ze me of ik met haar wil tennissen. Geen van haar vriendinnen deelt de liefde voor deze sport, en daarmee kwam ik in beeld. Ik zei volmondig ja. Heerlijke sport, lekker in de buitenlucht en een beetje bewegen kan in mijn geval bepaald geen kwaad. En dan ook nog eens met mijn dochter! Ik heb ons aangemeld bij de kleine, gezellige tennisvereniging LTC Beem-Star in Middenbeemster en binnenkort gaan we beginnen. Veel zin in.  

Kans op succesvolle treffer groot

Lang geleden tenniste ik al. Niet vaak en zeker niet fanatiek, maar gewoon af en toe voor de lol. Ik beheers deze tak van sport redelijk. Als ik niet te snel naar de bal ga, maar hem rustig laat stuiteren, mijn arm voldoende naar achteren breng, geconcentreerd sla en mijn arm doorzwaai, is de kans op een succesvolle treffer best groot. 

Ik tenniste vooral tijdens vakanties. Met ouders en broers streken we neer op bungalowparken en dan gingen de rackets mee. Want een beetje bungalowpark heeft een tennisbaan. We huurden die een paar keer en dan scheerden de ballen twee uur lang over het net. Nou ja, óver het net… ze belandden ook vaak ín het net en ze vielen er ook weleens met een pisboogje net achter.

Maakte niet uit. We hadden er lol in. 

Prima reflexen

De basistechnieken had ik toen dus aardig onder de knie. Daarnaast bleek ik over prima reflexen te beschikken. Vooral kort bij het net wist ik ballen met allerlei kunstgrepen te retourneren.  

Mijn geheime wapen – dat nooit lang geheim bleef – was een verrassende, wonderlijke backhand. Dat zette ik in als een bal links achter mij ver in het achterveld verdween. Dan zette ik een sprintje in en sloeg de bal op de een of andere manier achterwaarts terug. Dat voelde heel raar en onnatuurlijk. Alsof mijn rechter schouderblad een decimeter naar links schoof. Geen idee hoe ik het deed, maar een feit is dat een bijna onmogelijk te halen bal twee seconden later over het net vloog en binnen de lijnen van het veld van mijn onthutste tegenstander stuiterde, die dacht dat het punt al binnen was. 

Gravelveld omgetoverd in tennisbaan

Getennist heb ik ook bij de toenmalige roemruchte voetbalclub Rood Wit-A in Amsterdam-Noord, waarvan ik lid was. Onder de leden zaten veel tennisliefhebbers en een aantal van hen heeft een tenniscommissie opgericht. Het gravelveld waarop normaal gesproken werd getraind werd in de zomermaanden omgetoverd in een tennisbaan. Daar heb ik regelmatig gebruik van gemaakt. Ik was op de vrijdagmiddag vrij – een aardigheidje van mijn eerste werkgever, Buma/Stemra – en mijn tennismaatje Bert Heijselaar ook. En dus troffen we elkaar elke vrijdagmiddag in alle rust op het voetbalcomplex. Hij was een maatje te groot voor me, maar hij hield zich netjes in en daardoor bleef het leuk.  

Maar dat was toen. 

Een geschikt moment

Dertig jaar later – om precies te zijn: op zondag 26 juli jongstleden om 13.00 uur op het vakantiepark ‘t Hooge Holt in Gramsbergen – heb ik racket en bal weer opgepakt. Ik was zojuist 59 geworden en van mijn kinderen mocht ik deze dag invullen zoals ik dat graag zou willen. We zouden sowieso een keer gaan tennissen en dit leek me een geschikt moment. 

Na de valpartij – we waren al twee minuten aan het tennissen – kwam ik tot de even reële als pijnlijke constatering dat mijn wendbaarheid, die al niet zo gek veel voorstelde, in de loop der jaren ernstig is afgenomen. Eigenlijk is er niets meer van over. Maar de techniek zit er nog best in.  

Zoeken naar verdwaalde ballen

Diverse ballen zeilden hoog over het net – en zelfs over de omheining. Kostbare minuten gingen verloren aan het zoeken naar verdwaalde ballen, al kwam de onbedoelde rustpauze me ook wel weer goed uit, want godsamme wat scheen die zon ongenadig. Niet zelden moest ik tot aan mijn elleboog graven in struiken vol doornen en scherpe takken. Mijn onderarm en benen kwamen onder bloederige schrammen te zitten. Samen met de blauwe plekken en schaafwonden die ik al eerder had opgelopen leverde dat een levendig kleurenspel op. 

Maar ik heb heerlijk getennist. En ik kijk uit naar de partijen met mijn dochter bij Beem-Star, waar gelukkig weer vrijuit kan worden getennist

Er wacht wel een nieuw probleem. De ongeschreven regel is dat leden bardiensten draaien óf onkruid gaan wieden. Ik heb voor het laatste gekozen. Bestellingen aan een bar verwerk ik net zo snel als een ace die langs mijn oren suist. Dan kuis ik liever de paden langs de tennisbanen met hark en schoffel. Dat resulteert onherroepelijk in jeukende en pijnlijke blaren door de brandnetels. Maar goed, die trekken wel weer weg. 

Brandnetels.
Brandnetels. Een vervaarlijke tegenstander op de tennisbaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *