Gezonder eten: een volgeladen groentelade

Gezond bordje
Vegetarische kip, wortels, sperziebonen, pastinaakfriet. O, ik ben zo lekker gezond bezig.

Je had vroeger de groentelade van mijn koelkast eens moeten zien. Gewoon triest. Trok je hem open, dan staarde je in een vrijwel lege bak. Hooguit rolden drie achtergebleven spruitjes van de ene naar de andere kant. Om de ruimte toch maar te benutten stouwde ik die vol met pakken vanillevla, melk en yoghurt en daar legde ik dan flesjes bier bovenop. Maar nu ik een programma volg om gezonder te eten en af te vallen prop ik die lade vol met pastinaak, rucola, komkommers, tomaten, courgettes, winterpenen en wat al niet meer. Een kleurrijk gezicht. Maar vooral motiveert het me om met die groente aan de slag te gaan. 

Ik doorloop het traject sinds september en ik heb afgelopen week de balans opgemaakt. En dat stemde tot tevredenheid: 11 kilo afgevallen, een fit gevoel, en gezonde eetpatronen die er bij mij steeds meer inslijpen. Nu nog 9 kilo eraf. Dan weeg ik 65 – snelle rekenaars weten nu dat mijn weegschaal in augustus nog door zijn rubberen pootjes zakte onder een gewicht van ruim 85 kilo’s – en start ik de laatste fase, die ik tot mijn onherroepelijke dood ga volhouden. De fase van het stabiliseren. Op gewicht blijven met voeding die bij mij past. Zo loop ik behoedzaam om de valkuil heen waar ik vroeger al zo vaak in ben gedonderd. Dieet gevolgd, of na een halve week afgebroken, en hop, handenwrijvend meteen de spareribslijn bellen.  

Weegschaal
Mijn weegschaal hoeft zich steeds minder schrap te zetten als ik erop ga staan.

Overal gooide ik een hele chorizo in

Koken heb ik altijd al leuk gevonden. En dan vooral stoofpotten maken met veel rundvlees en, voor mij vanzelfsprekend, een hele chorizo. Die gooide ik overal in waar het ook maar enigszins kon – in de boerenkoolstamppot, tussen de spruitjes, in de macaroni, in de linzensoep, in de andijvieschotel – en zo kreeg elke maaltijd een extra smaakdimensie. 

Chorizo, een echte smaakmaker
Chorizo, de multifunctionele smaakmaker.

Géén salade

Ik deed alleen niet zo veel met groente. Het hoorde er nu eenmaal bij, maar mijn focus lag daar gewoon niet op. En waar ik simpelweg een hekel aan had: salades maken. Dat gedoe met die blaadjes sla. Toen ik nog getrouwd was heb ik op een kerstavond uitgebreid voor negen man gekookt. Niets was me te veel. Maar ik heb vooraf wel een waarschuwing uitgedeeld: ‘Beste mensen’, zei ik, ‘Ik wil met alle liefde koken, maar… ik maak géén salade. Wie een salade bij het eten wil, mag deze geheel op eigen kracht klaarmaken.’ 

Het kon maar beter gezegd zijn, vond ik. 

Homemade dressing

Maar moet je me nu eens zien. Mede geïnspireerd door mijn fantastische vriendin, die gezellig met me meelift terwijl dat met haar droomfiguur echt niet nodig is, maak ik regelmatig een heerlijke salade. Voor de lunch, als hoofdgerecht in de avonduren of als bijgerecht. Uiteraard met homemade dressing. En daarvoor maak ik dan een doordachte keuze uit mijn rijkelijk gevulde groentelade.  

Soms vegetarisch

Ik ga nog een stap verder. Ik eet soms vegetarisch. En daarbij word ik dan weer geïnspireerd door mijn 17-jarige dochter. Pakweg vijf jaar geleden had ze ook al besloten geen vlees meer te eten. Daar ben ik toen als koker des huizes in mee gegaan, maar niet zo van harte. Ik vond het algauw te veel gedoe om voor haar ik iets aparts te maken. Ja, sorry hoor.

Bovendien hielp de supermarkt waar ik kwam me ook niet echt op weg. Of ik had de verkeerde supermarkt gekozen of deze winkel had niet zo veel oog voor het gilde der vegetariërs. Hoe het ook zij, pas na lang zoeken stuitte ik op de versafdeling op een vak zo groot als een schoenendoos waarin wat vegetarische producten lagen. Een klein stapeltje kunstburgers en drie ‘schnitzels’. Meer niet. Ik heb het geprobeerd, maar lèkker… nou, nee. Ook mij dochter zat er niet bepaald van te smikkelen. 

Nu heeft ze haar vegetarische aspiraties weer opgepakt en ik haak daar een stuk enthousiaster op in. De supermarkt waar ik nu kom heeft veel meer keuze en het zijn echt heerlijke producten. Die haal ik dan af en toe in huis. En die bewaar ik dan in mijn rijk gesorteerde groentelade. 

Het wordt nog wel wat met mij, denk ik. 

Salade
Een heerlijke salade.

Culinaire reis met aangename verrassingen

Pastinaak
Zo leeft de pastinaak in het wild.

Kijk hem nou liggen. Een beetje zielig geval. Bleek. Gerimpeld. Vol vlekken. Er steekt zelfs een haar uit. Maar ik weet inmiddels beter. De pastinaak, een van de zogenaamde vergeten groenten, mag er dan niet bepaald appetijtelijk uitzien, met zijn zoetige smaak is hij verdomd lekker. Een aangename verrassing tijdens de culinaire ontdekkingstocht die ik heb ingezet om mijn eetpatroon om te gooien, gezonder te koken en overtollige kilo’s af te vallen. 

Laat ik eerlijk zijn: van groente moest ik aanvankelijk niets hebben. Met mijn Bourgondische inslag lag mijn focus vooral – lees: uitsluitend – op vlees. Véél vlees. Een halve kip, spareribs – vooraf een uurtje gebadderd in een pittige marinade, een schaaltje knoflooksaus binnen handbereik – zo breed dat ze ver over de rand van mijn bord uitstaken, een bal gehakt met de omvang van een grapefruit. Daar droomde ik van. Als kind al. Thuis sloop ik ‘s ochtends na het wakker worden regelmatig de keuken in en dan keerde ik terug in bed met een kloek kookboek onder mijn arm. Lekker lang en loom bladeren en me vergapen aan foto’s van vleesgerechten. 

Spareribs
Spareribs. Een van mijn favoriete gerechten. Tenminste, in het recente verleden.

Mijn moeder zette ‘s avonds de reguliere driehoek aardappelen-vlees-groenten op tafel. Mijn vader bewaarde het lekkerste voor het laatst – het vlees – maar bij mij was dat als eerste op. 

Zo’n melig klontje in mijn keelgat

Groente hoorde er nu eenmaal bij en dat at ik braaf op. Soms was dat letterlijk flink slikken. Gekookte andijvie. Ik gruwelde ervan. Zeker omdat het papje melk met maïzena er niet altijd goed doorheen was geroerd. Gleed er ineens zo’n melig klontje door mijn keelgat. Brrrrr. 

Het kon nog erger.  

Postelein. Daar zag ik echt als een berg tegenop. Die constructie. En zó zuur. Af en toe droom ik er nog van. Dan schrik ik rond 3 uur in de nacht uit mijn slaap en zit ik met een schreeuw in één beweging rechtop in mijn bed. Het klamme zweet op mijn voorhoofd en elders. 

Postelein
Postelein. Nog altijd gruwel ik ervan.

Het was gedaan met de groente

Toen ik eenmaal op mezelf ging wonen, was het gedaan met deze groenten. Met andere groenten overigens ook. Ik haalde mijn favoriete soorten vlees in huis, en voor het idee wat sla, sperziebonen of wortels. Daarnaast deed ik met grote regelmaat een beroep op pizzalijn, snackbar en Chinees restaurant. Warme banden heb ik gesmeed, veel vrienden gemaakt.

Erg gezond at ik niet. 

Maar dat is nu veranderd. De weegschaal kreunde onder mijn gewicht, als ik de trap opliep pufte ik als een stoomlocomotief en mijn buik oogde als een rugbybal. Het roer moest om en snel ook

Programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen

Sinds drie maanden volg ik een programma om gezonder te eten en verantwoord af te vallen. Het werkt uitstekend. Ik voel me goed, ben inmiddels 11 kilo lichter en heb als extra voordeel geen last meer van astmaklachten

Ik maak mezelf een nieuw eetpatroon eigen dat voor mij steeds vanzelfsprekender wordt. Een patroon met een normale hoeveelheid vlees, veel groente en vaker vis. Geen aardappelen, geen rijst, geen pasta. En allemaal uitgebalanceerde maaltijden. Na het eten plof ik niet meer met een volle pens op de bank, maar ook niet met het gevoel dat er nog best iets bij had gemogen. 

De heerlijke smaak van pastinaak

Het is een ware culinaire ontdekkingstocht, waarbij ik op mij onbekende ingrediënten stuit. De zogenaamde vergeten groenten. Mijn mooie, lieve vriendin haakt daar slagvaardig op in. Zij houdt rekening met me en kookt volgens de principes van het programma dat ik volg. Zo schotelde ze me laatst een puree voor waarin knolselderij een hoofdrol vertolkte. Een aangename verrassing – het gebaar én de smaak.  

Ook zette ze laatst een bord voor mijn neus met iets erop dat op friet leek. Pastinaak, zei ze erbij toen ze de vraagtekens in mijn ogen zag. Pastinaak? Dat bleke, gerimpelde type? Met die haren? Ik deinsde even terug.  Maar potverdikkies, wat lekker.  

Erg lekker ziet zo’n stelletje pastinaken er niet uit. Maar je moet ze maar eens proeven.

Hier valt nog veel te ontdekken en te ontginnen, besefte ik. Schorseneren. Meiraap. Aardperen. De namen ken ik, maar deze vergeten groenten laat ik standaard links liggen. Helemaal niets wil ik met ze te maken hebben.  

Tot nu. Er gaat een nieuwe wereld voor me open.  

Pastinaakfriet
En zie daar: pastinaakfriet.

Geïnspireerd geraakt? Vergeten groenten in ere herstellen? Bekijk deze boeken:

Jean Baptiste, Nicole Prades – Vergeten groente opnieuw ontdekken

Jean-Luc Muselle – Vergeten groenten van A tot Z

Keda Black – Vergeten Groenten

Marianna Buser – Vergeten groenten

11 kilo lichter: minder gewicht, meer lucht

Meer lucht…

Binnenshuis is het behaaglijk warm, buiten waait een frisse wind. Maar ach, dat loopje van twintig meter door de achtertuin naar de schuur, daar trek ik mijn jas niet voor aan. Stom, stom, stom. Zodra ik weer naar binnen stap moet ik hoesten. Dat blijft zo in de drie weken die daarop volgen, en af en toe krijg ik het benauwd. Het probleem verdwijnt pas nadat ik via een herhaalrecept een puffer bij de apotheek heb besteld en een week lang tweemaal daags een shot neem. Het is een vertrouwd patroon.  

Ik kamp met een lichte vorm van astma en dat kwam in december 2004 aan het licht na de geboorte van onze zoon. Net als onze dochter, geboren in 2003, hield hij ons nachtenlang wakker vanwege darmkrampen. Het chronische slaaptekort wreekte zich. Bovendien werd ik nogal ziek. 

Ja, wij mannen hebben het niet makkelijk na een bevalling.

Ik liep te tollen als een dronkenlap. Benen waarin zakken zand leken gestort. Een hoofd vol stopverf. Twee longen die het vertikten adem door te laten stromen. Als ik thuis de trap beklom eindigde ik op mijn knieën en moest ik hijgend een paar minuutjes steun zoeken bij een muur.  

Dubbele longontsteking. Dat bleek op het spreekuur van mijn huisarts. En de longarts in het ziekenhuis wist eraan toe te voegen dat ik licht astmatisch ben. 

Ah, begreep ik, dat verklaarde waarom ik het als kind altijd al zo benauwd kreeg in een kamer vol rook. Nog steeds prijs ik de dag dat het roken in openbare ruimten werd verboden en sta ik te juichen als rokers om mij heen hun peuk voor de laatste keer uitdrukken. 

Steeds minder rook om mij heen.

Maar dit even terzijde. 

Temperatuurwisselingen? Opstand!

Mijn longen kunnen vanaf die dubbele ontsteking bitter weinig hebben. Ze zijn van goede wil, absoluut, maar vooral als zich temperatuurwisselingen voordoen, komen ze in opstand. 

Zo kan ik me nog goed een bedrijfsuitje voor de geest halen. Plaats van handeling was het historische Fort bij Rijnauwen in Bunnik. Bijzonder geslaagd, dat zeker, maar voor mijn longen funest. 

Het was een behoorlijk warme dag. Heel fijn, ware het niet dat er diverse rondleidingen op het programma stonden door de koele gewelven van het fort. Steeds van warm naar koud. Zoals verwacht liep ik weer enkele weken daarna flink te hoesten en moest ik mijn toevlucht zoeken tot een puffer. 

Mijn redder in ademnood.

Maartse buien? Zelfde verhaal. 

Maar deze malheur lijkt nu voltooid verleden tijd. Ik volg een medisch verantwoord programma om gezonder te eten en overtollige kilo’s kwijt te raken. Ik had al begrepen dat daarmee ook mijn astmatische klachten zouden kunnen afnemen. En dat lijkt nu te gebeuren. Ik heb nergens last van.

Logisch eigenlijk. Ik eet meer groente en fruit en daarmee pep ik mijn weerstand op. En ik tors minder gewicht met me mee. Daardoor krijg ik merkbaar meer lucht. 

Wat een opluchting. 

Eerdere diëten werkten niet

Volgens de laatste stand van zaken ben ik rond de 11 kilo afgevallen. Het gaat nu wat langzamer dan in de eerste weken, maar het is prima zo. Zeker als ik bedenk dat mijn eerder gevolgde diëten – van Atkins tot Montignac en van shake- tot sapkuren – vroegtijdig tot een eind kwamen. Meestal al na een week.  

Ik houd me netjes aan de voorschriften, op een spaarzaam ritje grijsrijden na. Want ja, zo’n chocaladeletter M… Nou vooruit, een klein stukje dan. En nu Sinterklaas op een van de Spaanse stranden zijn teleurstelling verbijt dat dat dekselse coronavirus een dikke streep door zijn verjaardag heeft gehaald, spant de Kerstman zijn rendieren alweer aan. Geen grote gezelschappen dit jaar, maar evengoed natuurlijk wel een gezellige kerstdis. 

Beide kerstdagen sta ik in de keuken en gebruik ik ook ‘verboden ingrediënten’. Ik zit immers niet in mijn eentje aan tafel. En ja, als kok moet je toch proeven… 

Ook neem ik hoogstpersoonlijk het uitblazen van de kaarsen op me. Met de huidige conditie van mijn longen mag dit geen problemen meer opleveren. Geen zwarte vlekken voor mijn ogen. Geen gierende hoestbui. Geen bonkend hoofd. 

Ik kijk ernaar uit. 

Het wordt een vrolijke kerst.

De spannendste dagen van het jaar

Zie de maan schijnt door de bomen.
Zie de maan schijnt… vooral de nachten waren spannend.

Sinterklaas was weer in het land en dat bracht bij mij standaard gemengde gevoelens teweeg. Enerzijds verheugde ik me op de cadeaus die ik – hopelijk – zou krijgen, anderzijds sloeg de spanning in mijn onderlijf toe. Dat kwam vooral tot uiting bij het schoentje zetten. Met een plezierige opwinding keek ik uit naar de volgende ochtend, het moment dat ik mijn cadeautje zou aantreffen en uitpakken. Tegen de nacht zag ik echter behoorlijk op. Want vroeg of laat zouden Sint en Piet binnensluipen om het schoeisel te vullen en dat was geen prettige gedachte. Ik kan me herinneren dat ik op een nacht wakker werd van het doortrekken van het toilet. Wie was dat?! schoot het door me heen. Mijn vader? Mijn moeder? Eén van mijn broers? Of… 

Het is vandaag 5 december en dat roept bij mij allerlei herinneringen op aan de spannendste dagen van het jaar. Dat die bejaarde en bebaarde man met die hoge rode muts alleen maar goede bedoelingen had, wist ik natuurlijk wel. En ook van die Pieten viel weinig gevaar te verwachten. Toch vond ik ze ook wel een beetje eng. Altijd weer was het een grote opluchting als ze op 6 december werden uitgezwaaid.  

Geheimzinnige sfeer

Bij ons thuis heerste rond 5 december een wat geheimzinnige sfeer. De reden daarvan ontging mij aanvankelijk. Wel weet ik nog dat ik op een zeker moment met mijn broers naar de voordeur werd geloodst. Die stond half open en in de hal lagen, lukraak verspreid, tientallen kleurige pakjes. Wat er daarna gebeurde, ben ik eerlijk gezegd kwijt. Maar het zal beslist leuk geweest zijn.

Raar uitgedoste Spanjaarden

Later begreep ik het. Die man met de baard heette Sinterklaas. Hij kwam elk jaar naar Nederland om aan kinderen cadeaus uit te delen. Dat vergde nogal wat organisatie, concludeerde ik. Gelukkig zorgde een omvangrijk pietenleger voor ondersteuning. Die cadeaus vond ik natuurlijk leuk, want ik kreeg er ook een paar, maar met die raar uitgedoste Spanjaarden bleef ik moeite houden. 

Het muntje viel, ik had het spelletje door

Later is het mysterie ontsluierd. Toen het muntje viel en ik het spelletje doorhad, konden ze me niet meer voor de gek houden. Sinterklaas kwam naar school. Sinterklaas? Welnee. De onderdirecteur schemerde er gewoon doorheen. En die Hoofdpiet – die leek wel héél sterk op de gymleraar. Nee, ik trapte er niet meer in. 

Zeker niet toen de Sint op een historische dag op het schoolplein werd uitgezwaaid. Terwijl hij statig naar de gereedstaande auto liep, gingen de deuren van de tegenoverliggende school open. Ook daar liep een Sinterklaas naar buiten. 

Stomverbaasde blikken

Ik snapte ook wie thuis de schoentjes vulde. Mijn moeder. Uitgerekend dezelfde die op pakjesavond altijd zo’n show opvoerde. We kennen het allemaal: op de deur bonzen, strooien, een volle zak bij de deur zetten, ineens uit een andere kamer binnen komen stormen en stomverbaasd kijken naar het tafereel dat ze nota bene zelf had aangericht.  

Later ging bij haar de scherpte er wat vanaf. De muur in de gang was inmiddels voorzien van een spiegel en vanuit de huiskamer konden we zien hoe ze op haar tenen en met strooigoed in de hand aan kwam sluipen.

Het was me allemaal duidelijk geworden. Maar voor mijn jongste broer, die nog wel in Sinterklaas geloofde, moest het nog even geheim blijven. Voor mij geen probleem. In de voor mij nieuwe situatie zag ik een heel aantrekkelijk aspect. Ik kon voortaan meer direct en ook heel gericht om cadeaus vragen. 

Pietenpet op de grond

Als vader beleefde ik de tijd rond Sinterklaas net even anders. Toen was ik het die de schoentjes vulde. Om het helemaal echt te maken, liet ik soms een in de haast vergeten pietenpet op de grond achter, keerde ik het schoteltje voor het water om of verspreidde ik delen van de niet helemaal opgeknabbelde winterpeen in het gangpad. 

In het dorpje waar we woonden kwam Sinterklaas met paard en rijtuig aan. Het gezelschap reed langs ons huis en vanaf onze oprit konden we het allemaal mooi zien. In het nabijgelegen dorpshuis mochten de kinderen op het podium komen om een liedje voor Sinterklaas te zingen. Dat werd naarmate de tijd vorderde steeds nadrukkelijker overstemd door ouders die achterin de zaal stonden. Eerst waren ze nog stil, daarna ontstond er wat gefluister, dat ging naadloos over in gedempt gepraat totdat ze op het gebruikelijke volume met elkaar begonnen te praten.  

Sinterklaas moest de ouders met enige regelmaat tot stilte manen. 

De kinderen keerden na afloop dik tevreden naar huis. Allemaal een chocoladeletter én een speculaaspop én een mooi cadeau. Het organisatiecomité liet zich altijd van zijn meest scheutige kant zien. 

Verwelkomd door de uitbater

In andere dorpjes moesten de kinderen – lees: de ouders –  met minder genoegen nemen. Als journalist van een lokale krant ben ik wel eens getuige van intocht geweest die me nog altijd bijstaat. Sint en Piet staken met een veerpont het kanaal over en werden in het aanpalende restaurant, het enige bedrijf dat het dorpje rijk is, verwelkomd door de uitbater. Na een klein uurtje vertrokken de gasten alweer. De kinderen hadden allemaal een klein zakje met pepernoten gekregen. 

Dat zat een van de moeders kennelijk nogal hoog. Ze stapte naar de uitbater en vroeg: “Een zakje met pepernoten? Is dat alles?” 

“Tja,” antwoordde de uitbater. “De intocht moet worden gefinancierd door de plaatselijke middenstand. En dat ben ik.” 

Sinterklaas.
De Sint kwam ook naar school.

Bewuster eten: een cracker is best lekker

Volkoren crackers van Wasa eet ik elke dag.
Elke dag op mijn menu.

Mijn trein sjokt station Purmerend binnen. Bijna thuis. Mag ook wel, rond half 8 in de avond. Ik heb een intensief oogonderzoek in Rotterdam achter de rug, en een rit van tweemaal anderhalf uur. Mijn lege maag protesteert. Beelden van een enorme zak patat met een royale klodder mayonaise erop doemen op. Maar ik volg een programma om kilo’s kwijt te raken en dergelijke snacks passen daar niet in. Dilemma. Een meisje dat links van me zit belt met haar moeder. ‘Zal ik maar even langs Febo lopen en patat en kroketten meenemen?’ vraagt ze.  ZEG-DAT-NOU-NIET! Tien minuten later loop ik door het centrum. Zowel Febo als Albert Heijn ligt op de route. Als ik de snackbar passeer, hoor en ruik ik verse frieten die in het frituurvet spetteren… 

Ik houd mijn pas in. Ik wik en ik weeg. En dan… verman ik me en loop door. Met een mengeling van spijt en trots. Bij Albert Heijn koop ik een stoomgerecht bomvol groente – ook niet helemáál de bedoeling, want ik word geacht vers te koken, maar toch…  De verleiding heb ik heldhaftig weerstaan. 

Hoe anders was dit in het recente verleden. Met de trein heen en weer naar mijn werk in Hilversum, nóg later thuis dan gepland vanwege natte herfstbladeren op het spoor, mijn kinderen bij mijn ex. Nou, dan wist ik het wel: rechtstreeks naar de snackbar of de Chinees. Thuis stortte ik binnen tien minuten mijn patat of nasi goreng naar binnen, soms zonder te kauwen. Onderwijl bladerde ik de krant door of ik zapte langs alle tv-kanalen. 

Dit alles behoort tot de voltooid verleden tijd. Ik ben onder professionele, medisch onderlegde begeleiding een programma aan het volgen dat gaat leiden tot een uitgebalanceerd, gezond eetpatroon en een normaal gewicht.  

Patat met mayonaise. Vroeger een must, nu niet meer.
Voltooid verleden tijd.

9 kilo afgevallen in amper 6 weken

Het is goed te doen. En binnen amper 6 weken was ik 9 kilo afgevallen. De gevreesde gierende trek bleef tot mijn verrassing uit. Maar de laatste twee à drie weken had ik eerlijk gezegd wel wat moeite met de discipline, toch al niet een kwalificatie die ik in ruime mate bezit. De touwtjes liet ik wat vieren. 

Ik dronk een paar longdrinkglazen water per dag, in plaats van de voorgeschreven tweeënhalve liter.  

Mijn groente en vlees woog ik niet af.  

Ik roerde speels twee volle lepels pindakaas door de gebraden kipfilet.  

Tegen alle regels in drapeerde ik toch wat rijst of gebakken aardappelen op mijn bord. Mijn dochter at mee, ik had te ruim gekookt en ja, weggooien is toch ook weer zonde… 

Het logische gevolg…

Het gevolg bleef niet uit. Dat bleek tijdens het weegmoment bij mijn coach. De weegschaal gaf 76,4 kilo aan en liet het daar stug bij. Hetzelfde gewicht als twee weken eerder. Geen grammetje afgevallen. Ja, ik had nu mijn kleren aan, maar veel zal het niet schelen – ik ging niet gekleed als een astronaut, pakwerker of ijshockeyer.  

Het pak van een astronaut had best gescheeld.
Nee, ik droeg geen astronautenpak.

Een gevoel van teleurstelling kwam op. Ik had gehoopt – en stiekem verwacht – onder de 75 kilo uit te komen.  

Blij met mijn coach

Kijk, en juist op dat moment was ik zeer blij met mijn coach. Zij heeft me weer op scherp gezet. Niet met een vermanende wijsvinger, geen strafregels, geen zweepslagen, maar met een positieve benadering.  ‘Het gaat toch goed?’ En: ‘Focus je op gezond eten, niet op het verliezen van kilo’s.’ 

Daar kan ik wat mee. 

De touwtjes heb ik nu weer aangetrokken. En geen ‘moeten’, maar gewoon bewuster eten. Omdat ik dat wil.

Dus drink ik elke dag weer minimaal tweeënhalve liter water.  

Ik heb de keukenweegschaal, die ik al drie weken in huis heb, uit zijn verpakking gehaald en weeg alles af.  

Geen korreltje rijst meer. Geen flinter aardappel. Geen kruimel brood. 

Back on track

Ik ben back on track. En het aardige is: ik kook en eet nog meer mindful dan ik vanaf het begin al deed.  

Bloemkool kook ik in een kleine pan. Het gas moet dan wel laag, want anders loopt het water er na tien minuten als een waterval uit. 

Ik kauw beter en geduldiger, wat nog best een toer is vanwege het gemis van diverse kiezen. Maar ja, als ik dan toch minder eet, laat ik er dan maar wat langer over doen. 

Ik proef alles veel intenser. Een cracker is bijvoorbeeld best lekker, besef ik. Als beleg kies ik voor een gekookt ei en een snufje kerriepoeder. Of een plakje geitenkaas, schijfjes tomaat en peper. Of toegestane smeerkaas met appel en kaneel. 

Een cracker: gezond en lekker.
Even leuk aankleden en dan geniet ik van een cracker.

Drie keer een bord opscheppen? Nee, dat doe ik al lang niet meer. Restanten gaan de vriezer in. 

De weegschaal laat ik even de weegschaal. Maar potverdikkies, wat voel me prettig. Mijn winterjas zit weer een stukje ruimer en als ik mezelf van opzij in de spiegel bestudeer… zie ik duidelijke vorderingen.

Geen brommerhelm onder mijn trui, maar een stapeltje bubbeltjesenveloppen – daar lijkt het nu meer op. 

En ik slaap weer op mijn buik. Sinds járen. 

Tien taaltips voor tintelende teksten

Taaltips om aantrekkelijker te schrijven.
Heerlijk, schrijven. En het kan altijd beter.

Aantrekkelijk schrijven? Daar werk ik al aan vanaf het moment dat ik mezelf rond mijn twintigste leerde tikken op de typemachine van mijn vader. Complete stukken van mijn favoriete journalisten – Gerard Rigter en Carel Brendel van het AD – tikte ik van A tot Z over. Gewoon om de slag te pakken te krijgen. Nog steeds schaaf ik aan mijn stijl. Het kan immers altijd beter en aantrekkelijker. Ik laat mij inspireren door vakgenoten en succesvolle auteurs en vreet in een moordend tempo boeken weg. Dat zijn veelal loeispannende literaire thrillers, bij voorkeur van Michael Robotham, R.J. Ellory en Nicci French. Als ik zelf schrijf – artikelen voor de krant, blogs, columns of mijn historische roman – laat ik me leiden door tien tips die mij inspireren en scherp houden. Ik deel ze hieronder met je. 

  1. Gebruik spreektaal en spreekritme 

Misschien wel het belangrijkste. Tenminste: voor mij. Spreektaal leest prettiger en natuurlijker. Ik hanteer het in al mijn uitingen: e-mails, artikelen, blogs, maar ook in webteksten. Eigenlijk weet ik niet beter. Ik zou niet anders willen en kunnen.  

Gewoon doen en durven.

Hulpmiddel nodig? Heel simpel: beeld je in dat degene aan wie je schrijft tegenover je zit en praat tegen hem. Verzin iemand die je doelgroep vertegenwoordigt.

Wat zeg je dan tegen hem? 

Frans, hierbij deel ik je mee dat ik je een zakelijk aanbod wil doen…  

Nee toch?  

Praat tegen hem zoals je dat face-to-face zou doen en schrijf het zo op. Zo komen vanzelf de juiste woorden op en krijg je het juiste ritme te pakken. 

2. Varieer in zinslengte 

Alleen maar lange zinnen, dat leest niet lekker, zeker als er ook nog veel bijzinnen in staan, waar je sowieso beter een aparte zin van kunt maken. 

Poeh, wat een zin. Even op adem komen. 

Kort dan maar? Pim. Pam. Pet,  

Nee, dat is het ook niet.  

Variëren dus. En wil je het helemaal goed doen? Begin elke alinea met een korte zin. Of zelfs met één woord.  

Vliegtuigen. Tientallen. Onophoudelijk vlogen ze over het huis. Er leek geen einde aan te komen. De jonge Ber – hij was bijna vijf jaar – wist dat het vliegtuigen waren. Die had hij al vaker gezien en gehoord. Maar dan één tegelijk en niet zo veel. Deze vliegtuigen klonken bovendien anders. Zwaarder. Een monotoon gebrom.  

Het geluid van bommenwerpers.
Een monotoon gebrom.

3. Schrijf in de actieve vorm 

Een bekende tip, en niet voor niets.  

Niet:  

De inbrekers werden door de agenten ingerekend. 

Maar: 

Agenten rekenden de inbrekers in. 

Niet: 

U wordt door ons gebeld. 

Maar: 

Wij bellen u. 

Dat leest toch veel lekkerder? En waarom zou je moeilijk doen? 

4. Omzeil zijn, worden, zullen en kunnen 

Zijn, worden, kunnen, zullen…  helpen dergelijke (hulp)werkwoorden? Ja, ze helpen je tekst om zeep. Laat ze weg. Slijp je zinnen. 

Niet: 

De jeugdleden van de voetbalclub zullen komende zaterdag oud papier ophalen. 

Maar: 

De jeugdleden van de voetbalclub halen komende zaterdag oud paper op. 

Niet: 

U kunt ons gratis e-book aanvragen. 

Maar:  

Vraag ons gratis e-book aan.  

Niet: 

Er is limonade in de kantine. 

Maar: 

In de kantine staat limonade klaar. 

Niet: 

De file wordt langer. 

Maar: 

De file groeit. 

Auto's in een file.
De file groeit.

5. Stop met voegwoorden 

Voegwoorden maken zinnen extra lang. Niet nodig. Weg ermee. 

Niet:  

Ik ben gisterochtend niet naar kantoor gegaan, omdat ik naar de tandarts moest. 

Maar: 

Ik moest gisterochtend naar de tandarts. Daarom ben ik niet naar kantoor gegaan. 

Niet: 

Ik nam een tas mee, waarin ik al mijn boeken had gestopt. 

Maar: 

Ik nam een tas mee. Daarin had ik al mijn boeken gestopt. 

Niet: 

De buschauffeur reed veel te hard en moest in de S-bocht flink afremmen. 

Maar: 

De buschauffeur reed veel te hard. In de S-bocht moest hij flink afremmen.    

Engelse bus.
Te hard.

6. Vervang clichés 

Clichés zijn clichés omdat ze zo raak zijn. Uiteindelijk verliezen ze hun kracht. Ook ik grijp er vaak op terug. Lekker makkelijk. Soms vind ik ook geen betere term. Soms ook wel. Even creatief denken en dan popt er altijd wel iets anders op. Doe daar een beetje moeite voor. Het komt je tekst beslist ten goede. En het is toch leuk om met een eigen, originele vondst te komen?  

Niet: 

Bij ons bedrijf staat service hoog in het vaandel. 

Maar: 

Bij ons bedrijf schrijven we service in chocoladeletters. 

Niet: 

Zij is meteen in de pen geklommen om op de brief te reageren. 

Maar: 

Zij heeft meteen haar laptop opengeklapt om op de brief te reageren.   

Trouwens, wie klimt er tegenwoordig nog in de pen? Sommige clichés zijn écht antiek. 

Niet: 

Hij is zo gesloten als een oester. 

Maar bijvoorbeeld: 

Hij is zo gesloten als de graftombe van een Egyptische farao. 

Graftombe.
Een andere metafoor.

7. Schrijf concreet en specifiek  

Vermijd mistige taal, wees duidelijk. Schotel de lezer beelden voor, prikkel alle zintuigen. 

Niet:  

De man vloekte. 

Maar: 

De man riep ‘Godverdómme!’ 

Niet: 

De adviseur schreef iets op. 

Maar: 

De adviseur krabbelde het telefoonnummer op de achterkant van een visitekaartje. 

Niet: 

De kleedkamer rook muf. 

Maar: 

De kleedkamer rook naar sokken die al weken niet zijn gewassen. 

Sportkousen
Sportsokken kunnen gaan broeien.

8. Niet vertellen, maar laten zien 

Hét motto in schrijversland: Show, don’t tell.  Niet vertellen, maar laten zien. Niet beschrijven dát er iets gebeurt, maar wát er gebeurt. Schep beelden. Ik probeer het altijd en overal te gebruiken, wat me overigens niet altijd lukt.. 

Dus niet: 

De man die aan tafel zat was boos. 

Maar: 

De man die aan tafel zat omklemde zijn vork zo stevig dat zijn knokkels wit uitsloegen en prakte met een verbeten trek om de mond zijn piepers tot gort. 

Niet: 

De weg die hij met zijn bakkersfiets naar boer Krelis moest afleggen was slecht onderhouden. 

Maar:  

Op weg met zijn bakkersfiets naar boer Krelis moest hij door diepe en ondiepe kuilen. Dan kwam hij omhoog van zijn zadel en hupte de mand met broden aan zijn stuur op en neer. Niet zelden raakte hij onderweg een stokbrood kwijt. 

Niet: 

Bij ons bedrijf staat service hoog in het vaandel (ja, ja, daar is-ie weer) 

Maar:  

Speciaal voor onze klanten zijn wij elke dag van 8 tot 20 uur bereikbaar. Ook in het weekend. Technische storing? Bel ons en we staan binnen een uur bij u voor de deur om het probleem op te lossen. 

Zelf ben ik dol op personificaties. Die doen het altijd goed. 

Zoals: 

De weegschaal kreunt en steunt onder zijn gewicht. 

Het knoopje ter hoogte van mijn navel doet zijn uiterste best om mijn overhemd te sluiten. 

Op het kleine tafeltje verdringen de flesjes nagellak elkaar. 

Flesjes nagellak verdringen elkaar.
Gebruik personificatie. Oftewel: dicht dingen menselijke eigenschappen toe.

9. Strooi royaal met voorbeelden 

Sommige tips lopen in elkaar over. Maakt niet uit, als je er maar wat aan hebt. Zie het gewoon als de kracht van de herhaling.   

Voorbeelden geven werkt uitstekend. Altijd doen. In artikelen, in webteksten, maar ook in een sollicitatiebrief. 

Niet:  

In de plaatselijke voetbalclub zijn veel vrijwilligers actief. 

Maar: 

In de plaatselijke voetbalclub zijn veel vrijwilligers actief. ‘Ome Tinus’ trekt al jaren de krijtlijnen, drie jonge techneuten onderhouden de site en een ploegje enthousiaste ouders organiseert elke maand een speurtocht voor de jeugd. 

Niet: 

Ons restaurant heeft visgerechten als specialiteit. 

Maar: 

Ons restaurant heeft visgerechten als specialiteit. Vooral de gebakken forel met remouladesaus zien onze gasten als een gastronomisch hoogtepunt. We moeten het echt niet in ons hoofd halen dit uit het menu te schrappen. 

Niet: 

Ik heb veel ervaring als kapster. 

Maar: 

Ik heb veel ervaring als kapster. Bij mijn huidige werkgever ben ik dé kleurenspecialist. Klanten die een balayage willen vragen specifiek naar mij. 

Kapsalon
Veel ervaring als kapster.

10. Laat werkwoorden werken 

Werkwoorden geven je tekst meer vaart. Zeker als je die vermaledijde naamwoordstijl loslaat.

Niet: 

De burgemeester verricht de opening van de tentoonstelling. 

Maar: 

De burgemeester opent de tentoonstelling. 

Of bedenk zelf een werkwoord:  

De zwemlerares flipflapt op haar slippers naar het bad.  

Zomaar een handjevol tips om aantrekkelijker te schrijven. Kun je er wat mee?

En wat zijn jouw gouden tips?

Spannende boeken lezen? Deze titels zijn echt aanraders:

ael Robotham – Gebroken

R.J. Ellory – Bekraste zielen

Nicci French – Vang me als ik val

Mo Hayder – Poppenspel

Stephen King – Mr. Mercedes

9 kilo lichter: mijn overhemden bloezen weer

Mijn overhemden passen weer.
Lang hingen mijn overhemden kansloos in de kast.

Gespannen trek ik de weegschaal onder het badkamerkastje vandaan. Twee weken geleden heb ik me voor het laatst gewogen, en nu mag het van mij weer. Behoedzaam stap ik op de plaat. Met ingehouden adem (en buik) kijk ik naar de display: 76,7 kilo! Weer 3 kilo lichter! Amper anderhalve maand eerder kreunde het arme apparaat nog onder een gewicht van 85,5 kilo. Kortom: in 6 weken ben ik 9 kilo afgevallen. Wat een resultaat! 

Mijn buik slinkt. Dat voel en zie ik ook als ik kleren aantrek. T-shirts kruipen niet meer eigenzinnig richting navel, truien zitten een stuk ruimer, overhemden die kansloos in de kast hingen bloezen weer. 

Ik ben aan een afvalrace begonnen

Dat de boel zo ontzettend strak zat was een van de aanleidingen om aan mijn afvalrace te beginnen. Vorig jaar in de zomer nog maar ging ik er met mijn vriendin en dochter op uit om te gaan shoppen – een unieke gebeurtenis. We kochten onder meer twee leuke, mooie overhemden die best prettig zaten. 

Ja, toen nog wel.  

Twee maanden geleden trok ik één daarvan vrolijk uit de kast. Mijn immer opgewekte stemming boog om naar vertwijfeling en ontzetting toen bleek dat het knoopje ter hoogte van mijn navel erg zijn best moest doen om vast te blijven zitten. Het andere overhemd hoefde ik niet eens meer te proberen. Dezelfde maat, dus hetzelfde probleem. 

Gadverjakkes. 

Het waren best warme dagen, en toen ik kort na dit echec thuis de twee trappen naar beneden liep om de post te halen en op mijn weg naar boven danig begon te steunen van de inspanning – wélke inspanning in vredesnaam – heb ik mijn beslissing genomen.  

Afvallen. En wel meteen. 

Ik verlies verantwoord kilo’s

Het gaat voortvarend. Ik verlies verantwoord kilo’s. Niet met een crashdieet, maar met een gezond, verantwoord en uitgebalanceerd programma, onder professionele, medisch onderlegde begeleiding.  

En het wonderlijke is: het voelt allemaal heel normaal en vanzelfsprekend, terwijl ik al dertig jaar een pens zo groot als een watermeloen meezeulde. 

Uitstekende graadmeter

Dat allerlei kledingstukken weer passen is natuurlijk een uitstekende graadmeter. Dat is bovendien het voordeel van bijna nooit nieuwe kleding kopen. In plaats daarvan teer ik voornamelijk op antieke shirts, broeken en truien. Die draag ik totdat ze te erg van kleur verschieten, beginnen te rafelen of ten prooi zijn gevallen aan motten. 

Waarom ik bijna nooit nieuwe kleding koop? Nou, heel simpel: omdat ik daar een godsgruwelijke klere(n)hekel aan heb.

Dat gedóe.  

Ooit moest ik een jas kopen en heb ik een vrouwelijke collega meegenomen. Die verheugde zich op een gezellig middagje shoppen. Ik liep de eerste kledingwinkel in die we tegenkwamen, pakte lukraak een jas uit een rek, paste hem even snel en heb hem gekocht. Klaar. 

Voor haar was het een grote teleurstelling.  

Zo’n benauwd hokje

Vooral passen vind ik een ramp. Zo’n benauwd hokje waarin ik mijn stramme lijf nauwelijks kan keren. En dan steeds weer een nieuwe broek aangereikt krijgen die dan nét niet past. Kan ik weer helemaal opnieuw beginnen. 

Zo'n benauwd pashokje.
Kleding passen – dat gedóe.

Gelukkig hoeft dat nu niet meer. Want nu ik in omvang ben afgenomen doemen er nieuwe kansen op.  

Interessante ontdekkingsreis

Vol inspiratie en enthousiasme ben ik vandaag aan een interessante ontdekkingsreis begonnen. Ik ben mijn kledingkast aan het uitgraven. En ik kom tot mijn grote vreugde shirts, truien en overhemden tegen die ik jaren geleden – en dan bedoel ik ook echt járen geleden – met plezier droeg. 

Zullen ze weer passen? Zal het echt zo zijn? 

Ik ga het allemaal uitproberen. Want nu vind ik kleren passen ineens wél leuk. 

Echt van deze tijd zal het allemaal niet ogen. Hoewel, vaak komen kledingstijlen van vroeger weer in de mode. 

Dus misschien zet ik wel een trend. 

Hoe ik ooit de militaire dans ontsprong

Bij de ogentest veinsde ik het zicht van een mol op een donkere, mistige avond

Mijn 17-jarige dochter Joy die met een parachute achter de vijandelijke linies wordt gedropt. Die in camouflagepak, met bruine vegen op haar gezicht en een mitrailleur in de aanslag, achter een struik ligt. Die zich in de opening van een tank laat zakken. Net als alle andere meisjes van haar leeftijd is ze ingeschreven als dienstplichtige, ze heeft daar deze week een brief over ontvangen van het ministerie van Defensie, maar wordt alleen in heel uitzonderlijke situaties opgeroepen. Ik denk zomaar dat ze niet in actie zal hoeven komen. Net als haar vader, die ooit aan de dienstplicht is ontsnapt. 

We hebben er na het lezen van de brief verschrikkelijk om gelachen. Ik kan het niet helpen, maar in dit soort gevallen komen er bij mij allerlei fantasieën op die steeds gekker worden. Dan zie ik die lieve schat met een peloton door een hoge rivier waden, het geweer boven het hoofd, bedacht op een onverhoopte hinderlaag vanaf de oever.

Joy deed gezellig mee. ‘Papa, wist je dat ik met een paar handgranaten onder mijn kussen slaap?’ 

Mijn dochter die als parachutiste achter de vijandelijke linies wordt gedropt.
Ik zie het helemaal voor me…

Nadat mijn hysterische lachbuien wegstierven – volgens mijn kinderen loop ik in een dergelijke stemming gevaarlijk rood aan – moest ik terugdenken aan de tijd dat ik zelf werd uitgenodigd voor de keuring voor de militaire dienst. Het waren de jaren tachtig en in die tijd moest je daadwerkelijk in dienst. Mijn oudere broer was uitgeloot, en dat deed mij het ergste vrezen. Zou ik er wel aan moeten geloven? Nee toch? Ik had er he-le-maal geen zin in. Liever ging ik meteen werken. 

Hoofd in de nek, kin omhoog, borst vooruit

De dag begon met een introductiepraatje in de kazerne. Een bijzonder arrogante officier, stram in de houding, armen op de rug, legeruniform aan, maar wel een idioot paars sjaaltje om zijn hals, sprak zijn gehoor toe. Hoofd in de nek, kin omhoog, borst vooruit. 

Hoe belangrijk en verrijkend het was om in het leger te gaan. Dat wilde hij graag even kwijt. En, o ja, schamperde hij, er waren ook van die types die aangaven in de keuken te willen werken.  

Ik was een van hen.  

De morsetest: ronde na ronde overleefde ik

De keuring verliep goed. Te goed, eigenlijk. Op het programma stond onder meer een morsetest. Voor wie dat niets zegt: morsesignalen werden vroeger in de marine gebruikt om met een elkaar te communiceren. Dat gebeurde veelal via elektronisch verstuurde piepjes – kort of lang en met verschillende tussenpozen – die je volgens een codering moest vertalen in woorden of getallen.  

De morsetest ging me uitstekend af.
Vroeger werd bij de marine via morsesignalen gecommuniceerd.

We werden in groepen verdeeld, kregen een koptelefoon op en moesten de morsesignalen die werden aangereikt interpreteren. Wie een fout maakte, viel af, de rest ging door naar de volgende ronde.  

Tot mijn niet geringe verbazing ging de test mij uitstekend af. Ik nam de piepjes tot mij en wist de juiste vertaling te geven. Ronde na ronde overleefde ik. Totdat er nog maar drie in de race waren. Toen kwam ik tot bezinning. 

Ja, wacht eens even, schoot het door me heen. Straks valt het op dat ik hierin best bedreven ben en kom ik als marconist op een boot terecht. Heb ik de godganse dag dat gepiep in mijn oor.  

Ik maakte direct expres een paar fouten en was af. Gelukkig maar. 

Tijdens de ogentest sloeg ik genadeloos toe

Het inspireerde mij om de boel nog meer te belazeren. Tijdens de ogentest sloeg ik genadeloos toe. 

Ogentest bij de opticien.
De ogentest. Daar wist ik wel raad mee.

Alsof ik bij een opticien zat, moest ik op tien meter afstand letters op een display opnoemen. Ik kon het allemaal best goed zien, maar veinsde het zicht van een mol op een donkere, mistige avond. Voor de vorm kneep ik mijn ogen een beetje toe. 

Het was overtuigend genoeg. 

Het bevrijdende nieuws stond in de tweede brief

Dat bleek toen ik de uitslag kreeg. Twee brieven. In de ene stond dat ik was goedgekeurd. Het bevrijdende nieuws stond in de tweede brief. Ik was buitengewoon dienstplichtig. Alleen in geval van nood zou men een beroep op mij doen. 

Net als mijn dochter heb ik jaren geslapen met een paar handgranaten binnen handbereik. Ze lagen klaar op de vensterbank. Je kon nooit weten. Ook stond er standaard een geweer met bajonet in de hoek van mijn slaapkamer.

Ik heb de wapens nooit hoeven gebruiken. Ik ben nooit opgeroepen, en eigenlijk verwacht ik dat ook niet meer.  

Handgranaten op de vensterbank.
Je kon nooit weten…

Nieuwe kookzin: het mes snijdt aan twee kanten

Koken met verse groenten
Gezond koken. Elke avond.

De bel. Ik spring verheugd op, spoed mij naar de hal en druk op de knop om mijn zeer gewenste bezoek beneden bij het portiek toegang te verlenen. Ik hoor hem de trap beklimmen en wrijf mezelf al in de handen. Pizza calzone deze keer, zo’n dubbelgeslagen massa deeg met daarin een mix van gehakt, tomaat, salami, ham en champignons. Tikkie te machtig, maar ik sla me er vast weer dapper doorheen. Als de bezorger in beeld verschijnt blijkt dat hij niet alleen de vertrouwde witte kartonnen doos bij zich draagt. ‘Alstublieft,’ zegt hij. En hij reikt me een fles chianti aan. ‘Omdat u zo’n goede klant bent.’  

Dit cadeautje viel me jaren geleden ten deel, toen ik eenmaal op mezelf woonde. Een sympathiek gebaar, dat zeker, maar het gaf me wel te denken. Net zo confronterend verliep in dezelfde week mijn bezoek aan het Chinees restaurant bij mij in de straat. Toen de medewerker mij binnen zag lopen, verscheen op zijn gezicht een brede glimlach. ‘Ah, nasi goleng speciaal?’  

‘Eh, ja, nasi goreng speciaal,’ antwoordde ik. 

Ik kookte nauwelijks, maar bestelde liever een pizza.
Ik deed goede zaken met de pizzalijn.

De gebruikte borden en pannen stapelden zich op

In koken had ik in die tijd geen enkele zin. Mij repertoire was ook niet zo breed. Als ik al mijn eten zelf bereidde, kwam ik niet verder dan roerbakken. Scheut olijfolie in een wok, blokjes kipfilet laten sissen, zakje gesneden groente erbij en daarnaast wat rijst koken. En omdat afwassen mij evenmin aantrok stapelden de borden, pannen en het bestek – dat ik allemaal o zo praktisch in de gebruikte wok verzamelde – zich gedurende de week op. 

Nee, gemak dient de mens en ik hou van lekker eten. Daarom deed ik enerzijds goede zaken met pizza- en spareribslijnen – ik maakte een waaier van het stapeltje folders en trok er met mijn ogen dicht eentje uit – en anderzijds met snackbar en afhaalchinees.  

Goede klant bij de afhaalchinees.
Nasi van de afhaalchinees. Lekker makkelijk.

Dan trek je niet een paar blikken tomatensoep open

Het heeft lang geduurd. Totdat ik mijn inmiddels ex ontmoette en we samen gingen koken. Ik kreeg er zowaar lol in. Het werd zelfs een grote liefhebberij. Ik zag het licht op een kerstdag. We hadden mijn familie uitgenodigd om te blijven eten en ja, dan trek je natuurlijk niet een paar blikken tomatensoep open.  

We hadden er echt werk van gemaakt. Op mijn schouders rustte onder meer het maken van kipsaté als voorafje. Ik heb me hier vol aandacht en zeer geconcentreerd op geworpen. De reacties waren lovend. Een passie was geboren. 

Van Aziatisch tot Zuid-Europees

Jaren later mag ik zeggen dat ik, als ik mijn aandacht erbij houd en het allemaal op mijn gemakkie doe, best lekker kan koken. Van Aziatisch tot Zuid-Europees, ik kan een beroep doen op een bont, rijk geschakeerd palet. Heb zelfs eens, samen met mijn dochter, op een kerstavond voor een achtkoppige vriendengroep gekookt. Paella als hoofdgerecht, tapas vooraf en een Spaans getint toetje als afsluiting. Olé! Erg leuk om te doen en het was een groot succes. 

Mijn voorkeur is altijd uitgegaan naar stoofpotten maken. Het liefst een avond van tevoren. Snijplank klaarleggen, batterij messen ernaast, glaasje rode wijn in de buurt. Berg rundvlees op de bodem van de pan, groente en kruiden erbij en dan drie uur laten sudderen. Heerlijk. 

Stoofpotten maken was bij mij favoriet.
Stoofpotten maken, het liefst een avond van tevoren.

Witte bolletjes met rookworst

Toen ik in Hilversum ging werken is het koken een beetje in het slop geraakt. Vaak was ik om halfacht thuis in Purmerend – tenminste, als er niemand voor een trein was gesprongen. En dan moest ik nog boodschappen doen en eten maken. Dat was soms nogal een opgave. Dan koos ik toch maar voor witte bolletjes met rookworst of een pizza uit de supermarkt. 

Dat is nu voorbij. 

Ik heb een werkgever in mijn woonplaats gevonden en werk nu om de bekende redenen zelfs vrijwel volledig thuis en vanuit huis. Tijd genoeg om te koken. Maar vooral ben ik nu bewust bezig met gezond eten. Verse groente, ooit door mij verketterd, vormt de basis. 

Zelf koken met verse groente als basis.
De tijden zijn veranderd.

Ik maak alles zelf en daaraan beleef ik dubbel plezier. Het geeft enerzijds veel voldoening als ik een gezonde maaltijd bereid, anderzijds word ik er behoorlijk zen van. Paprika’s snijd ik met een aardappelmesje traag in kleine reepjes. Blokjes kipfilet gun ik alle tijd om in een badje van sojasaus op smaak te komen. De vlam onder de pan zet ik standaard laag.  

Mindful koken. Dat is wat ik doe. 

Afwegingen tijdens mijn afvalrace

Afwegingen
In balans. Daar draait het om.

Ik leg met gemengde gevoelens twee volkoren crackers op een bord en bedek ze met geitenkaas, schijfjes komkommer en plakjes tomaat. Mijn ontbijt. Reuze gezond natuurlijk, en best lekker, maar… hoe kom ik daarna de uren tot mijn lunch door? Ga ik het traject waarvoor ik heb gekozen om mijn wat ongezonde ik-doe-maar-wat-patroon om te buigen tot een gezonde leefstijl en minimaal 15 kilo af te vallen überhaupt volhouden? Discipline is bij mij doorgaans ver te zoeken, gierende trek des te meer. 

Met dit voor mij alternatieve ontbijt klonk twee weken geleden het officiële startschot van mijn afvalrace. Ik weeg 85 kilo, meet 1,69 meter en als ik onder de douche sta en naar beneden kijk kan ik alleen mijn tenen zien. Zeker vanwege mijn leeftijd – 59 jaar – niet bepaald optimaal. Dat wordt gestaafd met keiharde feiten: een zorgwekkend BMI, mijn darmflora van de rel en een lever waarop ik een onredelijk zwaar beroep doe. Hart- en vaatziekten liggen op de loer als dreigende onweerswolken. Ingrijpen is noodzakelijk. Gelukkig heb ik dat zelf op tijd onderkend. 

Bourgondiër met een moddervette hoofdletter B

Waarom heb ik zoveel met eten? Geen idee. Maar ik ben een Bourgondiër met een moddervette hoofdletter B. Als tiener kroop ik ‘s ochtends na het ontwaken mijn bed uit en liep rechtstreeks naar de keuken. Niet om onbelemmerd te gaan snaaien, maar om een paar kookboeken uit een kast te pakken en mee naar bed te nemen. Al bladerend vergaapte ik me aan foto’s van gebraden kippen, bruingebrande rollades en gemarineerde saté. Ik beeldde me in dat ik daar gretig mijn tanden in zette. Er zullen trouwens ook wel schalen met groente bij hebben gestaan, maar dat kan ik me niet meer herinneren.  

Vervolgens telde ik de minuten tot het avondeten. Want dat was voor mij het hoogtepunt van de dag. En zo is het altijd gebleven. Veel eten vooral, in de stijl van mijn sterrenbeeld: leeuw. Maar ja, leeuwen zijn nooit te dik. Dat is dan weer het verschil.  

Een even bewuste als verstandige keuze

Bijna vijftig jaren en twintig kilo’s later heb ik een even bewuste als verstandige keuze gemaakt. Het roer moet om. Na het kansloos volgen van diverse hypes – uiteenlopend van Montignac en sapkuur tot brooddieet en intermittent fasting – heb ik professionele hulp gezocht. Had ik veel eerder moeten doen. Ik volg een traject dat moet leiden tot een gezonde leefstijl, bewust eten en een gewicht dat bij mij past. Mijn coach gaat voor 65 kilo. Ik ook, al zou ik met 70 kilo ook best tevreden zijn. 

Geen vol gevoel, geen leegte

Terug naar die eerste dag met mijn kleurrijk ingerichte crackers als ontbijt. Het voelde goed. Uitgebalanceerd. Geen vol gevoel, geen leegte. Ik had dat niet verwacht. De lunch – ook niet al te uitbundig – haalde ik tot mijn stomme verbazing met gemak, zonder hongergevoel. En zo is het nog steeds. Een dingetje is wel dat ik elke dag minimaal 2 1/2 liter water naar binnen moet zien te werken om het lichaam te ontgiften. Valt niet altijd mee. Maar met zes doppers verdeeld over de hele dag is het te doen. Ik maak daarbij vele meters: naar het toilet en weer terug. Mijn blaas weet even niet wat hem overkomt.  

Waterkraan
Minimaal 2 1/2 liter water per dag. Dat ga je merken.

Fit en – letterlijk – opgeruimd

De eerste fase – de voorbereiding op het echte werk – is na twee weken voorbij. In etappes heb ik belastende koolhydraten (brood, rijst, pasta een aardappelen) uit mijn menu’s gehaald. Daar zijn gezonde koolhydraten en meer groente voor in de plaats gekomen. Nu al voel ik me heel fit en – letterlijk – opgeruimd. Geen gehang meer op de bank na een overdadige maaltijd, maar gewoon lekker in mijn vel en hup, meteen de afwas doen.  

Pizzaatjes als lunch
Een lunchoptie: ‘pizzaatjes’. Lekker toch?

Wel eens gehoord van adukibonen? Ik evenmin

Maar vooral: de focus niet meer op malse spareribs, maar op gezonde voeding. De bijbehorende map bevat een voedingswijzer en ik kom zaken tegen die voor mij volkomen onbekend zijn. Adukibonen. Wel eens van gehoord? Ik evenmin. Maximaal een keer per week toegestaan. Ga ik proberen. Katoenzaad. Lamsoor. Nee, ho, stop – dat is een soort groente. Zeekraal. Geen idee. En om te bakken gebruik ik vanzelfsprekend biologische kokosolie. Ja, hè hè. 

Ik verdiep me nauwgezet in de werking van het lichaam en in de spijsvertering. Staat in mijn map van alles over in. Eindelijk snap ik nu hoe ik vaak vanuit het niets getroffen kon worden door een urgente, allesoverheersende trek in eten. Ja, kón, want dit overkomt me al niet meer. 

Fase 2: op weg naar de balans

Fase 2 draait om herstellen. Op weg naar de balans. Deze fase duurt totdat ik 2 kilo van mij streefgewicht af ben. Geen idee hoelang dit gaat duren. Maakt niet uit, het gaat goed zo. Ik heb geen haast. Deze fase luistert nauw. Ik moet alles wat ik aan eten ga bereiden wegen. Dus straks maar even een keukenweegschaal kopen. 

Weegschaal.
De tweede fase luistert nauw.

Een weegschaal voor mezelf heb ik al. De verleiding is groot om er al op te gaan staan. Vanochtend even mijn winterjas aangetrokken. Die zat iets minder strak dan vorig jaar. Een indicatie. Maar ik wacht nog even. Over minimaal een week ga ik mezelf wegen. Ben benieuwd.  

Weegschaal
Ben benieuwd.