Graven naar het verleden

Na een archeologisch onderzoek zijn muurtjes van het Slot Purmersteyn op exact dezelfde plek opnieuw gemetseld.

De regen stroomt langs de schuine tuimelramen in mijn woonkamer. Grijze wolken vertellen mij dat het voorlopig niet droog wordt. Windvlagen fladderen om het dak. Niet ideaal, op deze vakantiedag. Maar wel een mooi excuus om binnen, achter mijn laptop met een glas dampende muntthee naast me en de lyrische klanken van Claude Debussy op de achtergrond, schrijfmeters te maken. Een nieuw hoofdstuk aan mijn historische roman toevoegen, maar ook onderzoek doen. Ik blijf graven en stuit nog steeds op nieuwe informatie. Daar zitten regelmatig prachtige parels tussen. 

Was jij vroeger ook zo dol op huiswerk? Nou, ik evenmin. Opdrachten raffelde ik af en leerstof keek ik vluchtig en globaal door. Veel te lui om te leren. Gelukkig was ik zeer bedreven in sjoemelen. 

Handzame spiekbrief

Mijn schoolspullen vervoerde ik in een plastic tas, zoals die bij de winkels werden uitgedeeld, en dan het liefst een witte of gele, in ieder geval een lichte kleur. De tas met inhoud legde ik tijdens een proefwerk naast me op de lessenaar, en dan zo dat de woordenlijst die ik in mijn hoofd had moeten stampen, een handzame spiekbrief of een schoolboek, opengeslagen op de meest relevante pagina, bovenop lag. Zodra ik het plastic van de tas een beetje strak trok, kon ik er vrij gemakkelijk doorheen kijken.  

Tijdens de lessen economie zat ik naast een vensterbank waarop dozen met schoolmateriaal stonden. Het kon niet mooier. Een dag voordat er een proefwerk of toets op het programma stond, krabbelde ik op zijkant van een van de dozen alvast de begrippen met definitie die zouden worden gevraagd, zoals inflatie en deflatie, aandelen en obligaties. Ook dit werkte uitstekend. 

Zo scoorde ik altijd wel een zesje of zeven, en daar was ik dik tevreden mee.  

Gesnapt ben ik nooit. Juist omdat ik open en bloot mijn zelf aangelegde bronnen raadpleegde viel het niet op; dat was anders geweest als ik stiekem bij mijn buurman zou afkijken of steels een spiekbriefje uit mijn zak zou toveren. Dat was nou net waarop scherp werd gelet. 

Het leukste om te doen

Maar hoe anders was het als er een werkstuk moest worden gemaakt. Terwijl de meeste klasgenoten uit afgrijzen begonnen te zuchten, veerde ik enthousiast op. Dit was voor mij het leukste om te doen. 

Internet bestond nog niet, maar bibliotheken wel. Stapels boeken sleepte ik naar huis om allerlei informatie op te zoeken – over exotische planten voor het vak biologie, de handel in Japan voor aardrijkskunde en Karel de Grote voor geschiedenis. Het resulteerde in lijvige, onderhoudende en prettig leesbare werkstukken, compleet met foto’s die ik uit de boeken had gekopieerd – en nee, ik had ze er niet uit geknipt of gescheurd! 

Ik kreeg er hoge cijfers voor. Een enkele docent vroeg zich wel hardop af of ik het allemaal wel zelf had gedaan. Dat zag ik dan maar als een compliment. 

De oude typemachine van mijn vader

Ook los van school maakte ik werkstukken. Gewoon voor mezelf. Dan ploos ik alles uit over mijn favoriete buitenlandse voetbalclub (Dynamo Kiev) of popgroep (Roxy Music). Zodra ik voldoende informatie had sloeg ik aan het tikken. Ik mocht de oude typemachine van mijn vader gebruiken en een klein tafeltje diende als bureau. Typen had ik mezelf aangeleerd; gewoon een kwestie van veel doen. 

De Domtoren in Utrecht speelt in mijn boek een prominente rol.

Met hetzelfde plezier als in mijn jeugd werk ik nu aan mijn historische roman. Het verhaal speelt in het begin van de achttiende eeuw en draait om de laatste telg van een vooraanstaande regentenfamilie uit Hoorn. Een sieraad voor de familie was hij bepaald niet; hij heeft de goede naam nogal te grabbel gegooid. Jammer voor de familie, maar zeer bruikbaar en interessant voor een boek. De grote lijn bestaat uit feiten die ik heb opgediept – tot mijn grote verrassing is er over hem heel veel bewaard en gedocumenteerd. 

Domtoren speelt prominente rol

De hoofdpersoon heeft bovendien – direct of indirect – raakvlakken met bronnen waarvoor ik echt niet diep hoef te graven: de regententijd in Hoorn, de Zeeuwse kust, de Domtoren in Utrecht, de Gevangenpoort in Den Haag en Slot Purmersteyn in Purmerend. Ogenschijnlijk hebben ze niets met elkaar te maken, maar vergis je niet. De hoofdpersoon van mijn roman is de verbindende factor. Heerlijk om dit allemaal uit te vogelen en er een boeiend verhaal van te maken.  

De teller staat nu op 16.115 woorden. Morgen regen? Nou, dan graaf en tik ik gewoon weer verder. 

Graven naar het verleden. Machtig interessant en leuk om te doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *